---
title: "2.2. Hoe zijn we dieren gaan gebruiken?"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/pf01/19300530/2.2.%20Hoe%20zijn%20we%20dieren%20gaan%20gebruiken%3F"
format: markdown
---
De hond is de eerste diersoort die we ongeveer 15.000 jaar geleden zijn gaan gebruiken als huisdier. De hond is gedomesticeerd. Of eigenlijk is de hond waarschijnlijk langzaam vanuit de wolf ontstaan en uit vrije wil bij ons gaan wonen. Hij heeft dus eigenlijk zichzelf gedomesticeerd. Sinds de hond zijn er nog een aantal andere diersoorten, al dan niet uit vrije wil, gedomesticeerd. Ze zijn bij ons aangesloten en leven in of bij ons huis: het zijn onze huisdieren. Het belangrijkste kenmerk van onze huisdieren is dat ze tam zijn: ze vallen mensen niet aan en ze schrikken ook niet van de aanwezigheid van mensen. Ze krijgen jongen (nakomelingen), ook wanneer ze niet meer in het wild leven. Een ander kenmerk van gedomesticeerde dieren is dat hun leven voor een groot deel onder de controle staat van mensen. Die bepalen wat de dieren eten, hoe ze gehuisvest worden en wanneer en met wie ze zich mogen voortplanten.

In de volgende tijdbalk is aangegeven wanneer welke diersoort is gedomesticeerd en waar de domesticatie heeft plaatsgevonden.

![image](media://b33a3dcd-e4d3-48fc-8fac-6eab36140007)

> 📝 ##  **Voorbeeld: Hoe werkt domesticatie? - resultaten van een bijzonder experiment**
> 📝 
> 📝 We hebben al gezien dat generaties van selectie geleid heeft tot gedomesticeerde dieren. Maar wat gebeurde er dan bij die selectie? Hoe kan het dat een wild dier veranderd in een huisdier? Dit gaan we illustreren aan de hand van een bijna veertigjarig experiment dat begonnen is in de Sovjet Unie in de jaren vijftig van de twintigste eeuw. Belyaev was hoofd onderzoek en werkte op een groot staatsbedrijf met duizenden zilvervossen in Novosibirsk. Hij was geïnteresseerd in de mogelijkheid om het agressieve gedrag van veel vossen door selectie te veranderen. Het was in die tijd verboden om onderzoek in genetica te doen en Belyaev selecteerde onder het mom van fysiologisch onderzoek(de werking van het lichaam) uit een groep van ongeveer 800 vossen steeds de tamste dieren als ouders voor de volgende generatie. Hij deed dit eerst door een stok en in latere generaties een hand door de tralies te steken. De dieren die er nieuwsgierig op af kwamen, selecteerde hij.De dieren die aanvielen of zich achter in het hok tegen de wand drukten, vielen af. Uit de geselecteerde dieren fokte hij de volgende generatie van weer ongeveer 800 dieren, selecteerde weer de nieuwsgierigste, fokte weer een generatie, enzovoort. In het begin waren de meeste vossen bang, agressief, of een combinatie van beide. Maar het aantal nieuwsgierige vossen werd elke generatie groter. Na elf generaties herkende je de vossen niet meer terug. De vossen waren nu van nature heel erg nieuwsgierig en blij als er mensen kwamen.

![image](media://348499ec-531f-4b97-997d-83099eb716ea)

> 📝 Met het veranderde gedrag was ook het uiterlijk van de vossen soms erg veranderd. Waar de oorspronkelijke zilvervos egaal grijs is met zwart aan de oren, poten en staart, had een deel van de tamme vossen vlekken gekregen. En waar de zilvervos staande oren en een rechte staart heeft, had een deel van de vossen hangende oren en een krul in de staart gekregen. Daarnaast gingen sommige vossen blaffen (dat doen normaal alleen jonge vossen), kregen sommige vossen meer dan één reproductiecyclus per jaar, en werden de vossen lichter gebouwd. Allemaal als gevolg van selectie op gedrag! Belyaev, en later zijn opvolgster Ljudmilla Trut, hebben aangetoond dat bepaalde fysiologische processen in de vossen zijn veranderd. Stoffen die te maken hebben met gedrag, hebben ook te maken met de ontwikkeling van klein vosje tot volwassen dier. Het lijkt alsof selectie op gedrag ervoor gezorgd heeft dat bepaalde aspecten van het dier, zoals de botstructuur en gedrag, in een onvolwassen stadium zijn blijven steken. Dat kan ook de reden zijn dat de vossen zijn gaan blaffen: dat doen normaal alleen jonge vossen, niet de volwassen vossen. Onbewust was er dus op onvolwassen (en daarmee gemakkelijk hanteerbaar) gedrag geselecteerd. Waarom de dieren dan ook vlekken en anders gevormde oren en staart kregen, is nog niet helemaal duidelijk. De vlekken hebben te maken met het later op gang komen van bepaalde processen in de vroege ontwikkeling van het dier, maar het nut is niet duidelijk.

