---
title: "Lesinhoud les 4"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/voedseltransitie/21463118/Lesinhoud%20les%204"
format: markdown
---
**Deze les bestaat uit de volgende hoofdstukken:**

- **Méér dan alleen lokaal voedsel **
- **Korte ketens en duurzaamheid  **
- **De uitdaging in korte ketens: efficiënt transport **
- **Lesinhoud les 4#Voorbeelden van initiatieven  **

# <span style="color: #99cc00">**Méér dan alleen lokaal voedsel**</span>

**De vorige les ging over lokaal voedsel. Lokaal voedsel is bijvoorbeeld voedsel uit Flevoland. Maar stel dat een product in Almere geproduceerd wordt, in Gelderland verwerkt wordt, in Zuid-Holland ingekocht wordt bij een supermarktketen en uiteindelijk weer in Almere in een supermarkt terechtkomt. Dat is dan lokaal voedsel, maar het heeft wel een reis gemaakt door Gelderland en Zuid-Holland. In de praktijk gebeurt het vaak dat een product via vele organisaties gaat en vele bewerkingen ondergaat voordat het in de supermarkt terecht komt. Is zo’n lange voedselketen wel handig? En is het duurzaam?**

** **<u>Opdracht 4.1 – Lange of korte voedselketen?</u> Studenten beantwoorden vragen over het verkorten van de Nederlandse voedselketen.

 *Materialen:*

-       [Werkblad 4.1](https://edepot.wur.nl/509204)

-       [Factsheet aardappel](https://edepot.wur.nl/509141)

-       [Factsheet lupine](https://edepot.wur.nl/509143)

 *Toelichting:*

Laat de studenten de vragen op werkblad 4.1 beantwoorden over de Nederlandse voedselketen. De eerste vraag grijpt terug op de inhoud van les 1, de vragen daarna gaan over het verkorten van de keten.

- In Nederland gaat een voedselproduct – van bodem tot bord – in de regel volgens de volgende schakels in de keten:
  - 65.000 boeren
  - 6.500 verwerkers
  - 1.555 leveranciers
  - 5 inkooporganisaties
  - 25 supermarktformules
  - 4.850 supermarkten
  - 17.000.000 consumenten

# <span style="color: #99cc00">**Korte ketens en duurzaamheid**</span>

**In een korte keten worden niet alle schakels in de keten gevolgd, maar worden verschillende schakels overgeslagen. In les 2 en 3 is genoemd dat daardoor het voedselsysteem verduurzaamd kan worden. Elke schakel minder in de keten betekent namelijk minder transport, minder verpakking, minder voedselverspilling, minder energieverbruik, een betere prijs voor het product en meer inzicht in de herkomst van het product. Hoe dat zit, wordt hieronder toegelicht.**

## **Transport**

**Tussen elke schakel in de keten zit transport. Dat zijn soms lange afstanden. Garnalen die in Nederland gevangen worden, in Marokko gepeld worden en vervolgens weer naar Nederlandse supermarkten gebracht worden: het gebeurt echt. Natuurlijk maakt niet elk voedingsmiddel zo’n lange reis, maar dit voorbeeld geeft wel aan dat er veel kilometers kunnen zitten tussen de verschillende schakels in de voedselketen. Een schakel minder betekent dus minder transport en daarmee minder CO2 uitstoot. Dat maakt korte ketens duurzamer dan lange ketens. Het is overigens niet zo dat in de kortst mogelijke keten, dus direct van producent naar consument, de minste kilometers afgelegd worden. Want als iedereen met eigen vervoer langs verschillende boerderijen moet om boodschappen te doen, is er alsnog veel transport; het verplaatst alleen van de productiekant naar de consumptiekant. Er is minder transport wanneer er een organisatie tussen zit die de voedingsmiddelen verzamelt en verspreidt. De afbeelding hieronder laat dat zien.**

![image](media://19438a45-8c79-41b2-a84f-777708133026)

*Afbeelding 2 Minder transport door distributie*

## **Verpakking**

**Wanneer je in de supermarkt aardbeien koopt, wil je dat die aardbeien er goed uitzien. Dat betekent mooie rode aardbeien zonder beschadigingen. Om de aardbeien te beschermen tegen beschadiging, is een verpakking noodzakelijk. Hoe langer het duurt voordat de aardbeien bij de consument aankomen, hoe beter die verpakking moet zijn. Zo zijn kartonnen bakjes voldoende voor aardbeien in een boerderijwinkel, maar niet voor de supermarkt. In de supermarkt vind je aardbeien in plastic bakjes met deksel en met bubbeltjesplastic op de bodem van het bakje. Die plasticbakjes met aardbeien zijn grootschalig vervoerd, waarbij nog meer verpakkingsmateriaal komt kijken. Hoe minder schakels in de keten, hoe minder verpakkingsmateriaal er nodig is.**

## **Voedselverspilling**

**In elke schakel van de voedselketen kan voedselverspilling voorkomen. Bij sommige schakels, zoals transporteurs en inkooporganisaties, is dat heel weinig en bij andere schakels, zoals verwerkers en supermarkten, is dat wat meer. Wanneer een keten uit minder schakels bestaat, is er dus ook minder voedselverspilling. Vooral wanneer de organisaties tussen de producent en de consument hoge eisen stellen aan het uiterlijk van producten, is er veel voedselverspilling. Als komkommers bijvoorbeeld allemaal even lang en recht moeten zijn, worden er veel komkommers afgekeurd en weggedaan. Maar als komkommers direct bij de producent aan de consument verkocht worden, is het niet erg als de ene komkommer wat kleiner is dan de andere of als er een kromme komkommer tussen zit. Dan is er veel minder verspilling van voedsel.**

