---
title: "Lesinhoud les 6"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/voedseltransitie/21463102/Lesinhoud%20les%206"
format: markdown
---
**Deze les bestaat uit de volgende hoofdstukken:**

- **Reststromen en duurzaamheid **
- **Lesinhoud les 6#Reststromen verwaarden**
- <span style="color: #000000">**Voorbeelden van initiatieven tegen voedselverspilling**</span>

# <span style="color: #99cc00">**Reststromen en duurzaamheid**</span>

**Een andere manier om het voedselsysteem te verduurzamen, is door nieuwe producten te maken van reststromen, ofwel van het afval dat in de voedselketen ontstaat. Zo ga je voedselverspilling en voedselverlies tegen en vergroot je de opbrengst.**

**In de gehele keten van producent naar consument vindt verlies van voedsel plaats. Slechts 2/3 van het voedsel dat bedoeld is voor menselijke consumptie komt daadwerkelijk bij de consument terecht. Dat betekent dat wereldwijd 1/3 van de voedselproductie voor menselijke consumptie verloren gaat, wat neerkomt op 1,3 miljard ton voedsel per jaar. In de Europese Unie is het totale voedselverlies berekend op 89 miljoen ton per jaar. Over alle sectoren heen gaat het om 179 kg weggegooid voedsel per hoofd van de Europese bevolking. De grondstoffen die daarvoor gebruikt worden, de energie die erin gestopt wordt en de broeikasgassen die daarbij vrijkomen, zijn dus allemaal onnodig.**

**In elke schakel in de keten gaat wel wat voedsel verloren, bij de ene schakel meer dan bij de andere. Soms gaat het om onvermijdelijke verliezen. Dat betekent dat niet-eetbare producten of delen ervan weggegooid worden zoals rotte aardappels of het loof van wortels. Maar soms worden ook eetbare producten of delen ervan weggegooid, bijvoorbeeld kromme komkommers of tomaten met een scheurtje in de schil. Bij dit vermijdbare verlies is er sprake van voedselverspilling. De consument is de grootste verspiller van voedsel. De Europese consument is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van het totale voedselverlies in de Europese voedselketen. Zo’n 35% van het door de consument weggegooide voedsel is onvermijdelijk verlies (schillen, stronken, kaaskorsten, botten en graten) en 65% is gewoon eetbaar. De consument is dus een belangrijke schakel in het tegengaan van voedselverspilling.**

**Als we kijken naar de voedselketen van producent tot supermarkt, kan veel voedselverlies voorkomen worden door reststromen beter te benutten. Reststromen zijn productstromen die niet de reguliere weg van het voedsel volgen, maar gedurende het productieproces of bij de consument verspild worden. Reststromen bij de boer/producent ontstaan door oogstverliezen, veesterfte, marktinstabiliteit of hoge kwaliteitseisen van andere schakels in de keten. Verliezen door marktinstabiliteit ontstaan doordat de boer niet altijd kan voorspellen hoeveel hij aan de markt kan verkopen. Soms blijft de boer dus zitten met voedsel dat niet verkocht kan worden. Ook stellen verwerkers en supermarkten vaak hoge eisen aan producten. De producten moeten er goed uitzien voor de verkoop. Dit is nog een reden waarom de boer niet altijd al het geproduceerde voedsel verkocht krijgt. Reststromen bij de verwerker/fabrikant ontstaan door strenge productselectie, ruim wegsnijden van onbruikbare delen en productie-uitval. Reststromen bij de leverancier en inkooporganisatie ontstaan door slechte verpakkingen, verkeerd gelabelde producten, slechte bewaaromstandigheden of slecht voorraadbeheer. En bij de supermarktformules en supermarkten ontstaan reststromen door een te hoge inschatting van de vraag, het overschrijden van de houdbaarheidsdatum en beschadiging van het product. In veel gevallen zijn reststromen nog goed bruikbaar voor andere doelen. Ook in de horeca gaat onnodig veel voedsel verloren door te grote inkoop, te grote porties en het overschrijden van de houdbaarheidsdatum.**

<u>Opdracht 6.1 – Voedselverlies (10 minuten):</u> Inventariseren van de reststromen die ontstaan in de voedselketen van de aardappel.

*Materialen:*

- [Werkblad 6.1](https://edepot.wur.nl/509227)
- [Factsheet ‘Aardappel’](https://edepot.wur.nl/509141)

 *Toelichting:*

Bij elke stap uit de voedselketen ontstaan reststromen. Een product waarbij veel verspilling voorkomt is de aardappel. Bedenk per stap waardoor reststromen kunnen ontstaan in de voedselketen van de aardappel. Waardoor ontstaan reststromen bij:

- De boer/producent?
- De verwerker/fabrikant?
- De supermarkt/retailer?
- De consument?

