---
title: "4.3. Wat is inteelt en wat voor invloed heeft het?"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/pf01/19300480/4.3.%20Wat%20is%20inteelt%20en%20wat%20voor%20invloed%20heeft%20het%3F"
format: markdown
---
In veel diersoorten worden minder vader- dan moederdieren gebruikt. Dat komt doordat mannelijke dieren vaak veel meer nakomelingen kunnen krijgen. En dus heb je minder vaders nodig om met alle moeders te paren. Gevolg is dat er strenger geselecteerd wordt in de vaderdieren. Daarom kun je onderscheid maken tussen een selectie om vaders en een selectie om moeders voor de volgende generatie te selecteren: het zijn twee selectiepaden. Omdat de vaders een grotere invloed hebben op de volgende generatie (ze krijgen meer nakomelingen) is het logisch om de ouders van de vaders strenger te selecteren dan die voor de moeders. Je wilt dus alleen nieuwe vaders die geboren zijn uit de allerbeste mannelijke en vrouwelijke dieren uit de vorige generatie. Eigenlijk is de selectie van vaders en moeders dus verder op te delen in vier selectiepaden. In volgorde van strengheid van selectie zijn dat:

1. De selectie van vaderdieren die de vaders worden van de volgende generatie vaderdieren.
2. De selectie van vaderdieren die de vaders worden van de volgende generatie moederdieren.
3. De selectie van de moederdieren die de moeders worden van de volgende generatie vaderdieren.
4. De selectie van de moederdieren die de moeders worden van de volgende generatie moederdieren.

Deze vier paden worden niet bij alle diersoorten gebruikt. Bij veel diersoorten wordt alleen de selectie van mannelijke en vrouwelijke dieren bewust gedaan. Die kennen alleen de selectiepaden 2 en 4.  


> 📝 ### **Voorbeeld van inteelt door een paring tussen broer en zus**
> 📝 
> 📝 De ouders zijn niet ingeteeld en zijn voor een bepaald gen allebei heterozygoot en voor verschillende allelen. Moeder kan allel 1 of allel 2 doorgeven aan haar dochter en allel 1 of allel 2 aan haar zoon. Vader kan allel 3 of allel 4 doorgeven aan zijn dochter en ook allel 3 of allel 4 aan zijn zoon. Dus zoon en dochter kunnen allebei dezelfde allelen hebben gekregen, maar ook verschillende allelen. De kans daarop is even groot. Deze dieren zijn niet ingeteeld: hun ouders zijn onverwant. Maar wanneer je broer en zus gaat paren, dan zijn de nakomelingen wel ingeteeld. De geitjes hoeven niet homozygoot te zijn geworden doordat ze van beide ouders een allel kregen wat die weer van dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben gekregen. Maar het kan wel, de kans dat gebeurt is in het geval van een broer-zus paring 1 uit 4. Dat is best een grote kans. In dit geitenvoorbeeld wordt de situatie voor een enkel gen uitgelegd, maar dit verhaal kun je voortzetten voor alle genen in het lichaam. Dus bij een paring tussen broer en zus is er voor elk gen 25 procent (een kwart van de mogelijkheden) kans dat de nakomeling homozygoot wordt. De inteeltcoëfficiënt is dus 0.25. Hoe minder nauw verwant de ouders, hoe minder groot de kans om homozygoot te worden door inteelt.

![image](media://5c153c72-aa9e-427c-8608-3130cbfe7873)