---
title: "4.2 Een uniek identificatiesysteem voor dieren is essentiëel"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/302088238/4.2%20Een%20uniek%20identificatiesysteem%20voor%20dieren%20is%20essenti%C3%ABel"
format: markdown
---
Een stamboom heeft alleen waarde voor de voorspelling van de genetische aanleg wanneer een <u>uniek en betrouwbaar identificatiesysteem</u> wordt gebruikt in een fokprogramma. Bij de geboorte hoort ieder dier een uniek identificatienummer te krijgen en zijn ouders zouden bekend moeten zijn zonder dat daar maar enige twijfel over bestaat. 

![20210723_170424-20210723-150425.jpg](media://672e3e21-53ae-456e-aab4-493ce3f959e3)

 In veel fokprogramma’s wordt de stamboom (steekproefgewijs) gecheckt met genetische merkers (zie het voorbeeld in dit hoofdstuk). Een tweede vereiste is dat <u>de metingen</u> (de fenotypes) aan dieren (bijvoorbeeld de schofthoogte, melkproductie etc.) <u>gecombineerd worden met het correcte identificatienummer</u>. Fouten in een stamboom en fouten in de koppeling van metingen naar dieren in het systeem zijn desastreus voor de voorspellingswaarde van stambomen.

De ouders van een dier hebben een additief genetische relatie van 0.5 en de grootouders een van 0.25 met dat dier. Hoe korter de afstand tussen de voorouder en het dier zelf, des te waardevoller zijn de eigenschappen van de voorouder als voorspelling voor de eigenschappen van het dier in kwestie. In het verleden werden stamboeken gestart met een stamboomregistratie en stamboom controle om de kopers van genetisch materiaal te garanderen dat de eigenschappen van een dier teruggekoppeld kon worden aan de eigenschappen van de ouders.

Naast de additief genetische relatie tussen de voorouders kunnen ook meerdere additief genetische relaties tussen dieren gebruikt worden in dierfokkerij. Een dier kan volle broers en zussen hebben met gemeten eigenschappen: de additief genetische relatie tussen volle broers en zussen is 0.5. Gemiddeld delen ze 50% van hun DNA afkomstig door hun ouders. Halfbroers en -zussen delen gemiddeld 25% van hun DNA (ze hebben dezelfde vader of dezelfde moeder) en deze additief genetische relatie van 0.25 met zijn halfbroers of -zussen kan ook waardevol zijn voor de voorspelling van de eigenschap van een (jonge) halfbroer of -zus. Volle of halfbroers en –zussen hebben een additief genetische relatie van 0.5 met hun gemeenschappelijke ouder en zijn vaak gebruikt om de fokwaarde van één van de ouders te bepalen. Zelfs nakomelingen van latere generaties, kleindochters en kleinzoons met een additief genetische relatie van 0.25 worden gebruikt om de fokwaarde van hun grootouders te bepalen. Concluderend: het is de moeite waard en heel informatief om de stamboom van een dier uit te breiden in een schema waar, naast de voorouders, ook volle en halfbroers en –zussen en nakomelingen zijn geplaatst. Dit geeft een volledig beeld van al de familieleden die informatie kunnen geven voor de schatting van de fokwaarde van het dier in kwestie.