---
title: "9.1 Data en berekeningswijze"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/510001171/9.1%20Data%20en%20berekeningswijze"
format: markdown
---
## Berekeningswijze en bestaande rekeninstrumenten

De KPI-score wordt voor de akkerbouwsector berekend via de onderstaande formule. Er wordt gebruikgemaakt van [de tool AgroDataCube](https://agrodatacube.wur.nl/) om de duur van de teelt te bepalen via satelliet data (NDVI), en de KPI-score wordt berekend via het KPI-Dashboard. Akkerbouw KPI-score = (Σi (R<sub>i</sub> x D<sub>i</sub>) / Tx52)x100 

R = Areaal rustgewas of groenbemester (ha) 

D = Duur van de teelt (aantal weken) 

T = Totaal productief areaal bedrijf (ha) 

52 = Totaal aantal weken in het jaar

Met productief areaal wordt bedoeld het areaal waar rendabele gewassen op geteeld worden. Areaal met natuurbestemming, akkerranden, vogelakkers etc. tellen hier niet mee. Het totale productieve areaal is een sommatie van de oppervlaktes van de in AgroDataCube vastgelegde percelen, die als ‘productief’ zijn aangemerkt. In bijlage 1 staat de lijst met RVO’- gewascodes (per 2025) die door het KPI-project voor de akkerbouw-invulling van deze KPI zijn geclassificeerd als productief en niet-productief. 

Voor de melkveehouderijsector wordt de KPI-score berekend via het rekeninstrument KringloopWijzer 

Veehouderij. Veehouderij KPI-score = B/Tx100 

B = Areaal blijvend grasland (ha) 

T = Totaal bedrijfsareaal met hoofdfunctie landbouw (ha). 

In de melkveehouderij KPI-scorebepaling wordt een iets andere definitie gehanteerd voor het totale bedrijfsareaal waarover het percentage blijvend grasland wordt berekend. Dit is gedaan om dezelfde systematiek aan te houden als in de KringloopWijzer Veehouderij. Dit betreft (per 2024) de codes 332, 335 en 338, namelijk: 

- Grasland natuurlijk, hoofdfunctie natuur (code 332)
- Natuurterreinen, incl. heide (code 335)
- Rand, liggend op bouwland en direct grenzend aan bos (338)

De gewascodes horende bij blijvend grasland en zoals gehanteerd in de KLW zijn codes 365, 331, 333 en 334, namelijk: 

- Grasland, blijvend: code 265.
- Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw; code 331.
- Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras: code 333.
- Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras: code 334.

### Rustgewassen 

Een punt van aandacht bij deze KPI-berekening voor de akkerbouwsector is dat de term rustgewassen binnen twee verschillende wet- en regelgevingen wordt gebruikt, maar de definitie en bijbehorende gewassenlijsten van rustgewassen verschillen. Namelijk, binnen de mestwetgeving is de definitie dat een rustgewas een niet-uitspoelgevoelig gewas is, met betrekking tot stikstof-uitspoeling (RVO, persoonlijke communicatie). Op de ‘rustgewassenlijst’ van de mestwetgeving staan verschillende gewassen die volgens de KPI-definitie van een rustgewas niet tot de rustgewassen behoren. Voor de GLB eco-regeling wordt de term ‘rustgewassen’ gebruikt zoals ook in deze KPI-context wordt bedoeld: een gewas dat de bodem zoveel mogelijk ‘tot rust’ laat komen. De rustgewassenlijst van de GLB eco-regeling hanteert grotendeels dezelfde definitie als binnen deze KPI. Er ontbreken echter ook gewassen op deze lijst die volgens onze definitie voor de KPI-bodembedekking wel rustgewassen zijn, zoals verschillende typen grasland. Deze vallen grotendeels onder een andere GLB-ecoregeling en staan daarom niet op de lijst voor de rustgewassenregeling. 

Om verwarring en verkeerde keuzes te voorkomen, zou er gestreefd moeten worden naar een eenduidige lijst met rustgewassen die zowel voor de eco-regeling als de KPI-systematiek gebruikt kan worden. Bij de berekening van de KPI-bodembedekking zal dan tot de rustgewassen worden gerekend: de gewascodes van de GLB-ecoregelinglijst ‘rustgewassen’ en de gewascodes op de grasland-gewascodeslijst.** Let op**: dit geldt alleen voor de KPI-score berekening voor de akkerbouwsector, waarbij alle graslandcodes meetellen als rustgewas. Bij de melkveehouderij-KPI-scoreberekening wordt enkel de gewascode voor blijvend grasland gebruikt. Tot slot wordt idealiter voor de mestwetgeving de term rustgewassen vervangen door ‘niet uitspoelgevoelige gewassen’ of iets dergelijks. 

