---
title: "12.1.3 Referentiewaarden"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/510951431/12.1.3%20Referentiewaarden"
format: markdown
---
Referentiewaarden kunnen gebruikt worden om KPI scores te duiden: hoe verhoudt de score zich tot het huidige gemiddelde, tot waarden die in theorie gehaald kunnen worden of tot waarden die nodig zijn voor doelbereik? Zie voor uitleg paragraaf 3.3 van het hoofdrapport.

In dit hoofdstuk worden de verschillende  referentiewaarden gepresenteerd: benchmarks waarbij de bedrijfswaarde wordt vergeleken met de prestaties van andere vergelijkbare bedrijven (zie ‘Informatienet-benchmarks’ en ‘Praktijkresultaten pilots’) en referentiewaarden op basis van theoretisch haalbare waarden (zie ‘Theoretisch haalbaar’). Tot slot wordt ingegaan op drempel- en streefwaarden die nodig zijn voor doelbereik (zie ‘Drempel- en streefwaarden doelbereik’).  

## Informatienet-benchmarks

Momenteel zijn er nog geen benchmarks voor deze KPI beschikbaar op basis van Informatienet-gegevens.<sup>1</sup> In de praktijk laten diverse pilots en monitoringsdata zien dat het aandeel volvelds beheer op bedrijfsniveau doorgaans tussen de 5 en 13% ligt, met uitschieters in veenweide- en weidevogelgebieden, waar hogere percentages voorkomen. Op circa 6% van het totale areaal landbouwgrond in Nederland wordt momenteel agrarisch natuur- en landschapsbeheer uitgevoerd (dus inclusief groenblauwe dooradering).

## Praktijkresultaten pilots 

In een paar pilots zijn gegevens voor het aandeel agrarisch natuurbeheer opgehaald. Voor een aantal pilots was dit maar voor een paar bedrijven, alleen voor de pilots in de Achterhoek en Westerkwartier zijn voor meer dan 10 bedrijven gegevens verzameld, zie figuur 2.1. Opvallend is de lage gemiddelde score in de pilot van de Achterhoek. Dit komt omdat er geen beheerpakketten voor weide- en akkervogels in dit gebied geldig zijn, de pilot scoorde dan gemiddeld wel weer goed op de KPI Groenblauwe dooradering (zie betreffende bijlage). De bedrijven die meer dan 5% aandeel agrarisch natuurbeheer hebben vullen dit voornamelijk in door kruidenrijke akkers. Het gemiddelde aandeel agrarisch natuurbeheer in het Westerkwartier is 5% en dit aandeel wordt voornamelijk behaald door weidevogelbeheer.

## Theoretisch haalbaar* *

*Niet van toepassing op deze KPI. Technisch gezien is er geen maximum op het percentage dat bereikt kan worden.*

## Drempel- en streefwaarden voor doelbereik

De ecologische evaluatie van het ANLb (Visser en Kleyheeg 2025) biedt aanknopingspunten voor het benodigd aandeel beheer op gebiedsniveau, en dus voor het opstellen van drempel- en streefwaarden voor doelbereik. Visser en Kleyheeg stellen dat op basis van de uitkomsten van deze evaluatie een nieuwe vuistregel kan worden opgesteld: realiseer in graslandgebieden die minimaal 62,5 ha groot zijn minstens 50% (afgerond 32 hectare) zwaar beheer. De gebiedsgrootte van 62,5 ha vloeit voort uit het feit dat dit de gemiddelde grootte is van de telgebieden waarop de gevonden relatie tussen het aandeel zwaar beheer en de trends van weidevogels is gebaseerd.

Deze vuistregel geldt wel voor kansrijke gebieden voor weidevogelbeheer, buiten deze gebieden is het lastiger om een dergelijke vuistregel op te stellen. Wel blijkt uit de evaluatie dat over het algemeen gesteld kan worden dat voor een stabiele trend van soorten van open grasland samen een gebied gemiddeld genomen voor ten minste 41% uit zwaar beheer moet bestaan (met een spreiding van circa 27% tot 81%). Voor soorten van open akker samen is dat 16% (met een grote spreiding van circa 9% tot 100%). Het regionaal bepalen van de drempel- en streefwaarde voor doelbereik is dan ook cruciaal.

![2026-002-12_Figuur 2.1_correct.jpeg](media://01536d62-241f-4190-9c15-8564cb6a7d67)


<sup>1 Hoewel de afkorting ‘BIN’ in figuren wordt gebruikt, schrijven we in de lopende tekst de volledige naam uit of ‘Informatienet’.</sup>