---
title: "7 - Gewasbescherming"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll/35160419/7%20-%20Gewasbescherming"
format: markdown
---
> ℹ️ ## Definitie KPI
> ℹ️ 
> ℹ️ De KPI Milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen geeft inzicht in de mate waarin het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen effecten heeft op het milieu. Daarbij wordt gekeken naar verschillende milieucompartimenten (bodemleven, waterleven, grondwater) én naar de invloed op bestuivers en natuurlijke bestrijders. De milieubelasting wordt berekend met behulp van de Milieumeetlat (Leendertse et al., 2019), een beoordelingsinstrument dat de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen kwantitatief weergeeft in zogenoemde milieubelastingspunten (MBP). 
> ℹ️ 
> ℹ️ De milieubelastingspunten per middel komen vanuit de milieu-evaluaties van het College van Toelating van de gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). De MBP-systematiek is zo opgezet dat een score per bespuiting per milieucompartiment (waterleven, bodemleven en grondwater) van 100 MBP of lager aanvaardbaar is vanuit milieuoogpunt (afgeleid van de milieu-evaluaties van het Ctgb). De grens van 100 MBP is een factor 100 lager dan een schade van 50% acute sterfte (LC50) van het meest gevoelige (geteste) waterorganisme (vissen, watervlooien, waterplanten) of factor 10 lager dan de maximaal toelaatbare chronische blootstelling (NOEC: No Effect Concentration). Voor MBP bodemleven ligt het iets anders: hierbij is MBP 100 een factor 10 lager dan de LC50 voor regenwormen (van Doorn et al., 2022; Leendertse et al., 2019). Toepassingen die de grens van 100 MBP overschrijden, dragen bij aan een ongunstigere KPI-score. 
> ℹ️ 
> ℹ️ Naast deze kwantitatieve benadering via MBP wordt in de KPI gekeken naar de risico’s voor bestuivers en natuurlijke bestrijders (RBB) in het perceel. Middelen worden in dit verband ingedeeld in categorieën A, B, C of ‘?’. Middelen in categorie B of C worden beschouwd als risicovol voor natuurlijke vijanden en bestuivers in het perceel, en tellen daarom mee als overschrijding. Middelen in categorie A of ‘?’ tellen niet mee als overschrijding. 
> ℹ️ 
> ℹ️ De KPI bestaat daarmee uit twee componenten:
> ℹ️ 
> ℹ️ - het aantal overschrijdingen van de grens van 100 MBP per toepassing
> ℹ️ - het aantal toepassingen met een risico voor bestuivers en natuurlijke bestrijders (categorie B of C).
> ℹ️ 
> ℹ️ Door deze combinatie geeft de KPI een zo goed mogelijk integraal beeld van de milieubelasting: zowel de directe effecten op bodem, water en grondwater, als de indirecte ecologische risico’s in het perceel via effecten op bestuivers en natuurlijke vijanden. De KPI registreert dus het totaal aantal bekende zogenoemde ‘overschrijdingen’, oftewel toepassingen die de MBP-grens overschrijden en/of vallen in categorie B of C.

## Relatie KPI tot doelen 

De KPI Milieueffecten door gewasbeschermingsmiddelen draagt bij aan de realisatie van verschillende overkoepelende doelen: met name op het doel waterkwaliteit, maar ook op biodiversiteit. De KPI draagt ook bij aan beleidsdoelen, met name rondom de Europese Kader Richtlijn Water, maar ook de [Toekomstvisie Gewasbescherming 2030](https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2019/04/16/toekomstvisie-gewasbescherming-2030-naar-weerbare-planten-en-teeltsystemen), die inzet op een transitie naar weerbare teeltsystemen, een verlaging van de afhankelijkheid van chemische gewasbescherming en terugdringen van emissies naar het milieu tot nagenoeg nul. 

### Waterkwaliteit 

Op beleidsniveau sluit de KPI direct aan bij de Nederlandse verplichting om in 2027 te voldoen aan de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water ([KRW Impulsprogramma](https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/uitvoering-kaderrichtlijn-water/krw-impulsprogramma/)). De KRW richt zich op het terugdringen van chemische verontreiniging in oppervlaktewater en grondwater en herstel van de ecologische kwaliteit. Binnen de KPI zijn het vooral de categorieën Waterleven en Grondwater die bijdragen aan het realiseren van deze KRW-doelen. De effecten op het milieucompartiment Bodemleven, of de bijbehorende risico’s op Bestuivers en Bestrijders, vallen daar niet onder; die zijn meer gericht op het verbeteren van de biodiversiteit. 

### Biodiversiteit 

Op Europees niveau is de KPI te relateren aan meerdere strategieën en beleidslijnen, waaronder de EUBiodiversiteitsstrategie 2030, die het herstel en behoud van biodiversiteit centraal stelt en ook wijst op de rol van pesticiden in biodiversiteitsverlies ([EU Biodiversity Strategy 2030](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52020DC0380)). Verder is de KPI mede gebaseerd op de [Farm to Fork-strategie](https://food.ec.europa.eu/document/download/472acca8-7f7b-4171-98b0-ed76720d68d3_en?filename=f2f_action-plan_2020_strategy-info_en.pdf), onderdeel van de Green Deal vanuit de Europese Commissie uit 2020. Een speerpunt uit deze strategie was de inzet op halvering van het gebruik en risico van chemische gewasbeschermingsmiddelen in 2030 ([Farm to Fork Strategy](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52020DC0381)). Daarnaast was ook de Sustainable Use Regulation, waarin reductiedoelen en strengere eisen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn vastgelegd, een belangrijke katalysator voor de KPI Gewasbescherming ([Sustainable Use Regulation](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX:52022PC0305)). Ten slotte is er regelgeving goedgekeurd ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen vanaf 2026. Hierin staat dat de registratie van toepassingen van gewasbeschermingsmiddelen elektronisch geregistreerd dienen te worden ([Uitvoeringsverordening](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=CELEX:32023R0564)).

## Meer over deze kpi 

> Macro (pagetree)