---
title: "2.5 Verfijningsopties"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/518193171/2.5%20Verfijningsopties"
format: markdown
---
Op een aantal punten is een verdere verfijning van de berekening van de KPI’s voor ammoniak nog mogelijk. 

### Aanvullende metingen 

De ammoniakemissie uit organische mest is mede afhankelijk van het NH<sub>3</sub>-N-gehalte van de organische mest. In de berekening van de NH<sub>3</sub>-N-emissie wordt gewerkt met een berekend aandeel NH<sub>3</sub>-N in de totale N. Meting van het NH<sub>3</sub>-N-gehalte kan een zinvolle aanvulling kunnen zijn. 

De ammoniakemissie wordt daarnaast mede bepaald door de zuurgraad van de mest. Met name wanneer mest is aangezuurd (chemisch of biologisch), zal de emissiefactor lager zijn. Door de pH te meten bij de toediening, zou dit kunnen worden verdisconteerd in de emissiefactor. Een stap verder zijn metingen van ammoniakemissie in stallen of rondom mesttoediening als aanvulling op de standaardemissiefactoren. Voor praktijkbedrijven zou het op korte tot middellange termijn als indicatie mogelijk bruikbaar zijn, maar niet reëel voor implementatie in KPI-systematiek op dit moment.

> ℹ️ #### N-bedrijfsoverschot
> ℹ️ 
> ℹ️ Stikstofverliezen kunnen op verschillende manieren worden berekend en vastgesteld. Onderstaand plaatje geeft schematisch weer welke stikstofverliezen plaatsvinden op een landbouwbedrijf met zowel dierlijke als plantaardige productie (zoals een melkveebedrijf). Het plaatje laat zien dat er meerdere verliesroutes zijn van stikstof die allemaal op een verschillende manier impact hebben. De oranje blokjes dragen bij aan biodiversiteitsverlies in natuurgebieden via depositie, de gele blokjes dragen bij aan klimaatverandering en de blauwe blokjes dragen bij aan biodiversiteitsverlies via eutrofiering van grond- en oppervlaktewater.
> ℹ️ 
> ℹ️ ![Slide1-20260422-235218.jpg](media://c17e7392-0c90-400d-9917-be839cb5aba5)
> ℹ️ 
> ℹ️ Bij het stikstofbedrijfsoverschot wordt alleen het totale stikstofverlies berekend zonder de afzonderlijke verliesroutes in beeld te brengen. Dit in tegenstelling tot het N-bodemoverschot waarbij alleen gekeken wordt naar de N-verliezen die in de bodem plaatsvinden (nitraatuitspoeling en gasvormige verliezen via denitrificatie, blokje rechtsboven in de figuur). Voor de berekening van het N-bedrijfsoverschot hoeven alleen de aan- en afvoer van het bedrijf (inclusief voorraadmutaties) in beeld te worden gebracht. Dit kan gedaan worden op basis van registraties van aan- en afvoer van het bedrijf. Het is niet nodig om specifieke emissies te berekenen en ook de interne kringloop (voerproductie en voeropname) hoeven niet berekend te worden. Hierdoor zijn er veel minder onzekere datapunten in de berekening dan wanneer de verliesroutes wel gespecifieerd worden. Het nadeel van het hanteren van het bedrijfsoverschot is dat niet duidelijk kan worden gemaakt wat de specifieke bijdrage van het bedrijf aan verschillende emissie- en waterkwaliteitsdoelen is. Bovendien kan een laag bedrijfsoverschot nog steeds betekenen dat een bepaalde verliespost (te) hoog is. Een laag bedrijfsoverschot hoeft niet te betekenen dat alle verliezen evenredig laag zijn.

### Invoer op perceelsniveau 

Momenteel worden de meeste data vastgelegd op bedrijfsniveau of gewasgroepniveau terwijl er veel variatie kan bestaan tussen percelen als het gaat om bemesting, beweiding of opbrengsten. Binnen een bedrijf komt veel variatie voor tussen percelen. Momenteel wordt daar niet of nauwelijks rekening mee gehouden en wordt bijvoorbeeld aangenomen dat alle mestgiften uniform verdeeld worden over alle percelen met hetzelfde gewas. In de praktijk is dat niet het geval omdat de nutriëntenbehoefte van percelen varieert. Door rekening te houden met perceelsvariatie, met name aan de aanvoerzijde van mest, verbetert de berekening van de bedrijfsgemiddelde ammoniakemissie.

### Verfijnde emissiefactoren 

Emissiefactoren zijn de beste schattingen van de emissie onder gemiddelde omstandigheden. In de praktijk komen regelmatig afwijkingen voor van gemiddelde omstandigheden, denk aan weersomstandigheden tijdens mesttoediening. Emissiefactoren zouden verfijnd kunnen worden naar weersomstandigheden en in combinatie met een zorgvuldige registratie zou dat tot een betere berekening kunnen leiden. Andere variatiebronnen zijn de variatie in dosering, de nauwkeurigheid van bemesten of de lagere effectiviteit van emissiearme stallen in praktijk. 

### Zichtbaarheid onzekerheid 

In de KPI-K-systematiek en de bestaande rekeninstrumenten wordt geen rekening gehouden met onzekerheden die aanzienlijk zijn. Toevoeging van onzekerheden voorziet de beoogde gebruikers van waardevolle informatie die kan helpen bij managementbeslissingen, sturing of beloning.