---
title: "3.1 Data en berekeningswijze"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/517898323/3.1%20Data%20en%20berekeningswijze"
format: markdown
---
## Berekeningswijze en bestaande rekeninstrumenten

 Het P-bodemoverschot wordt berekend door de totale P-aanvoer en de totale P-afvoer op het bedrijf (kg) van elkaar af te trekken. Als de KPI wordt uitgedrukt per ha, worden de totalen op bedrijfsniveau gedeeld door het bedrijfsoppervlak. In tabel 1.1 is weergegeven hoe het P-bodemoverschot wordt berekend op melkveehouderijen akkerbouwbedrijven. De berekeningswijze is grotendeels gelijk voor beide bedrijfstypen, alleen is er voor melkveebedrijven een extra aanvoerpost met weidemest (in de weide uitgescheiden urine en feces) en een extra afvoerpost met door vee opgenomen gras tijdens beweiden. De P in oogstproduct is inclusief P in afgevoerde bijproducten (zoals stro) of gewasresten. Op akkerbouwbedrijven kunnen de balansposten veel directer worden berekend dan op melkveebedrijven, omdat daar ook interne stromen moeten worden berekend (zie ook ‘Benodigde data en bronnen, inclusief bestaande datasystemen’ hieronder).

![image-20260423-135139.png](media://9bad7e19-0fd4-490b-b14d-3239ed0a0be7)


### Tools voor berekening van het P-bodemoverschot 

In de melkveehouderij maken vrijwel alle veehouders gebruik van de KringloopWijzer.<sup>3</sup> Alle melkveebedrijven die leveren aan zuivelondernemingen gelieerd aan NZO (de Nederlandse Zuivel Organisatie) zijn verplicht de KLW in te vullen. De achterliggende rekenregels staan beschreven in Van Dijk et al. (2025). De KringloopWijzer omvat een rekenkern en een centrale dataopslagstructuur waarin de invoerdata van de melkveehouders zijn opgeslagen en van waaruit via de rekenkern de kengetallen en indicatoren (waaronder het P-bodemoverschot) worden berekend. 

Voor de akkerbouw is er niet een dergelijke structuur beschikbaar. Wel is de Nutriëntenbalans Akkerbouw ontwikkeld voor berekening van N- en Pbodemoverschotten, NH<sub>3</sub>-N-emissie en broeikasgasemissies op akkerbouwbedrijven (Schröder en Rutgers, 2018). Deze tool is ook gebruikt voor de berekening van KPI’s in de KPI-akkerbouwpilots (zie hoofdrapport hoofdstuk 6 en bijlage met rekenregels voor meer informatie daarover). Het betreft echter nog een Excel-model en er zou verdere doorontwikkeling moeten komen voor grootschalig gebruik in de akkerbouw. Op dit moment lopen er diverse initiatieven waaronder de ontwikkeling van een nutriëntenbalans. Ten slotte is er ook op Farmmaps<sup>4</sup> een app beschikbaar die voor akkerbouwbedrijven diverse KPI’s uitrekent, waaronder het P-bodemoverschot. 

Voor zowel melkveehouderij als akkerbouw wordt op dit moment gewerkt aan de koppeling van de BedrijfsWaterWijzer met het BedrijfsBodemWaterPlan en de Open bodem index, waarmee de P-bodemtoestand wordt beoordeeld in het licht van een gewenste bodemkwaliteit.

## Benodigde data en bronnen, inclusief bestaande datasystemen 

### Berekening balansposten en benodigde data

In tabel 1.2 is weergegeven welke bedrijfsdata nodig zijn om het P-bodemoverschot te kunnen berekenen. Hieronder volgt per balanspost een toelichting. 

*Aanvoer van organische mest *

Op zowel melkvee- als akkerbouwbedrijven zijn per organische mestsoort de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheden en het P-gehalte daarin nodig. Bij aan- en afvoer wordt standaard het P-gehalte bepaald (is een verplichting vanuit de meststoffenwet). Naast de aan- en afvoer is informatie nodig over eventuele voorraadmutaties, zodat het verbruik kan worden berekend in het betreffende jaar. 

