---
title: "10.3 Referentiewaarden"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/497877004/10.3%20Referentiewaarden"
format: markdown
---
Referentiewaarden kunnen gebruikt worden om KPI scores te duiden: hoe verhoudt de score zich tot het huidige gemiddelde, tot waarden die in theorie gehaald kunnen worden of tot waarden die nodig zijn voor doelbereik? Zie voor uitleg paragraaf 3.3 van het hoofdrapport. 

In dit hoofdstuk worden de verschillende  referentiewaarden gepresenteerd: benchmarks waarbij de bedrijfswaarde wordt vergeleken met de prestaties van andere vergelijkbare bedrijven (zie ‘Informatienet-benchmarks’ en ‘Praktijkresultaten pilots’) en referentiewaarden op basis van theoretisch haalbare waarden (zie ‘Theoretisch haalbaar’). Tot slot wordt ingegaan op drempel- en streefwaarden die nodig zijn voor doelbereik (zie ‘Drempel- en streefwaarden doelbereik’).

## Informatienet-benchmarks 

Voor KPI-K Waterbalans zijn nog geen benchmarkgegevens beschikbaar. Dit is een nieuw ontwikkelde KPI.

## Praktijkresultaten pilots 

Voor het testen van de KPI-score is voor vijf melk- en vijf akkerbouwbedrijven uit een landelijke praktijktest een score berekend op basis van het bouwplan van de bedrijven voor het uitgesproken droge jaar 2018 en het relatief natte jaar 2024. De scores per bedrijf en de toelichting van de scores over de bedrijven heen staan voor de melkveebedrijven in tabel 2.1 en voor de akkerbouwbedrijven in tabel 2.2. Naast een score voor de watervraag (KPI Waterbalans) staat een score voor de verdampingsreductie vermeld. Score < 1 betekent dat er verdampingsreductie (droogte) heeft opgetreden. Dit gebeurt wanneer ‘groen water’ beperkend is en het vochttekort niet of niet volledig wordt aangevuld met irrigatie (‘blauw water’).

![image-20260506-153339.png](media://2e90f01a-948c-4df4-b932-61484c84a797)

![image-20260506-153405.png](media://aa7b1bf8-d9da-439e-867c-9e535b5704eb)

Tijdens een bijeenkomst is door de deelnemende melkvee- en akkerbouwbedrijven uit de praktijktest feedback gegeven op het praktisch gebruik van de KPIscore. Onderstaande opsomming geeft een overzicht van deze feedback. 

1. Het is niet duidelijk hoe het getal geïnterpreteerd moet worden.
2. Dataverzameling beregenen is op dit moment niet geborgd en vaak incompleet (ruis ook met loonwerk/samenwerking akkerbouw).
3. Er wordt geen handelingsperspectief ervaren in de huidige vorm, helemaal bij melkveehouders waar bouwplankeuze beperkt is.
4. Complexiteit zit hem ook in het feit dat de score afhankelijk is van de neerslag terwijl boeren daar geen invloed op hebben.
5. De KPI moet echt eenvoudiger om hem te laten aanslaan in de praktijk. Twee opties/denkrichtingen:
  1. Vooral focussen op wat boeren kunnen doen om watervraag te beperken, denk aan minder watervragendegewassen verbouwen (zit in feite al de bestaande uitwerking), waterbesparende technieken toepassen, waterresistente rassen, hemelwateropvang.
  2. Het daadwerkelijke waterverbruik in beeld brengen inclusief de bron.

De meeste bedrijven lijken een voorkeur te hebben voor het beperken van de watervraag (route 5a). Er is veel weerstand op het sturen op minder waterverbruik omdat gewassen voldoende water nodig hebben. Bovendien zijn hier ook (regionaal) verschillende wettelijke voorschriften.

## Theoretisch haalbaar

Theoretisch mogelijke waarden weerspiegelen de best mogelijke prestatie op de KPI, nu en in de nabije toekomst. Het gaat er hierbij om wat technisch mogelijk is voor een geïsoleerde KPI, niet om wat economisch haalbaar is, en niet op systeemniveau in samenhang met andere KPI’s. Wel dient er nog bedrijfsvoering te zijn die gericht is op een bepaalde mate van productie van gewassen of dieren. Voor deze KP is een maximale score van 1 theoretisch haalbaar, aangezien de score (nu nog) uitsluitend afhangt van de taxatie van blauw watergebruik. Als er geen beregening nodig is volgens de inschatting wordt de score automatisch 1. 

## Drempel- en streefwaarden doelbereik 

Voor KPI-K Waterbalans zijn nog geen drempel- en streefwaarden bepaald. Drempel- en streefwaarden dienen regionaal met provincie, waterschap en andere wateronttrekkers vastgesteld te worden. De drempel- en streefwaarden zullen voornamelijk afhangen van de waterbeschikbaarheid. Daar waar de druk op het gehele watersysteem voor de beschikbaarheid van water groot is, zullen de waarden scherper gesteld worden dan waar de druk op het grondwatersysteem lager is. Dit hangt onder andere af van aanvulling van het grondwater door neerslag (regionale verschillen), aanvoermogelijkheden van water vanuit grotere oppervlaktewaterwatersystemen en de vraag naar water.