---
title: "4.1 Data en berekeningswijze"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/533692417/4.1%20Data%20en%20berekeningswijze"
format: markdown
---
In deze paragraaf worden berekeningswijzen voor KPI’s beschreven. Omdat deze KPI’s conceptuele voorstellen zijn, moeten de berekeningswijzen gezien worden als een eerste stap om na te gaan of er perspectief is om deze KPI’s verder te ontwikkelen. Aanbevelingen voor een vervolg om deze KPI’s verder te ontwikkelen zijn uitgewerkt in [4.6 Discussie](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/1857781777).

### Landgebruik 

In grote lijnen betreft de KPI het aandeel van de landbouwgrond op het bedrijf dat wordt ingezet voor de hoogste prioriteit die mogelijk is. 

Om een concreet startpunt te hebben van de berekening van deze KPI is voor nu de geschiktheid van de bodem ingeschat met de grondwatertrap en grondsoort zoals vastgelegd in informatie die iedere melkveehouder en akkerbouwer beschikbaar heeft (of kan krijgen). Als grond geschikt is voor akkerbouwgewassen voor humane consumptie en die worden er ook geteeld, dan krijgt die oppervlakte een positieve waardering; als die grond gebruikt wordt voor voedergewassen of overige gewassen krijgt die oppervlakte een negatieve waardering. Als grond niet geschikt is voor akkerbouw en er worden diervoeders geteeld, inclusief grasland, dan krijgt die oppervlakte een positieve waardering. Als er overige gewassen worden verbouwd die niet voor humane voeding of diervoeding worden gebruikt, bijvoorbeeld siergewassen of energiegewassen, krijgt die oppervlakte een negatieve waardering. Er wordt geen rekening gehouden met het uiteindelijke gebruik van de producten, bijvoorbeeld tarwe dat in Nederland grotendeels wordt gebruikt als diervoeder. Dit is een versimpeling van prioritering van gewassen zoals die wordt gehanteerd in de wetenschappelijke literatuur. Zie verder [4.6 Discussie](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/1857781777). 

Op basis van een studie in de Achterhoek en Twente (Kernebeek et al., in voorbereiding) is een basis gelegd om de vochttoestand van percelen mee te nemen bij de beoordeling van de geschiktheid voor verschillende teelten. In dat rapport wordt aangegeven dat de grondwatertrap IV geschikt is voor hoogsaldoakkerbouwgewassen en VI voor matigsaldoakkerbouwgewassen, en daarmee ook voor gewassen voor humane voeding. De overige grondwatertrappen, die dus droger (Gt > VI) en natter (Gt < IV) zijn geschikt voor grasland en voedergewassen. Met name grasland is geschikt voor drogere en nattere gronden omdat in droge of natte periode grasland weliswaar niet produceert of niet geoogst of beweid kan worden, maar in die periodes zelden volledig afsterft en na die periodes weer één of meerdere sneden kan produceren. 

Op basis van expert judgement zijn de volgende grondsoorten voorlopig aangemerkt als geschikt voor grasland en minder (of niet) voor akkerbouw (en dus humane voeding). Deze zijn weergegeven met grondsoortcodes (BOFEK-codes; Heinen et al., 2021) en een bodemomschrijving:

- 1001-1018 Veengronden
- 4001 Knipkleigronden (zavel en lichte klei)
- 4002 Kleigronden (klei) op veen
- 4007 Kleigronden (zware klei) homogeen of op zware klei tussenlaag of op veen
- 4010 Kleigronden (zware klei) op zware kleitussenlaag of zware kleiondergrond
- 4015 Kleigronden (zware klei) op veen
- 5001 Keileemgronden.

Voor de waardering per perceel wordt het volgende schema aangehouden:

![image-20260424-092636.png](media://2fad4856-2201-4543-a9b4-20f7f2728bc7)

De KPI Landgebruik beoordeelt het aandeel areaal dat wordt ingezet volgens prioritering en geschiktheid. Een eerste voorstel voor de berekening van de KPI is: 

*[oppervlakte grond ingezet volgens prioritering en geschiktheid] ****/**** *  
           *[totale oppervlakte grond ingezet voor teelten (inclusief grasland)*]

### Circulaire meststoffen 

In deze KPI is voor nu de keuze gemaakt om alleen stikstofmeststoffen in beschouwing te nemen omdat dat in hoeveelheid het meest gebruikte nutriënt is en verlies uit de kringloop milieuproblemen veroorzaakt. Voor andere nutriënten, zoals fosfaat, kali en magnesium, zijn er ook mogelijkheden voor het gebruik van circulaire (minerale) meststoffen. 