 Gebruik de factsheet ‘aardappel’ uit de toolbox om de antwoorden uit te leggen.

# * *<span style="color: #99cc00">**Reststromen verwaarden**</span>

**Sommige reststromen hebben meer waarde dan andere reststromen. Deze waarde hangt af van de producten die van de reststroom gemaakt kunnen worden. De Piramide van Waarde (afbeelding 3)**

**laat zien waarvoor reststromen ingezet kunnen worden. Hoe hoger een product zich op de piramide bevindt, hoe waardevoller de reststroom is. Reststromen waar bijvoorbeeld medicijnen van gemaakt worden, hebben veel waarde. Er zijn maar weinig producten waarmee dit mogelijk is. Door de schaarste stijgt de waarde. Reststromen die worden gebruikt om energie op te wekken, hebben minder waarde. Bijna alle reststromen kunnen namelijk verbrand worden om energie op te wekken.**

**De Ladder van Moerman (zie afbeelding) laat zien waar reststromen voor benut kunnen worden. De ladder richt zich specifiek op voedsel. Het belangrijkste is natuurlijk om voedselverspilling te voorkomen. Daarom staat preventie op de bovenste trede van de ladder. Daarna geeft de ladder de volgorde weer van wat de beste en minder goede gebruiksdoelen zijn voor voedseloverschotten. Als er overtollig voedsel ontstaat, moet in de eerste plaats onderzocht worden of dit voedsel nog gegeten kan worden door mensen. Bijvoorbeeld door het naar de voedselbank te brengen, of door er een ander product van te maken (denk aan soep van restjes groente). Vervolgens wordt onderzocht of het voedsel nog geschikt is voor dieren, in de industrie, voor verwerking tot meststof, het opwekken van duurzame energie en tot slot verbranding.**

![image](media://bce188a6-2d83-4bbe-a8f7-5ac61138e356)

*De mogelijke waarde van reststromen*

<u>Opdracht 6.2 – Verwaarden van reststromen (10 minuten):</u> Hoe kunnen de reststromen uit opdracht 6.1 benut worden?

 *Materialen:*

- [Werkblad 6.1 (reeds ingevuld)](https://edepot.wur.nl/509227)
- [Werkblad 6.2](https://edepot.wur.nl/509228)

 *Toelichting:*

- Schrijf de reststromen onder elkaar op.
- Schrijf achter elke reststroom op welke trede deze zich bevindt op de Ladder van Moerman.
- Schrijf achter elke trede een suggestie voor een product dat je van deze reststroom zou kunnen maken.

# <span style="color: #99cc00">**Voorbeelden van initiatieven tegen voedselverspilling**</span>

**Er zijn al veel voorbeelden van bedrijven die iets willen doen aan voedselverspilling. Zij proberen voedselverspilling te voorkomen en proberen de reststromen die toch ontstaan te verwaarden.**

**Voorbeelden van initiatieven zijn:**

- **De verspillingsfabriek**
- **Kromkommer**
- **Thijsthee**
- **InStock**
- **Rotterzwam**
- **Buurtbuik**
- **Too good to go app**
- **Buitengewoon Almere**

<u>Opdracht 6.3 – Reststromen benutten (15 minuten):</u> Hoe kunnen de reststromen op school beter benut worden?

 *Materialen:*

- [Werkblad 6.3](https://edepot.wur.nl/509229)

*Toelichting:*

Ook binnen jullie school wordt vast veel voedsel weggegooid. Gebruik werkblad 6.3 om te onderzoeken of je deze reststromen kunt verwaarden.

- Onderzoek wat voor voedsel er op jullie school wordt weggegooid. Denk bijvoorbeeld aan de kantine, maar ook aan eten dat studenten weggooien.
- Schrijf een recept voor een product dat gemaakt kan worden van verspild voedsel. Dit product moet je opnieuw kunnen verkopen in de kantine.

<u>Opdracht 6.4 – Foodbattle (2) (10 minuten):</u> Tijdens opdracht 6.4 bespreken de leerlingen de resultaten van de Foodbattle.

*Toelichting:*

In les 3 is aan alle studenten gevraagd om gedurende drie dagen bij te houden hoeveel voedsel zij weggooien. Bekijk de resultaten van de Foodbattle. Bespreek welke tips de studenten voor elkaar hebben. En zijn ze ook anders met hun eten omgegaan op de dagen dat ze meededen aan de Foodbattle? Denk voor gespreksonderwerpen en ondersteunende vragen bijvoorbeeld aan:

- Was de leerling zich bewuster van zijn/haar verspilling op de dagen dat de app werd ingevuld?

* *