## **Energieverbruik**

**De productie en het transport van voedsel, de productie van verpakkingsmaterialen en het op de juiste temperatuur bewaren van voedingsmiddelen kost allemaal energie. In een korte voedselketen wordt er minder energie verbruikt dan in een lange keten doordat er minder transport en verpakkingsmateriaal nodig is en doordat producten minder lang bewaard hoeven te worden. Ook wordt er indirect minder energie verbruikt doordat er minder voedsel, waar voor de productie energie in gestopt is, verspild wordt.**

## **Prijs**

**Elke organisatie die tussen de producent en de consument zit, doet iets met het product en verdient daar geld aan. Daardoor gaat de waarde van het product bij elke schakel in de keten omhoog. De uiteindelijke waarde is de prijs die de consument voor het product betaalt. Die prijs mag niet te hoog worden, want dan kiest de consument voor een ander product. Daarom probeert elke schakel in de keten het product voor een zo laag mogelijke prijs te kopen. Dat zorgt er vaak voor dat boeren zo’n lage prijs voor hun producten krijgen, dat ze er een zeer laag inkomen aan overhouden. En het zijn juist de boeren die het meeste werk aan een product hebben. Door zo min mogelijk organisaties tussen de producent en de consument te hebben, kan de boer een hogere prijs voor zijn producten krijgen zonder dat de consument meer betaalt. Zo krijgt de boer het inkomen dat hij verdient.**

## **Inzicht in de herkomst**

**Op dit moment is de Nederlandse voedselketen zo lang dat mensen vaak niet weten waar hun voedsel vandaan komt. Maar weinig mensen weten hoeveel werk een boer verricht om voedsel te produceren en welke reis voedingsmiddelen maken voordat ze bij de consument terecht komen. Wanneer de ketens korter zijn, is het duidelijker waar voedsel vandaan komt. Dat inzicht in de herkomst van voedsel kan bij consumenten zorgen voor meer waardering voor het voedsel en voor de producent. Daardoor wordt er weer minder voedsel weggegooid door de consument. Zo zorgt ook inzicht in de herkomst voor meer duurzaamheid in de voedselketen.**

<u>Opdracht 4.2 – Herkomst van voedsel:</u> De leerlingen denken na of zij weten waar hun eigen voedsel vandaan komt.

 *Materialen:*

-     [  Werkblad 4.2](https://edepot.wur.nl/509212)

 *Toelichting:*

Op werkblad 4.2 schrijven de leerlingen op waar het voedsel in hun schooltas vandaan komt. Weten ze dat? En zo ja, komt het dan van dichtbij of ver weg?

Ga na de opdracht in gesprek over enkele antwoorden. Vraag leerlingen naar een product, en vraag naar de duurzaamheid van dit product.

# <span style="color: #99cc00">**De uitdaging in korte ketens: efficiënt transport**</span>

**Er zijn in Nederland al verschillende regionale initiatieven ontstaan die zowel korte ketens als lokaal voedsel stimuleren, om zo het voedselsysteem duurzamer te maken. De mensen achter die initiatieven lopen allemaal tegen hetzelfde probleem aan: het efficiënt inrichten van het transport. Op grote schaal kunnen voedingsmiddelen efficiënt getransporteerd worden door met grote, volle vrachtwagens te rijden. Op kleine schaal gaat dat niet. Er moeten dan bestelbusjes ingezet worden in plaats van vrachtwagens en die bestelbusjes zitten lang niet altijd vol. Moet de voedselketen dan toch minder kort en minder lokaal zijn om het voedselsysteem echt duurzamer te maken? Of is er een manier om ook het transport duurzaam in te richten?**

<u>Opdracht 4.3 – Duurzaam transport:</u> Ga hierover in discussie met de klas. Heeft iemand een oplossing? 

*Materialen:*

-       Geen materialen nodig.

 *Toelichting:*

Ga met de leerlingen een discussie aan over het transport in korte ketens.

# <span style="color: #99cc00">**Voorbeelden van initiatieven**</span>

Willem & Drees verzorgt samen met Beebox biologische maaltijdboxen met groente en fruit direct van de boer. Vertel hoe en waarom de mensen achter Willem & Drees korte ketens stimuleren. Nog een interessant initiatief om met de leerlingen te delen is Herenboeren. Een herenboerderij is een kleinschalig gemengd coöperatief boerenbedrijf. Dat betekent dat het kleine boerderijen zijn, die zich op één locatie bezighouden met verschillende activiteiten. Bijvoorbeeld fruitteelt, melkvee en varkens. De Herenboerderijen zijn coöperatief. Dit betekent dat ze in het bezit zijn van een groepje eigenaren. Zij produceren, consumeren en verkopen hun eigen voedsel.

<u>Opdracht 4.4 – Herenboeren:</u> Bekijk het [filmpje](https://www.herenboeren.nl/de-herenboerderij/) over Herenboeren en laat de leerlingen een opdracht maken over Herenboeren.

*Materialen:*

*-*      [ Werkblad 4.4](https://edepot.wur.nl/509213)

-      [ Factsheet appel](https://edepot.wur.nl/509142)

-      [ Factsheet yoghurt](https://edepot.wur.nl/509145)

*Toelichting:*

In een gemengd bedrijf zoals de Herenboeren kunnen de verschillende voedselketens gebruik maken van elkaars reststromen. Dat komt omdat er verschillende productieprocessen gaande zijn op de boerderij.

Op werkblad 4.4 schrijven de leerlingen op hoe de voedselketens van appel en yoghurt gebruik kunnen maken van elkaars reststromen.

** **