Eigen organische mest, zowel van dierlijke als van plantaardige oorsprong, wordt in deze KPI als circulair beschouwd. Op dit moment zijn er nog maar weinig volledig minerale meststoffen op de markt die circulair zijn. Voor deze KPI wordt er nu van uitgegaan dat aangevoerde minerale meststoffen (kunstmest) geen circulaire meststof is en organische mest een circulaire meststof. In de toekomst wordt het aandeel geheel of gedeeltelijk circulaire minerale meststoffen naar verwachting groter. Het is dan wel zaak dat deze informatie beschikbaar komt voor de gebruiker en meegenomen kan worden in de berekening van een KPI.

De nutriënten in meststoffen met RENURE (REcovered Nitrogen from manURE) status zijn afkomstig uit de dierhouderij. In RENURE is een groot deel van de stikstof per definitie in minerale vorm aanwezig, omdat het aandeel minerale N in RENURE minimaal 90% moet zijn (of een C/N-verhouding van 3 of lager). Nutriënten in RENURE meststoffen hebben een eerdere ronde van gebruik gehad en zijn daarom beschouwd als circulair, tenzij er niet circulaire stikstof wordt toegevoegd (zie [4.6 Discussie](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/1857781777)). 

Eerste voorstel voor de berekening van de KPI is:

*[hoeveelheid N-totaal circulair in toegepaste N-meststoffen] ****/**** *  
           *[hoeveelheid N-totaal in totaal toegepaste N-meststoffen]*

 In de melkveehouderij kan de KPI eenvoudig worden berekend in de KringloopWijzer vanuit de reeds beschikbare data. In de akkerbouw is berekening met behulp van de Nutriëntenbalans Akkerbouw mogelijk. 

### Afzet bedrijfseigen mest 

Deze KPI beoordeelt het aandeel hoogwaardig afgezette mest. Met hoogwaardig afgezet wordt bedoeld dat er een garantie is dat de mest wordt afgezet waar het nuttig ingezet kan worden. Wanneer mest van het bedrijf wordt afgevoerd, heeft de veehouder weinig controle over een hoogwaardige inzet van deze mest. Hoewel de verantwoordelijkheid van een veehouder begrensd is tot het eigen bedrijf, zou het in sommige gevallen mogelijk kunnen zijn om te kiezen voor intermediairs die mest afzetten waar het nuttig wordt ingezet. Op dit moment kan directe afzet bij een akkerbouwer worden gezien als hoogwaardige inzet. 

Een eerste voorstel voor de berekening van de KPI is: 

*[hoeveelheid hoogwaardig afgezette mest] ****/**** [totale hoeveelheid afgezette mest] *

### Oorsprong diervoeders 

Doel van deze KPI is om te beoordelen welk deel van het aangekochte diervoeder niet geschikt of gewenst is als humane voeding. Het is echter in de praktijk niet mogelijk om goed te definiëren welke grondstoffen wel en niet geschikt zijn als humane voeding.

Een optie is om bij de KPI voorlopig uit te gaan van het aandeel reststromen. In [de Handreiking afvalstof of product plantaardige productieresiduen](https://open.overheid.nl/documenten/ronl-06539f54e5374a8fa37a921cc5b40a4e5176bcb2/pdf) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gedefinieerd wat onder bijproducten valt: 

> ‘Stoffen, mengsels of voorwerpen die het resultaat zijn van een productieproces dat niet in de eerste plaats is bedoeld voor de productie van die stoffen, mengsels of voorwerpen.’

In ‘[Richtsnoeren voor het gebruik van diervoeder van niet langer voor menselijke consumptie bestemde levensmiddelen‘](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52018XC0416(01)) wordt de definitie van ‘niet langer voor menselijke consumptie bestemde levensmiddelen’ gegeven. In het kort is dit door NEVEDI gedefinieerd als ‘Rest- en bijproducten en voormalige voedingsmiddelen’. 

De materiaalstromen die in deze definities beschreven zijn, vallen in principe wel onder circulaire diervoeders. Het is echter een beperkte groep, de ingrediënten die geen reststroom zijn maar wel geschikt voor menselijke consumptie zijn geen onderdeel van deze definitie. Zie discussie voor de beperkingen van het hanteren van deze definitie. 

Eerste voorstellen voor de berekening van de KPI zijn:

 *[hoeveelheid reststromen in aangekochte diervoeding] ****/**** *  
                           *[hoeveelheid totaal aangekochte diervoeding] *

Voor het individuele veehouderijbedrijf bleek dat de berekening van deze KPI nu (nog) niet mogelijk is omdat informatie over de exacte aandelen van ingrediënten in samengestelde krachtvoeders nog niet vrijgegeven wordt voor de gebruikers (veehouders) van de krachtvoeders. 

### Eiwit van eigen land 

Deze KPI beoordeelt het aandeel eiwit in het rantsoen van vee dat niet aangekocht is, zoals dat voorgesteld is door de Commissie Grondgebondenheid (2018, [rapport grondgebondenheid](https://edepot.wur.nl/446638)). De exacte berekening vanuit bedrijfsdata is onder andere beschreven in de documentatie van de Kringloopwijzer (2024, [KringloopWijzer v2024](https://edepot.wur.nl/678185)). 

