---
title: "3.2 Impact en handelingsperspectief"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/517931076/3.2%20Impact%20en%20handelingsperspectief"
format: markdown
---
## Handelingsperspectief

Figuur 3.1 en tabel 3.1 geven een overzicht van een aantal maatregelen die het P-bodemoverschot kunnen verlagen.

*Melkveehouderij en akkerbouw*  
Verlaging van het P-bodemoverschot is mogelijk door de aanvoer te verlagen en/of de afvoer te verhogen. Verlaging van de aanvoer loopt vooral via verlaging van de P-aanvoer met meststoffen. Vaak zal eerst worden gekeken naar verlaging van de kunstmestaanvoer. Dat is mogelijk via een efficiënte toediening onder andere met rijenbemesting. Ook het rekening houden met de P-toestand is belangrijk, omdat de bemestingsbehoefte hiervan afhangt.<sup>7</sup> Ten slotte kan ook een hogere P-opname-efficiency van het gewas (bijvoorbeeld door betere rassen en een goede bodemkwaliteit) de benodigde input van meststoffen verlagen en daarmee het P-bodemoverschot verlagen.

Een maatregel die zowel invloed kan hebben op de P-aanvoer als de P-afvoer is aanpassing cq. optimalisering van het bouwplan en de gewasrotatie. Er zijn verschillen in P-bodemoverschot tussen gewassen door verschillen in P-behoefte en P-afvoer. Verhoging van de P-afvoer is ook een route om het P-bodemoverschot te verlagen. Deels hangt deze af van de groeiomstandigheden. Beïnvloeding is mogelijk, maar vereist vakmanschap, bijvoorbeeld door een optimale gewas- en bodemverzorging, waaronder een goede pH, het beperken van bodemverdichting en zorgen voor voldoende waterbeschikbaarheid.

*Melkveehouderij*  
Op melkveebedrijven kunnen ook maatregelen worden genomen die de uitscheiding van P verlagen (onder andere P-arm voeren en hogere dierefficiency). Deze maatregelen leiden doorgaans niet tot minder mest-P-aanvoer naar de bodem (wel tot minder mestafvoer van het bedrijf, indien P beperkend is voor het mestgebruik), tenzij er door deze maatregel minder mest-P wordt toegediend dan de gebruiksnorm. Het P-bodemoverschot wordt er daardoor minder door beïnvloed.

Door beweiding wordt P minder homogeen verspreid binnen een perceel, wat leidt tot een minder goede benutting. Omdat de P-opname vooral ook wordt bepaald door de P-toestand van de bodem en de P-aanvoer wordt bepaald door de P-gebruiksnorm, zal het effect van beweiding op het P-bodemoverschot waarschijnlijk relatief beperkt zijn.

![Slide3-20260422-235530.jpg](media://762f9e4f-b661-46c7-b11f-1b52975331e9)


![image-20260424-080940.png](media://d4840e83-ddf2-470a-8421-c21398ca0175)

## Samenhang

### Neveneffecten

Maatregelen om het P-bodemoverschot te verminderen kunnen zowel gewenste als ongewenste neveneffecten hebben. Hieronder worden beide toegelicht.

***Positief ***

*Minder broeikasgasemissies* 

Het sturen op een lager P-bodemoverschot kan leiden tot vermindering van indirecte broeikasgasemissies voor productie van kunstmest, indien een lager P-bodemoverschot mede een gevolg is van een lager kunstmestgebruik. Omdat het kunstmest-P-gebruik in het algemeen laag is in de Nederlandse landbouw, zal het effect beperkt zijn. Kunstmest-P wordt vooral gebruikt op akkerbouwbedrijven op kleigrond ([www.agrimatie.nl](http://www.agrimatie.nl)). 

*Biodiversiteit *

Indien door verlaging van het P-bodemoverschot op termijn de P-belasting naar het oppervlaktewater afneemt, kan dit gunstig zijn voor de ecologische toestand van het water. Deze is echter wel van meer factoren afhankelijk dan alleen de fosforbelasting. Als verlaging van het P-bodemoverschot leidt tot minder organische P-aanvoer en daardoor minder organische stofaanvoer, kan dit ongunstig zijn voor de ondergrondse biodiversiteit door minder aanbod van voedsel voor bodemorganismen. Dit moet echter wel binnen de totale aanvoer van organische stof op een bedrijf worden bekeken.

*Schaarse grondstoffen*

Als verlaging van het P-bodemoverschot leidt tot een efficiënter gebruik van P-meststoffen, leidt dit tot een verlaagd gebruik van schaarse grondstoffen, zoals eindige P-voorraden.

***Negatief***

*Organische stof*  
Het sturen op een laag en negatief P-bodemoverschot kan leiden tot een lagere aanvoer van organische stof, bijvoorbeeld indien een lager P-bodemoverschot (deels) wordt gerealiseerd door een verlaging van de organische mestaanvoer. Andersom zal het verhogen van de organischestofaanvoer naar de bodem doorgaans ook leiden tot een hogere P-aanvoer naar de bodem, omdat in veel gevallen de koolstofaanvoer is gekoppeld aan de P-aanvoer.

### Sociaal-economische effecten

*Positief*  
In zowel de melkveehouderij als de akkerbouw zijn besparingen mogelijk op de aankoop van kunstmest. Omdat er relatief weinig kunstmest-P wordt gebruikt in de Nederlandse landbouw, zullen de financiële besparingen relatief beperkt zijn.

*Negatief*  
In zowel de melkveehouderij als de akkerbouw kan verlagen van de P-aanvoer leiden tot productie- of kwaliteitsverlies van gewassen zodra de bodem onvoldoende in staat is voldoende fosfaat te leveren voor de gewassen. Dit zal echter alleen het geval zijn bij een relatief lage P-bodemtoestand van de bodem, en deze percelen komen bijna niet voor (Van Doorn et al., 2025). Op melkveebedrijven kan dit leiden tot hogere voeraankopen of een lagere melkproductie. Mogelijk kunnen ook diergezondheidsproblemen optreden bij te lage P-gehalten in het voer.


<sup>7  </sup>[http://www.bemestingsadvies.nl](http://www.bemestingsadvies.nl)<sup> , </sup>[http://www.handboekbodemenbemesting.nl](http://www.handboekbodemenbemesting.nl)<sup> </sup>