---
title: "7.4 Fokkerij aspecten van genen met grote (positieve) effecten (2024)"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/302088526/7.4%20Fokkerij%20aspecten%20van%20genen%20met%20grote%20(positieve)%20effecten%20(2024)"
format: markdown
---
Moleculair genetisch onderzoek vergroot het aantal genen met een groot effect (hoofdgenen of major genes) op de kwaliteit van dierlijke producten en het effect daarvan op vruchtbaarheid in verschillende diersoorten. 

**Gen voor dubbele bespiering **

![IMG_3659-20150530-121746 (1).jpg](media://75a80406-e842-4f7c-a006-4a430a30815f)

 Bijvoorbeeld, in veel diersoorten (bijvoorbeeld koeien, schapen, varkens, paarden, honden en mensen) is het myostatine gen bekend. Dit gen heeft een recessief allel dat in homozygote dieren zorgt voor dubbele bespiering. Een ras waarin bewust voor de fixatie van dit allel is gefokt is het Belgische Witblauwe vleesrund. Het ras is bekend om zijn zware karkassen, de dikke spieren en het hoge percentage vlees in de karkassen. Echter, een groot gedeelte van de vrouwelijke dieren die homozygoot zijn voor het kenmerk, kunnen geen kalf op een natuurlijke wijze ter wereld brengen. De kalveren van deze dieren worden met een keizersnede geboren, wat tot ethische discussies leidt in veel landen. In andere diersoorten zorgt hetzelfde gen voor dezelfde problemen bij de geboorte en daarom zijn ook daar keizersneden vaak noodzakelijk in homozygoot vrouwelijke dieren.


**Melkeiwit genen**

Er zijn ook andere voorbeelden van genen met een groot effect bijvoorbeeld in melkkoeien. Bij een aantal genen voor melkeiwitten zijn er allelen die een verschillend effect hebben op de kaasopbrengst. Bijvoorbeeld, becta-lacto globuline allelen (van een gen dat op chromosoom 11 ligt) hebben een groot effect op de efficiëntie van kaasproductie. Koeien met het BB-allel zijn de favoriete dieren bij kaasmakers. De DGAT1 allelen (van een gen dat op chromosoom 14 ligt) beinvloeden het vetpercentage in melk en de vetsamenstelling. Het K-allel verhoogt het vet- en eiwitpercentage en vetopbrengst, terwijl het de melk- en eiwitopbrengst verlaagt. En, heel belangrijk, de vetsamenstelling is ook anders in koeien met K-allelen: ze produceren meer vetzuren die minder gezond zijn voor mensen.

**Genen voor vleeskwaliteit bij varkens**

In varkens staat het halothaan gen (dat op chromosoom 6 ligt) bekend om zijn invloed op de stressbestendigheid en vleeskwaliteit. Het onderzoek is ook gefocust op chromosoom 6 in varkens omdat daar genen te vinden zijn die de androstenon productie in beren beïnvloeden. Androstenon is verantwoordelijk voor (een verschrikkelijke) berengeur in het vlees van ongecastreerde beren. Tot nu toe werden beren gecastreerd om dit te voorkomen, maar selectie tegen berengeur is een betere benadering voor het welzijn van de varkens.

**Vruchtbaarheidsgenen bij schapen**

In schapen zijn verschillende genen bekend die een invloed hebben op worpgrootte. Een voorbeeld is het Booroola gen dat aanwezig is in de Australische Merino: de heterozygote dragers produceren één lam meer en de homozygote dieren produceren twee lammeren meer per worp. Dit allel is nu ook aanwezig in het Nederlandse Texelaar ras doordat een Merino drager ram gekruist is met Texelse ooien, welke daarna weer teruggekruist zijn met Texelse schapen.

**Kleur genen**

Bij alle diersoorten is en wordt veel aandacht besteed aan de vererving van de kleur van de huid. De kleur van de huid is een belangrijk raskenmerk. Ras verenigingen hebben hier vaak strenge regels voor. Bij de gezelschaps- en hobbydieren besteden de fokkers veel aandacht aan het fokken van speciale kleuren en kleurpatronen. In de literatuur zijn veel kleurgenen en kleur allelen beschreven.  

> Macro (children)