---
title: "Lesinhoud les 1"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/voedseltransitie/21463135/Lesinhoud%20les%201"
format: markdown
---
**Deze les bestaat uit de volgende hoofdstukken:**

- **Wat is een voedselsysteem?**
- **De Nederlandse voedselketen**
- **Het voedingspatroon van Nederlanders**

# <span style="color: #99cc00">**Wat is een voedselsysteem**</span>

**Een voedselsysteem omvat alle activiteiten die verbonden zijn met de productie en consumptie van voedsel, evenals de gevolgen van die activiteiten.**

<u>Opdracht 1.1 – Brainstorm over het begrip ‘voedselsysteem’:</u> Leerlingen denken na over wat het begrip ‘voedselsysteem’ inhoudt.

*Materialen:*

- Schoolbord/digibord en stift/pen

*Toelichting:*

Laat de leerlingen zelf nadenken over de betekenis van het begrip voedselsysteem, voordat je dit verder toelicht. Teken daarvoor op het bord onderstaand woordweb. Laat de studenten zo veel mogelijk termen noemen waarmee je het woordweb aanvult. Waar kun je aan denken bij activiteiten die verbonden zijn met de productie en consumptie van voedsel? En wat zouden de gevolgen van die activiteiten kunnen zijn?

![image](media://0db7b7ba-934a-4194-9693-8377b8efd0b3)

**Samenvattend: met productie wordt de teelt, verwerking, distributie en verkoop van voedsel, ofwel de voedselketen, bedoeld. Consumptie gaat over het voedingspatroon van mensen: wat eten en kopen ze? En denk bij de gevolgen van de productie en consumptie van voedsel aan voedselveiligheid, voedselzekerheid, gezondheid, dierenwelzijn en invloeden op het milieu en de economie.**

**Om een beeld te krijgen van het huidige voedselsysteem, moet dus naar de voedselketen, het voedingspatroon en de gevolgen van die twee gekeken worden.**

# <span style="color: #99cc00">**De Nederlandse voedselketen**</span>

**Een voedselketen is een aaneenschakeling van organisaties of individuen die direct betrokken zijn bij de stromen van voedingsmiddelen en diensten van boer naar consument. In Nederland loopt de grootste stroom van voedingsmiddelen via de supermarkten. Deze voedselketen begint bij de 65.000 agrariërs (producenten) die voedsel produceren. 6.500 verwerkers/fabrikanten verkopen dit voedsel na bewerking door aan 1.550 leveranciers of distributeurs, die op hun beurt de producten verhandelen aan vijf inkooporganisaties. Die inkooporganisaties verkopen de producten aan 25 supermarktformules. Dit wordt ook wel de detailhandel genoemd. Vervolgens worden de producten verspreid naar 4.850 supermarkten (retailers). Vanuit de supermarkten komen de producten uiteindelijk terecht bij 7 miljoen huishoudens, bestaande uit 17 miljoen consumenten. Consumenten kunnen ook voedsel krijgen via andere kanalen, zoals boerderijverkoop of restaurants. In zo’n geval ziet de voedselketen er anders uit.**

*** ***<u>Opdracht 1.2 – Verkenning van de Nederlandse voedselketen:</u> Leerlingen verkennen in tweetallen hoe zij denken dat de Nederlandse voedselketen eruit ziet.

*Materialen:*

-       [Werkblad 1.2](https://edepot.wur.nl/509170)

*Toelichting:*

De leerlingen beschrijven de functie van alle schakels in de voedselketen. Zij beschrijven de rol van:

- De boer/producent?
- De verwerker/fabrikant?
- De leverancier/distributeur?
- De inkooporganisatie?
- De supermarktformule/detailhandel?
- De supermarkt/retailer?
- De consument?

**Een boer is bijvoorbeeld een akkerbouwer, glastuinbouwer, veehouder, voerproducent, vermeerderaar of opfokker die veevoer en landbouwdieren aanlevert. Een verwerker koopt voedsel van de boer en maakt hier consumentenproducten, ingrediënten of halffabricaten van. Een leverancier regelt dat een product op het juiste moment opgehaald, opgeslagen en weer afgeleverd wordt. Een inkooporganisatie (bijv. Ahold Delhaize, Superunie) koopt grote hoeveelheden van verschillende producten in voor een relatief lage prijs en levert de juiste producten in de juiste hoeveelheden aan supermarktformules. Een supermarktformule (bijv. Albert Heijn, Deen) regelt dat producten over alle supermarkten van die formule verdeeld worden. Een supermarkt (bijv. de AH in Parkwijk) biedt een groot aantal verschillende producten aan die de consument op zijn beurt kan kopen.**