Op melkveebedrijven is de belangrijkste organische meststroom de geproduceerde eigen mest. Omdat dit een interne stroom betreft binnen een melkveebedrijf moet deze worden berekend. De volledige berekening is beschreven in Van Dijk et al. (2025). Globaal houdt de berekening in dat de hoeveelheid P in de geproduceerd dierlijke mest wordt berekend als het verschil tussen enerzijds de hoeveelheid P in het rantsoen en anderzijds de afgevoerde hoeveelheid P met melk en dieren. Het rantsoen wordt berekend op basis van de hoeveelheid verbruikt kuilvoer (de aangelegde hoeveelheid kuilvoer gecorrigeerd voor voorraadmutaties), de hoeveelheid opgenomen weidegras en de hoeveelheid verbruikt aangevoerd voer (aanvoer gecorrigeerd voor voorraadmutaties). De P-afvoer met melk wordt berekend als product van de hoeveelheid afgevoerde melk en het gemeten P-gehalte daarin. De hoeveelheid P in afgevoerde dieren vindt plaats via forfaits per diersoort.

*Aanvoer van kunstmest *

Op zowel melkvee- als akkerbouwbedrijven zijn per kunstmestsoort de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheden en het P-gehalte daarin nodig. Naast de aan- en afvoer is informatie nodig over voorraadmutaties, zodat het verbruik kan worden berekend in het betreffende jaar. Op dit moment wordt voor de akkerbouw gewerkt met een groslijst met NPK-gehalten van in Nederland beschikbare kunstmeststoffen. Voor melkveebedrijven komen de geleverde hoeveelheden kunstmest per soort met de betreffende gehalten aan N, P<sub>2</sub>O<sub>5</sub>, K<sub>2</sub>O, CaCO<sub>3</sub> en MgCO<sub>3</sub> in de centrale database terecht. Dit gebeurt door de leverancier. 

*Depositie *

P-depositie wordt niet meegenomen in het nationale monitoringsprogramma. In de Nutriëntenbalans Akkerbouw wordt een waarde van 1 kg P<sub>2</sub>O<sub>5</sub> per ha gehanteerd. Deze is afkomstig uit Schröder et al. (2007) en werd gebruikt in het model ter onderbouwing van de gebruiksnormen. In het rapport werd wel aangegeven dat de P-depositie mogelijk lager is dan de genoemde 1 kg P<sub>2</sub>O<sub>5</sub> per ha. In De Vries et al. (2019) wordt deze geschat op 0,16 kg P per ha (= 0,37 kg P<sub>2</sub>O<sub>5</sub> per ha). In de KLW wordt de P-depositie niet meegenomen in de P-bodembalans. 

*Afvoer van geoogst product *

Op akkerbouwbedrijven wordt de P-afvoer met geoogst product bepaald door de behaalde opbrengst te vermenigvuldigen met een gewasspecifiek forfaitair P-gehalte (De Ruijter et al., 2020 [www.handboekbodemenbemesting.nl](http://www.handboekbodemenbemesting.nl)), waarbij er bij een aantal gewassen ook nog een relatie is tussen het opbrengstniveau en het P-gehalte. De opbrengsten zijn vaak niet op perceelsniveau bekend, maar wel is bekend hoeveel er totaal is afgevoerd van een oogstproduct. Hieruit kan per gewas een bedrijfsafvoer per ha gewasareaal worden berekend. Niet voor alle gewassen die in BasisRegistratie Percelen (BRP) worden onderscheiden zijn forfaitaire P-gehalten bekend. In dat geval zal moeten worden teruggevallen op een vergelijkbaar gewas waarvan wel een forfaitair P-gehalte bekend is. 