In formulevorm ziet de berekening er als volgt uit:

*Eiwit van eigen land (%) = [100 * (verbruik eiwit door de veestapel] – [aangekocht verbruikt eiwit door de veestapel)] / [verbruikt eiwit door de veestapel]. Verbruik = opname + voerverlies*

## Benodigde data en bronnen, inclusief bestaande datasystemen

### Data landgebruik 

Voor het berekenen van de KPI Landgebruik zijn het bouwplan, oppervlakte per teelt en de bijbehorende grondsoort en grondwatertrap nodig. De informatie over de ligging van de percelen en de geteelde gewassen zijn opgeslagen in zogenoemde shapefiles waarin GIS-informatie is opgeslagen en beschikbaar is voor akkerbouw- en melkveebedrijven. Met behulp van onder andere het programma Qgis kan deze informatie ontsloten worden. De shapefiles worden vervolgens gekoppeld aan de bodemkaart van Nederland om informatie over de grondsoort en de grondwatertrap van de percelen op te halen. Voor de combinatie grondsoort en grondwatertrap kan er vervolgens een tabel samengesteld worden waarin de landbouwkundige mogelijkheden van teelten op deze combinaties zijn opgenomen. Deze geschiktheid van grondsoorten en grondwatertrapcombinaties zal nog getoetst moeten worden door deskundigen en praktijkbedrijven.

### Data circulaire meststoffen. 

Voor de berekening van de KPI over circulaire meststoffen wordt gebruikgemaakt van de aanvoer van N-meststoffen op bedrijfsniveau. Het is nodig om te weten en of deze meststoffen (gedeeltelijk) circulair of niet circulair zijn. Dit wordt afgezet tegen het totale verbruik van N-meststoffen op het bedrijf. Beide worden uitgedrukt in kg N. Er wordt op dit moment bij de levering van minerale meststoffen nog niet vastgelegd of het volledige of gedeeltelijk circulaire meststoffen zijn. Naar verwachting wordt het aandeel van circulaire minerale meststoffen in de toekomst groter dan nu, mogelijk komen er dan ook meststoffen die voor een deel circulair zijn. Voor de KPI is nu nog een vereenvoudiging toegepast: organische meststoffen zijn circulair, minerale meststoffen zijn niet circulair. 

In de melkveehouderij kunnen dit soort data worden ontsloten via de centrale database KringloopWijzer. In de akkerbouw is dit soort informatie in principe beschikbaar in bedrijfsmanagementsystemen en vanuit aankoopfacturen/jaaroverzichten van meststoffenleveranciers.

### Data afzet bedrijfseigen mest 

Als een bedrijf mest afzet, dient dat aangemeld te worden bij RVO met [het realtime Vervoersbewijs dierlijke mest (rVDM)](https://www.rvo.nl/onderwerpen/mest/dierlijke-mest-vervoeren#alles-over-rvdm). Hierin wordt vastgelegd hoeveel mest van en naar welke postcode wordt getransporteerd. Vervolgens kan met het Nationaal GeoRegister (NGR) bepaald worden op welke afstand dat is geweest. Voor de mest die in de Nederlandse landbouw wordt afgezet mag ervan uitgegaan worden dat de gebruiksnormen gelden en er geen (hoge) overdosering van mest plaatsvindt. Voor de KPI wordt nu nog een vereenvoudiging toegepast: het aandeel van de meststoffen dat volgens de rVDM binnen 10 km wordt afgezet, zal vrijwel altijd bij een ander landbouwbedrijf terechtkomen en daarmee hoogwaardig afgezet zijn. 

Dit is een (te) beperkte invulling van de KPI. In [4.6 Discussie](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/1857781777) zal hier verder op ingegaan worden. 

### Data oorsprong diervoeders 

Het aandeel van de diverse ingrediënten van krachtvoeders en het aandeel reststromen hierin, zijn voor een melkveebedrijf nog niet beschikbaar. De leverancier heeft deze informatie wel maar op dit moment wordt die nog niet gedeeld met de afnemers. Om met deze KPI te kunnen werken dient informatie over de oorsprong van diervoeders eerst op bedrijfsniveau beschikbaar worden gemaakt. 

### Eiwit van eigen land 

Voor de berekening van deze KPI is nodig: de hoeveelheid en het eiwitgehalte van 1) alle aangekochte en gevoerde rantsoencomponenten, 2) alle zelf geproduceerde en gevoerde rantsoencomponenten, en 3) voerverliezen van eiwit (N) van alle rantsoencomponenten. De KPI Eiwit van eigen land wordt berekend in de KringloopWijzer.