Op dit moment is bij de verschillende pilots bij de berekening van de KPI-score de rustgewassenlijst aangehouden uit de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw (BMA) (tabel 1.1). Dit was gedaan om verwarring te voorkomen bij deelnemers die eerder al met de BMA in aanraking waren gekomen, en om niet nog een nieuwe lijst met rustgewassen te introduceren. De BMArustgewassenlijst is de GLB-eco-regelinglijst aangevuld met vlinderbloemige gewassen. Op dit moment worden gesprekken gevoerd met onder andere RVO en de betrokken personen van WUR die gaan over de invulling van de lijsten met rustgewassen, om één lijst met rustgewassen op te stellen die voor zowel de ecoregeling ‘rustgewassen’ als de KPI Bodembedekking gehanteerd kan worden.

![image-20260506-140428.png](media://b4601d4a-21d3-436a-a978-613d5f37ac27)

### Berekening via de rekeninstrumenten 

Voor de KPI-scoreberekening van de akkerbouw wordt gebruikgemaakt van de AgroDataCube. In de AgroDataCube zijn vanaf 2009 de percelen zoals opgegeven in de Gecombineerde Opgave gekoppeld aan andere open data zoals bodemdata, satellietdata en daarvan afgeleide indicatoren (onder andere groenindex, wanneer een perceel begroeid is of niet), weerdata etc. Via de basisregistratie percelen worden de percelen van het bedrijf gekoppeld aan de percelen in de AgroDataCube samen met het daarbij geregistreerde hoofdgewas. Of dat hoofdgewas een rustgewas is, wordt afgeleid van de classificatie rustgewassen in AgroDataCube, die RVOgewascodes indeelt in rustgewassen en niet-rustgewassen (tabel 1.1). Daarnaast wordt gebruikgemaakt van open satellietdata op perceelsniveau, waarbij via een groenindex (NDVI) de geschatte opkomst- en oogstdatum van het hoofdgewas bepaald wordt.<sup>2</sup> Als de opkomst en oogstdatum niet vanuit satellietdata kunnen worden bepaald, worden voor een aantal ‘grote’ gewassen regionale gewaskalenders gebruikt of eventueel een ‘default gewaskalender’. Voor de berekening van het percentage van het jaar dat de bodem bedekt is met groenbemesters wordt eerst via de NDVI-data over het hele jaar bepaald hoe lang de bodem ‘groen’ was. Wanneer het hoofdgewas geen rustgewas is, wordt de duur van het hoofdgewas (bepaald via de met NDVI geschatte opkomst- en oogstdatum) afgetrokken van de totale duur dat het perceel dat jaar groen was. De resterende groene periodes rondom het hoofdgewas worden aangenomen te bestaan uit groenbemesters.

Voor de KPI-scoreberekening van de melkveehouderij wordt ook gebruikgemaakt van de KringloopWijzer Veehouderij als rekeninstrument. Blijvend grasland is gedefinieerd als de som van de volgende gewascodes zoals gehanteerd door RVO: 

- Grasland, blijvend: code 265.
- Grasland, natuurlijk. Hoofdfunctie landbouw; code 331.
- Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras: code 333.
- Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras: code 334.

 Het areaal waarover het percentage blijvend grasland bepaald wordt bestaat uit het oppervlakte dat de veehouder in gebruik heeft met hoofdfunctie landbouw. Areaal met hoofdfunctie natuur wordt hiervan afgetrokken. Dit betreft (per 2024) de codes 332, 335 en 338, namelijk: 

- Grasland natuurlijk, hoofdfunctie natuur (code 332)
- Natuurterreinen, inclusief heide (code 335)
- Rand, liggend op bouwland en direct grenzend aan bos (338).

## Benodigde data en bronnen, inclusief bestaande datasystemen

De benodigde data voor de berekening van de KPI-score voor de akkerbouw zijn:

- perceelgeometrie, waaronder oppervlakte van percelen. Deze data worden jaarlijks als open dataset gepubliceerd door RVO, via pdok.
- gewassen op perceelsniveau (basisregistratie gewaspercelen)
- opkomstdatum en oogstdatum van hoofdgewassen (agrodatacube of via default gewaskalender)
- totaal productief bedrijfsareaal (gecombineerde opgave)

 De benodigde data voor de berekening van de KPI-score voor de melkveehouderij zijn:

- totaal bedrijfsareaal met hoofdfunctie landbouw (gecombineerde opgave, via KringloopWijzer Veehouderij)
- gewassen op perceelsniveau (basisregistratie gewaspercelen, via KringloopWijzer Veehouderij)


<sup>2 Wanneer de NDVI waarde boven een bepaalde grenswaarde zit, dan wordt het perceel als ‘groen’ (bedekt) geregistreerd. In de winter (1 jan – 3 mei, 16 okt – 31 dec) is deze grenswaarde voor bodembedekking 0,18. In de zomer (3 mei – 16 okt) is de grenswaarde 0,35. De satelliet komt één keer in de week over en bepaalt op dat moment de NDVI-waarde. Bij dichte bewolking kan er geen waarde geregistreerd worden</sup>