---
title: "Lesinhoud les 3"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/voedseltransitie/21463081/Lesinhoud%20les%203"
format: markdown
---
**Deze les bestaat uit de volgende hoofdstukken:**

- **Eerst een terugblik  **
- **Lokaal voedsel en duurzaamheid  **
- **Wat groeit er in Flevoland?  **
- **Voorbeelden van initiatieven **

# <span style="color: #99cc00">**Eerst een terugblik**</span>

**Voedseltransitie gaat over het veranderen van de voedselproductie naar een duurzamer systeem. Een systeem dat beter is voor mens en milieu en dat iedereen van voedsel kan voorzien. Dus duurzaam, betaalbaar en opschaalbaar.**

** Zoals in de vorige les is genoemd, kan een duurzame voedselproductie bereikt worden door:**

- **te kiezen voor lokaal voedsel;**
- **de voedselketen te verkorten;**
- **reststromen te benutten;**
- **te kiezen voor eiwittransitie.**

** In de komende lessen worden deze manieren om het voedselsysteem te verduurzamen verder toegelicht. Deze les gaat over lokaal voedsel.**

# ** **<span style="color: #99cc00">**Lokaal voedsel en duurzaamheid**</span>

**Er wordt veel voedsel geïmporteerd uit verre landen, waardoor een product een lange afstand moet afleggen voordat het in de supermarkt ligt. Tegelijkertijd wordt veel voedsel dat in Nederland geproduceerd wordt, geëxporteerd naar het buitenland. Het is efficiënter als producten in het eigen land of zelfs in de eigen regio geproduceerd én geconsumeerd worden. Dat heeft meerdere voordelen op het gebied van duurzaamheid:**

- **Door de kortere afstand tussen producent en supermarkt worden er minder transportkilometers gemaakt. Daardoor komen er minder broeikasgassen vrij. Vooral het vliegtuig stoot veel broeikasgassen uit en is daarmee de minst duurzame vorm van transport. Bij lokaal voedsel zijn vliegtuigen niet van toepassing.**
- **Ook voor het koelen en bewaren is minder energie nodig, want lokaal voedsel is dankzij de korte transportafstand sneller bij de consument en hoeft dus minder lang gekoeld te worden.**
- **Lokaal voedsel stimuleert de lokale economie, bijvoorbeeld de Flevolandse economie.**
- **Bij voedsel uit de regio of uit eigen land wordt er vaak meer aandacht besteed aan de kwaliteit van het voedsel, aan dierenwelzijn en aan landschapswaarde dan in andere landen.**

** Maar: lokaal voedsel is alleen duurzamer wanneer het gaat om seizoensgroenten en -fruit. Groenten die in Nederland geproduceerd worden, maar niet in het seizoen, hebben namelijk een verwarmde kas nodig om te groeien. Het verwarmen van een kas gedurende de winter is minder duurzaam dan het transporteren van voedingsmiddelen uit bijvoorbeeld Spanje met een vrachtwagen. Om die reden is het in de winter beter om Spaanse tomaten te kopen dan Nederlandse tomaten. Lokale groenten en fruit van het seizoen zijn dus het meest duurzaam.**

*** ***<u>Opdracht 3.1 – Voedselkilometers van groente en fruit:</u> Leerlingen berekenen hoeveel kilometer hun voedsel heeft afgelegd.

*Materialen:*

-       [Werkblad 3.1](https://edepot.wur.nl/509184)

*Toelichting:*

Laat de leerlingen aan de hand van de vragen op werkblad 3.1 nadenken over de kilometers die verschillende soorten groente en fruit afleggen voordat ze in de supermarkt liggen en over groenten en fruit van het seizoen. Bij de laatste vraag gaan ze in tweetallen een recept schrijven met lokale seizoensgroenten.

# <span style="color: #99cc00">**Wat groeit er in Flevoland?**</span>

**In Nederland wordt veel landbouw bedreven. Vooral in Flevoland wordt veel voedsel geproduceerd. Bijna 90.000 hectare Flevolandse grond is landbouwgrond. Dat is ongeveer 60% van de oppervlakte van Flevoland. **

<u>Opdracht 3.2 – De Schijf van Vijf Dichtbij:</u> De leerlingen onderzoeken welke producten in Flevoland veel geproduceerd worden.

*Materialen:*

-       [Werkblad 3.2](https://edepot.wur.nl/509200)

*Toelichting:*

In opdracht 3.2 gaan de leerlingen ontdekken uit welke vakken de Schijf van Vijf bestaat en welke vijf producten veel in Flevoland geproduceerd worden. Zie daarvoor de bestanden over de Schijf van Vijf Dichtbij. Optioneel: laat de leerlingen uitzoeken hoe duurzaam deze vijf producten zijn. Bovenstaand voorbeeld kan worden vervangen door een lokaal voorbeeld, om de relevantie van de opdracht voor studenten te vergroten.

# <span style="color: #99cc00">**Voorbeelden van initiatieven**</span>

**Onder het merk Gijs worden verschillende producten van Nederlandse bodem verkocht in boerderijwinkels, speciaalzaken en PLUS-supermarkten. Ook Flevolandse vis (uit Urk) komt met dit merk in de PLUS terecht. Vertel hoe en waarom de mensen achter Gijs lokaal voedsel stimuleren.**

**Voorbeelden van voedselproducenten in Flevoland die hun producten lokaal verkopen, zijn het Kersenboertje in Almere en Fruithal Smits in Zeewolde. Op de website van Lokaal Voedsel Flevoland staan nog meer initiatieven. Ga eventueel op excursie naar zo’n lokaal bedrijf.**

**Veel ondernemers zijn dus al bezig met het verduurzamen van de voedselketen, onder andere door het verkopen van lokaal voedsel. Maar zelf kunnen de leerlingen natuurlijk ook iets doen aan een duurzamere voedselproductie.**

* *<u>Opdracht 3.3. – Foodbattle (1):</u> De leerlingen registreren hoeveel voedsel zij weggooien.

*Materialen:*

-       [Website foodbattle](http://www.foodbattle.nl)

*Voorbereiding:*

Maak voorafgaand aan de les een groepsbattle aan op de [website van de Foodbattle](http://www.foodbattle.nl). Vraag studenten om tijdens de les een account aan te maken.

*Toelichting:*

Vraag de leerlingen om thuis gedurende drie dagen bij te houden hoeveel voedsel ze weggooien. Bovenstaand voorbeeld kan worden vervangen door een lokaal voorbeeld, om de relevantie van de opdracht voor studenten te vergroten.

  


** **