---
title: "11.1.3 Referentiewaarden"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/510722077/11.1.3%20Referentiewaarden"
format: markdown
---
Referentiewaarden kunnen gebruikt worden om KPI-scores te duiden: hoe verhoudt de score zich tot het huidige gemiddelde, tot waarden die in theorie gehaald kunnen worden of tot waarden die nodig zijn voor doelbereik? Zie voor uitleg paragraaf 3.3 van het hoofdrapport.

In dit hoofdstuk worden de verschillende  referentiewaarden gepresenteerd: benchmarks waarbij de bedrijfswaarde wordt vergeleken met de prestaties van andere vergelijkbare bedrijven (zie ‘Informatienet-benchmarks’ en ‘Praktijkresultaten pilots’) en referentiewaarden op basis van theoretisch haalbare waarden (zie ‘Theoretisch haalbaar’). Tot slot wordt ingegaan op drempel- en streefwaarden die nodig zijn voor doelbereik (zie ‘Drempel- en streefwaarden doelbereik’).  

## Informatienet-benchmarks

Om een beeld te krijgen van referentiewaarden voor de KPI Gewasdiversiteit en randdichtheid is gebruikgemaakt van het Bedrijveninformatienet.<sup>3</sup> Op basis van de gegevens uit het Informatienet zijn gemiddelden, de spreiding van de scores op de index gewasdiversiteit en randdichtheid inzichtelijk gemaakt voor verschillende bodemtypen en type akkerbouwbedrijven. Tabel 2.1 laat de scores zien van het 25%, 50% en 75% percentiel en tabel 2.2 laat de gemiddelde scores per grondsoort en intensiteitsklasse van akkerbouwbedrijven zien. Twee klassen worden hierbij aangegeven: extensieve en intensieve bedrijven, uitgedrukt in Standaardopbrengst (SO) per ha. De SO/ha is een economische maat voor de omvang van een bedrijf op basis van het areaal en het gewassaldo.

Het landelijk gemiddelde voor de index gewasdiversiteit is 4,5, de spreiding van scores is niet groot: 25% van de bedrijven scoort lager dan 2,7 en 25% van de bedrijven scoort hoger dan 5 op de gewasindex (75% percentiel). Op extensieve bedrijven op zand is de index het laagst (3,2) terwijl deze op intensieve bedrijven op klei het hoogst is (5,1). Voor randdichtheid geldt een gemiddelde van 231 m/ha, en ook hier is de spreiding niet groot.

![image-20260507-103519.png](media://56b2b3da-486b-4ed0-9c42-6e0ee16d6a4c)

![image-20260507-103536.png](media://27ab49f7-a4d7-4067-a755-50e56a8eaed6)

![2026-002-11 Figuur2.1_boxplot_Gewasdiversiteit_Akkerbouw.jpeg](media://a2392415-77a5-41d4-a42e-e0fd4d29dbee)

![2026-002-11 Figuur2.2_boxplot_Randdichtheid_Akkerbouw.jpeg](media://b07fedc9-984e-40e7-84c5-f626296d6e37)

## Praktijkresultaten pilots

In zeven pilots met akkerbouwbedrijven is de KPI Gewasdiversiteit en de randdichtheid berekend (figuur 2.1 en figuur 2.2). Hieraan is te zien dat er behoorlijke verschillen bestaan tussen de pilots en de bedrijven binnen de pilots. In de pilot in Drenthe (zandgrond) werden de laagste gewasdiversiteit gemeten van ongeveer 4 (vrijwel gelijk aan de Informatienet-benchmark). In de Pilot Zuidwestelijke Delta en Limburg werd gemiddeld een hogere gewasdiversiteit gemeten (rond de 5) waarin in Limburg een grotere spreiding te zien was tussen de bedrijven. De gemiddelde randdichtheid was in de pilot in Limburg het hoogst (net iets hoger dan de Informatienet-benchmark) en in de pilot Zuidwestelijke Delta en Drenthe iets lager of gelijk dan de Informatienet-benchmark. Enkele bedrijven verspreid over de pilots scoren zeer hoog op randdichtheid (>400 m/ha). Vermoedelijk gaat het om bedrijven die strokenteelt toepassen.

## Theoretisch haalbaar

Theoretisch mogelijke waarden weerspiegelen de best mogelijke prestatie op de KPI, nu en in de nabije toekomst. Het gaat er hierbij om wat technisch mogelijk is voor een geïsoleerde KPI, niet om wat economisch haalbaar is, en niet op systeemniveau in samenhang met andere KPI’s. Wel dient er nog een bedrijfsvoering te zijn die gericht is op een bepaalde mate van productie van gewassen of dieren. Theoretisch gezien is er geen limiet te stellen aan gewasdiversiteit of randdichtheid op een bedrijf. Maar in de praktijk is die er wel. Naar mate er meer gewassen worden geteeld neemt de complexiteit van het bedrijf toe, in letterlijke en figuurlijke zin. Het vergt van een agrariër steeds meer kennis en kunde, en verschillende vormen van mechanisatie of (hand)arbeid om het bedrijf te runnen. Het is niet bekend wanneer het maximum van deze complexiteit precies behaald wordt. In de praktijk is er een optimum, maar dit zal per ondernemer verschillen.

## Drempel- en streefwaarden voor doelbereik 

Voor de KPI Gewasdiversiteit worden vanuit het perspectief van een gezonde vruchtwisseling vier gewassen per bedrijf vaak gezien als voldoende aantal gewassen in rotatie om bodemkwaliteit te waarborgen en bodemziekten te vermijden (Boller et al., 1997; Van Doorn et al., 2022). Het is belangrijk om daarbij te onthouden dat de grootte van het areaal en de verdeling van de gewassen op het bedrijf uitmaakt. Er kunnen vier gewassen geteeld worden op een bedrijf, maar als twee daarvan op 1 ha en de andere twee op 30 ha groeien, is er alsnog een lage diversiteit op bedrijfsniveau. Daarom wordt binnen de Hill-Shannon Index gecorrigeerd voor oppervlakte per gewas door het aantal gewassen met een gelijke verdeling weer te geven.

Vanwege dit gegeven is een Hill-Shannon Index van 4 de drempelwaarde (zonder weging van gewassen), uitgaande van een gelijke areaalverdeling. Uthes et al. (2020) hebben de gewasdiversiteit bepaald op bedrijfsniveau het optimum zou liggen bij een Index van 9. Billeter et al. (2008) beschrijven dat bij acht gewassen de biodiversiteit niet verder toeneemt.

Gebaseerd op bovenstaande komt de streefwaarde op 9 gewassen bij een gelijk areaal. De score van een bedrijf op de KPI gewasdiversiteit hangt af van het bouwplan en het type bouwplan hangt sterk samen met de grondsoort. Het bepalen van benchmarks van huidige gemiddelde scores en drempel- en streefwaarden zou dus per grondsoort of regio kunnen verschillen, bijvoorbeeld door onderscheid te maken in de voornaamste akkerbouwgebieden.

Tot 2022 gold binnen het Europese landbouwbeleid een milieurandvoorwaarde voor gewasdiversiteit maar deze is vanaf 2023 geschrapt.


<sup>3 Hoewel de afkorting ‘BIN’ in figuren wordt gebruikt, schrijven we in de lopende tekst de volledige naam uit of ‘Informatienet’.</sup>