---
title: "9 - Bodembedekking"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/35324623/9%20-%20Bodembedekking"
format: markdown
---
> ℹ️ ## Definite KPI 
> ℹ️ 
> ℹ️ De KPI Bodembedekking geeft het percentage weer van het jaar dat de bodem bedekt is met rustgewassen (akkerbouw) dan wel het aandeel blijvend grasland (veehouderij). De term ‘rustgewassen’ is een Nederlandse term die op verschillende plekken enigszins verschillend wordt gedefinieerd. In de context van deze KPI is de definitie van een rustgewas – zoals de naam al zegt – een gewas dat de bodem zoveel mogelijk ‘tot rust’ laat komen. Het is per definitie geen rooigewas, waarbij de bodem verstoord wordt tijdens het oogsten. Rustgewassen zijn maaigewassen met relatief diepe en intensieve beworteling, wat gunstig is voor het vormen van bodemstructuur. Zie [9.1 Data en berekeningswijze](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/510001171) voor een uitleg welke gewassen binnen deze KPI als rustgewassen tellen.

## Relatie KPI tot doelen 

De KPI-invulling ‘percentage van het jaar dat de bodem bedekt is met rustgewassen’ (akkerbouw) of ‘percentage blijvend grasland’ (melkveehouderij) berust op twee principes van duurzaam bodembeheer, namelijk 1) de inzet van rustgewassen en 2) de bodem zoveel mogelijk bedekt houden gedurende het jaar en zo min mogelijk te verstoren. Deze KPI’s sturen daarmee op het doel verbeteren bodemstructuur en -beheer, zoals gedefinieerd in de doelenboom in [9.2 Impact en handelingsperspectief](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/kpikll/pages/509476913). Daarnaast sturen ze, zij het iets indirecter, ook op de doelen *verbeteren bodem biodiversiteit en koolstofvastlegging*.

Diepe, intensieve beworteling van een rustgewas draagt bij aan de vorming van bodemstructuur doordat planten via wortels suikers uitscheiden waar (micro)organismen zich mee voeden. De bodemlevenactiviteit rond de wortels, en plakkerige uitscheidingen van zowel wortels als de microorganismen zelf (zij scheiden enzymen uit om organische stof en suikers enzovoort af te breken), zorgt ervoor dat bodemdeeltjes aan elkaar vast plakken en zo worden bodemkruimels of kluitjes gevormd.<sup>1</sup> Tussen de bodemaggregaten vormen zich poriën waardoor water en lucht zich kunnen bewegen en plantenwortels door de bodem kunnen groeien. Naast de vorming van bodemstructuur spelen bodemaggregaten ook een rol in het beschermen van bodemorganische stof en koolstofopslag in de bodem (Blanco-Canqui en Lal, 2004). Organische stofdeeltjes worden binnen de bodemaggregaten omkapseld door klei, silt en zanddeeltjes, waardoor ze fysiek worden afgeschermd en beschermd tegen verdere afbraak door microorganismen. Plantenwortels die afsterven en vergaan dragen ook bij aan het verder vormen van poriën en gangen in de bodem die belangrijk zijn voor de beweging van water en lucht in de bodem. Een diepe en grondige beworteling zoals van rustgewassen (inclusief grassen) draagt dus bij aan het vormen van bodemstructuur en geassocieerde bodemfuncties zoals waterhuishouding en koolstofopslag.

Naast het actief vormen en opbouwen van bodemstructuur, blijft bij de teelt van rustgewassen de bodem meer intact dan bij de teelt van rooigewassen. Bij rooigewassen bevindt het marktbare product zich onder de grond en wordt tijdens de oogst de bodem dus verstoord. De bodem wordt door elkaar gemixt en de bodemstructuur -het netwerk van poriën en de bodemkluitjes, en gangen van bodemleven- raakt beschadigd. Het verstoren van de bodem heeft ook een negatieve invloed op het bodemleven zoals bijvoorbeeld wormen en schimmels, die juist belangrijk zijn voor het vormen van bodemstructuur (Beare et al., 1997; Briones en Schmidt, 2017).