![image](media://e8fe7c71-6f53-47b5-b258-136f069e5af6)

## **Onze gedomesticeerde dieren**

Wat moeten jullie nou met dit verhaal over de zilvervos? Het lijkt erop dat wat er gebeurd is in de zilvervos tijdens de generaties van selectie, ook gebeurd is in andere diersoorten. Een vergelijkbaar selectie-experiment op tam gedrag bij ratten heeft laten zien dat ook daar na een aantal generaties dieren met een gevlekte vacht geboren werden. En denk maar aan de gevlekte vacht, en soms flaporen, die koeien, schapen, katten, konijnen, cavia’s, muizen, paarden, honden, varkens, lama’s, ezels, enzovoort hebben. En hetzelfde geldt voor de veren bij kippen, duiven, kalkoenen, eenden, ganzen, enzovoort. De resultaten van het zilvervosexperiment hebben mensen aan het denken gezet over hoe de domesticatie van de hond is gegaan. In plaats van de theorie dat jagers wolvenjongen gestolen hebben uit het nest, of ze meegenomen hebben nadat ze de ouders hadden geschoten, is er een nieuwe theorie ontstaan. Ze denken dat de hond zichzelf heeft gedomesticeerd. Het idee is dat lang geleden, toen de mens stopte met rondtrekken en zich voor langere tijd op één plek vestigde, onbewust de selectie begon. Doordat de mensen niet meer verder trokken, hoopte het afval zich op. De wolven die het meest nieuwsgierig waren, profiteerden daarvan. Zij durfden dichterbij te komen en van het afval te eten. In plaats van steeds te moeten gaan jagen, was er hier ineens een zekere vorm van voedselvoorziening. De wolven die ervan durfden te eten, hadden dan ook een hogere kans om te overleven. Dat was dus selectie op nieuwsgierigheid en niet op bang gedrag! Over generaties heen zouden de wolven daarom steeds vrijer en vriendelijker geworden zijn en uiteindelijk zouden er dieren door mensen zijn geadopteerd. Het zou kunnen dat die er al niet meer als wolf uitzagen. Het kan ook zijn dat de wolven uit vrije wil bij de mensen bleven wonen. Niet in huis, maar in de buurt en dat ze met hen meetrokken als de mensen zich verderop gingen vestigen.

![image](media://16bfe2d3-cdf1-49ed-994f-68dda0e44967)

In Afrika, Azië, maar ook in de Zuid-Europese landen zie je veel straathonden. Het lijken kruisingen tussen verschillende rassen, maar het zou ook kunnen dat deze honden juist de ‘oorspronkelijke’ honden zijn. Ze wonen vaak op straat, liggen voor een huis waar ze wat restjes te eten krijgen, waken daarvoor in de plaats, maar zijn van niemand. Soms gaan die honden mee met herders en bewaken de kudde, soms gaan ze mee op jacht. Maar ze zijn vaak nog steeds van niemand en doen het vrijwillig. Dit zou de manier geweest kunnen zijn waarop waakhonden, herdershonden en jachthonden zijn ontstaan. Als de hond erg goed was, nam je hem wel in huis en fokte je er een nestje mee. Onze huidige rashonden bestaan vaak nog maar honderd jaar. Daarvoor waren het wel huishonden, maar was er geen regel die vertelde hoe ze er uit moesten zien.

Dit verhaal over de domesticatie van honden zou, in een aangepaste vorm natuurlijk, ook kunnen gelden voor andere diersoorten: de meest tamme dieren waren in het voordeel en werden uiteindelijk ‘in huis’ genomen. Denk maar eens aan het verhaal van de kat die is gedomesticeerd in het oude Egypte. Het dier was er heilig. Misschien dat de tamste dieren bijvoorbeeld het best gevoerd werden. Daarmee is het in het voordeel van de kat om tam gedrag te vertonen en hebben die dieren ook de meeste kans om jongen te krijgen. Immers, voor de moeder wordt al goed gezorgd.