---
title: "10.2 Impact en handelingsperspectief"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/497254418/10.2%20Impact%20en%20handelingsperspectief"
format: markdown
---
De score op de KPI-K Waterbalans is te verbeteren door het bouwplan aan te passen (minder watervragende gewassen) of gerichter te beregenen (door bijvoorbeeld een beregeningsadvies op te volgen en efficiëntere beregeningsmethodes toe te passen) wanneer gebruik wordt gemaakt van daadwerkelijk beregende hoeveelheden (registratie).

Specifieke beregeningsmomenten spelen meer in de akkerbouw dan de melkveehouderij (bijvoorbeeld bij ontkieming). Dit wordt (nog) niet meegenomen in deze invulling van de KPI Waterbalans en beïnvloedt het handelingsperspectief van de boer dus niet.

De uitkomst van KPI Waterbalans kan in samenhang bezien worden met de volgende andere KPI-kernsets:

- *stikstof- en fosfaatbodemoverschot*
  De groei van een gewas wordt, naast de nutriëntenvoorziening, in grote mate bepaald door de vochtvoorziening en is daardoor sterk bepalend voor het verschil tussen aanvoer uit meststoffen, weidemest (melkveehouderij), depositie, biologische binding en veenmineralisatie en de afvoer van het gewas.
- *organische stofbalans*
  De effectieve organische stofaanvoer naar de bodem per ha wordt mede bepaald door de bodemvochttoestand. De vochtvoorziening heeft invloed op de gewasproductie en daarmee op het aandeel resten van het gewas dat op het land achterblijft. [Het effect van de bodemvochttoestand op de organische stofbalans is pas na een reeks van jaren zichtbaar.](https://www.handboekbodemenbemesting/)
- *bodembedekking*
  Het percentage van het jaar dat de bodem bedekt is met rustgewassen en groenbemesters en het aandeel blijvend grasland hebben invloed op de bodemvochtbalans. Evenals bij de hoofdgewassen, speelt het type gewas een rol in de hoeveelheid vocht die onttrokken wordt en op welk moment.

![Slide9.jpg](media://30cdaf08-16ff-448b-8d2f-ab76ce2d19a4)