Groenbemesters worden hier ook tot de rustgewassen gerekend omdat ze eveneens een positief effect hebben op de bodemstructuur met hun beworteling en aanvoer van organische stof. Ook zorgen groenbemesters ervoor dat de bodem niet braak ligt waardoor hij kwetsbaar is. De bedekking van de bodem met (rust)gewassen en groenbemesters beschermt de bodem tegen de impact van wind en regen (Haruna et al., 2020). Braakliggende grond is gevoelig voor verslemping en de afbraak van bodemaggregaten. Bij verslemping wordt de bovenste bodemlaag dichtgesmeerd met klei en siltdeeltjes die vrijkomen uit de afbraak van de bodemaggregaten. Hierdoor kan het regenwater moeilijker infiltreren en afgevoerd worden, waardoor oppervlakkige afstroom kan ontstaan (watererosie) en maaiveldafvoer (waterkwaliteit).

Voor de melkveehouderij is de invulling voor de KPI Bodembedekking ‘het percentage blijvend grasland’. Volgens de definitie van RVO wordt een perceel waar minstens 5 jaar achter elkaar gras wordt geteeld, vanaf het 6e jaar blijvend grasland (RVO, 2025). De hierboven beschreven mechanismen waardoor rustgewassen en bodembedekking positief werken op de fysische bodemgezondheid, gelden ook voor blijvend grasland (Van Eekeren et al., 2008). Blijvend grasland heeft een intensive en diepe beworteling, en zorgt voor een jaarronde bodembedekking. Bij blijvend grasland kan er overigens wel bodemverstoring plaatsvinden als het grasland vernieuwd wordt (‘gescheurd’ en opnieuw ingezaaid met gras), maar dit zal minder frequent zijn in vergelijking met akkerland.

### Beleidsdoelen 

Het Nederlandse Nationaal Programma Landbouwbodems (NPL, ministerie van LNV 2020) sluit aan op de Europese Bodemstrategie (European Commission, 2021) (zie paragraaf 4.3 van het hoofdrapport). Het beleidsdoel geformuleerd in het NPL is ‘alle landbouwbodems duurzaam beheerd in 2030’. Het onderliggende en langetermijndoel is om via duurzaam bodembeheer te zorgen dat landbouwbodems een ‘goede bodemkwaliteit’ krijgen of behouden. De KPI Bodembedekking draagt bij aan het beleidsdoel duurzaam bodembeheer, en het onderliggende doel van een goede fysische bodemkwaliteit. Naast fysische bodemkwaliteit bestaan er ook nog de dimensies *biologische en chemische bodemkwaliteit*. Hierover wordt in hoofdstuk 4 van deze bijlage verder uitgeweid. In het nationaal Klimaatakkoord uit 2019 heeft de landbouwsector zich gecommitteerd aan het vastleggen van een extra 0,5 Mton koolstof in minerale landbouwgronden vanaf het jaar 2030. De KPI Bodembedekking draagt bij aan dit doel door de inzet van groenbemesters, rustgewassen en blijvend grasland die zorgen voor een relatief grote toevoer van gewasresten – en dus koolstof – naar de bodem. In oktober 2025 is de EU Bodemmonitoringsrichtlijn aangenomen door het Europese parlement. Deze wetgeving verplicht de EU-lidstaten om de bodemgezondheid te monitoren via metingen, maar bevat op dit moment geen bindende doelstellingen of verplichte maatregelen om bodemgezondheid te verbeteren.

Van beleidsdoel naar KPI-score op bedrijfsniveau De vertaling van het beleidsdoel ‘alle landbouwbodems duurzaam beheerd’ naar de KPI op bedrijfsniveau is enerzijds vanzelfsprekend omdat de KPI-invulling een duurzaam bodembeheermaatregel is. Anderzijds is het beleidsdoel zodanig weinig concreet en zonder kwantitatieve doelstelling geformuleerd, dat het niet mogelijk is om de KPI-score op bedrijfsniveau te koppelen aan het bereiken van dat beleidsdoel.

## Meer over deze kpi 

> Macro (pagetree)




<sup>1 In de bodemwetenschap worden dit bodemaggregaten genoemd. Zie bijvoorbeeld Goss en Kay (2020) en Bodner et al. (2021) voor een meer uitgebreide uitleg over  bodemaggregaatformatie en de rol van wortels en micro-organismen</sup>