Op melkveebedrijven is de berekening complexer, omdat het geproduceerde voer een interne stroom is. Voor het kuilvoer wordt deze geschat door het meten van de kuilomvang. Via het gemeten P-gehalte uit de kuilanalyse kan de hoeveelheid P in het geproduceerde kuilvoer worden berekend. Bij beweiding moet ook een schatting worden gedaan van de opgenomen hoeveelheid opgenomen gras en de P daarin. Deze wordt berekend op basis van de totale energiebehoefte (VEM) van de veestapel (onder andere afhankelijk van diersoort, melkproductie per koe en mate van beweiding) en de energie in verbruikt kuilvoer en verbruikt aangekocht voer. Het verschil moet dan de energie zijn in verbruikt weidegras. Deze wordt dan via een VEM/ P-verhouding omgerekend naar de hoeveelheid P in opgenomen weidegras. Wanneer op melkveebedrijven akkerbouwgewassen worden geteeld gaat de berekening voor deze gewassen zoals bij akkerbouwbedrijven.

Op melkveebedrijven kan er ganzenvraat op grasland zijn. Hiervoor wordt in de KringloopWijzer gecorrigeerd. De grasopname door de ganzen wordt bepaald door taxatie. De P-excretie door ganzen wordt berekend op basis van de gemiddelde graastijd en de excretie van P in die tijd (Van Dijk et al., 2025). Een dergelijke rekenregel zou ook voor akkerbouwbedrijven kunnen worden ontwikkeld. 

In vergelijking met het N-bodemoverschot zijn de posten biologische binding, veenmineralisatie en gasvormige verliezen niet meegenomen. Biologische binding vindt alleen plaats bij N en P kan ook niet verloren gaan door gasvormige verliezen. Bij mineralisatie van veen komt er ook P vrij vanuit de organische stof. Deze P zal zich deels binden aan bodemdeeltjes en wordt dan onderdeel van de voorraad gebonden minerale P in de bodem (chemisch via zouten en fysisch via adsorptie). Anders dan bij N hoeft de gemineraliseerde P niet verloren te gaan, indien deze wordt gebonden in de bodem. Bij onvoldoende bindingscapaciteit vormt de gemineraliseerde P wel een bron van uitspoeling en is het discutabel om deze post niet mee te nemen.

![image-20260423-135555.png](media://3b874935-5b0b-478c-810e-febbc3ee73bf)


### Voorbeeldberekening 

In tabel 1.3 is een voorbeeldberekening toegevoegd van het P-bodemoverschot.

![image-20260423-135621.png](media://e8de4bbf-dbac-49d9-b753-d819fc217916)

### Datasystemen 

In de melkveehouderij worden veel data opgeslagen in de Centrale Database Kringloopwijzer. Na machtiging van de melkveehouder worden relevante data van RVO, voer- en mestleveranciers, melkafnemers en onderzoekslaboratoria automatisch gekoppeld aan bedrijf of percelen. Daarnaast zijn nog handmatig ingevulde data nodig over managementkeuzes zoals beweiding, verdeling dierlijke mest, bouwplan, of herinzaai van grasland. 

In de akkerbouw is er geen centraal datasysteem. Alle gegevens dienen ingevoerd te worden door boer of adviseur, waarbij gebruik kan worden gemaakt van bedrijfsmanagementsystemen (met daarin onder andere de geregistreerde bemestingen met organische mest en kunstmest en opbrengsten van de geteelde gewassen, met wisselende kwaliteit qua betrouwbaarheid) en aanen verkoopbonnen van kunstmest en verkochte oogstproducten. Alle basisgegevens voor aan- en afvoer van geoogste producten en meststoffen staan ook geregistreerd bij accountantsbureaus. Data over de arealen van de geteelde gewassen en aanvoer dierlijke mest zijn al geregistreerd bij RVO.


<sup>3 </sup>[http://www.mijnkringloopwijzer.nl](http://www.mijnkringloopwijzer.nl)<sup> </sup>

<sup>4 </sup>[https://www.farmmaps.net/nl](https://www.farmmaps.net/nl)<sup> </sup>