## **Import en export**

**Naast dit Nederlandse deel van de voedselketen bevindt zich nog een groot deel van de voedselketen buiten Nederland. Er wordt in Nederland namelijk veel voedsel geïmporteerd en geëxporteerd. Doordat veel producten die Nederlanders graag eten of drinken niet (altijd) in Nederland geproduceerd kunnen worden, ligt maar liefst driekwart van de landbouwgrond die nodig is voor de Nederlandse voedselconsumptie in het buitenland. Van producten als rijst, koffie en mango’s ligt het voor de hand dat ze geïmporteerd worden. Er zijn ook producten die na de import worden verwerkt en direct weer doorgevoerd worden naar andere landen, zoals soja en cacao. Producten die op grote schaal geëxporteerd worden, zijn bijvoorbeeld kaas en melkpoeder. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootse landbouwexporteur ter wereld.**

# <span style="color: #99cc00">**Het voedingspatroon van Nederlanders**</span>

**Een voedingspatroon is het totaal aan voedingsmiddelen dat iemand consumeert. Het gaat zowel om de hoeveelheid en verhouding van voedingsstoffen als de wijze van consumptie.**

*** ***<u>Opdracht 1.3 – Hoe ziet jouw voedingspatroon er uit?</u> In deze opdracht denken leerlingen na over hun eigen voedingspatroon.

*Materialen:*

[Download werkblad 1.3](https://edepot.wur.nl/509171)

*Toelichting:*

Laat de studenten met onderstaande opdracht nadenken over hun eigen voedingspatroon. Ga vervolgens in gesprek over de verschillen en overeenkomsten tussen het voedingspatroon van de studenten en van de gemiddelde Nederlander.

- Wat eet en drink jij zoal bij het ontbijt, bij de lunch, bij het avondeten en als tussendoortje? Schrijf voor elk eetmoment minstens drie producten op die je vaak eet of drinkt.
- In hoeverre verschilt dit denk je van het voedingspatroon van de gemiddelde Nederlander?

**Kijk vervolgens hoe het gemiddelde voedingspatroon van Nederlanders eruitziet. Wat eten en drinken Nederlanders veel? Verschilt dit van het voedingspatroon van de leerlingen in de klas? Ga daarover in gesprek met de klas.**

<u>Opdracht 1.4 – Een praktijkonderzoek</u>

*Materialen:*

-      [Filmpje](https://www.thequestionmark.org/over-ons) over de app Questionmark

-      [Werkblad 1.4](https://edepot.wur.nl/509172)

*Toelichting:*

Met deze opdracht gaan de leerlingen thuis nadenken over hun eigen voedingspatroon. Ze doen een klein praktijkonderzoek naar de duurzaamheid en gezondheid van producten die ze vaak eten. Daarvoor hebben ze de app Questionmark nodig. Laat van te voren een [filmpje](https://www.thequestionmark.org/over-ons) zien over deze app. Geef de studenten vervolgens onderstaande opdracht mee naar huis. Bespreek in de volgende les de antwoorden die de studenten gegeven hebben.

- Voor opdracht 1.3 heb je voor het ontbijt, de lunch, het avondeten en het tussendoortje steeds drie producten opgeschreven die je veel eet. Van deze (in totaal 12) producten ga jij onderzoeken hoe duurzaam en gezond ze zijn met behulp van de app Questionmark. Download deze app op je smartphone (kijk op [www.thequestionmark.org](http://www.thequestionmark.org/) voor meer informatie over Questionmark en het downloaden van de app).
- Zorg ervoor dat je de 12 producten van opdracht 1.3 allemaal in huis hebt, of in ieder geval de verpakking ervan. Je heb voor dit onderzoek de streepjescode op de verpakking nodig.
- Pak een product en scan de streepjescode op de verpakking met behulp van de app Questionmark. Je krijgt nu de naam van het product te zien en hoe gezond en duurzaam dit product is. Schrijf in onderstaande tabel de productnaam op en daarachter de uitkomst die de app geeft over de gezondheid van het product. Geef ook in de tabel aan of er bij de productie aandacht is besteed aan het milieu, aan dierenwelzijn en aan mensenrechten door ‘ja’ of ‘nee’ in te vullen bij elk van deze duurzaamheidsaspecten.
- De app laat je ook duurzamere en gezondere alternatieven zien voor jouw gescande product. Welk product staat bovenaan? Schrijf hiervan ook de productnaam op met daarachter de uitkomsten voor gezondheid, milieu, dierenwelzijn en mensenrechten. Het door jouw gescande product en het beste alternatief daarvoor staan nu onder elkaar in de tabel.
- Herhaal de opdrachten genoemd bij de bovenstaande twee punten totdat je alle 12 producten van opdracht 1.3 hebt onderzocht en voor elk product een alternatief hebt opgeschreven.

In de tabel heb je nu van 24 producten opgeschreven hoe gezond en hoe duurzaam ze zijn. Welk product heeft de beste score? En welk product scoort het laagst?