---
title: "8.11.1 Het effect van toegevoegde informatie aan de nauwkeurigheid"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/302056523/8.11.1%20Het%20effect%20van%20toegevoegde%20informatie%20aan%20de%20nauwkeurigheid"
format: markdown
---
Hoe meer informatie beschikbaar is dat gerelateerd is aan de allelen van een dier, des te nauwkeuriger wordt de EBV. Informatie van nakomelingen is erg waardevol omdat zij de echte helft van de genen met hun ouders delen. Maar voor jonge dieren is dat nog geen realistische bron van informatie. In de afwezigheid van informatie van boers en zussen zijn hun ouders de enige informatiebron. Zij delen de echte helft van hun genen met hun nakomelingen en daarom zouden ze erg waardevol moeten zijn voor de informatiebron. Echter, er is een complicerende factor bij de informatie van de ouders, omdat je door de Mendelian Sampling niet weet WELKE helft van de genen wordt doorgegeven. Dit is anders wanneer je (meerdere) nakomeling(en) hebt als informatiebron, omdat je dan weet dan de helft van de allelen wordt doorgegeven. Onder de aanname van een gemiddelde andere ouder van de nakomeling kan de genetische potentie (TBV) vrij goed worden geschat. Het feit dat elke nakomeling een helft van de allelen van het dier krijgt, maar ieder kan een andere helft krijgen, maakt het mogelijk om de Mendelian Sampling te kwantificeren en een nauwkeurige schatting van de EBV te maken. Toch hangt ook nu de nauwkeurigheid af van het aantal nakomelingen en de erfelijkheidsgraad.

Dus:

> ℹ️ *Informatie van nakomelingen is waardevoller dan van broers en zussen omdat de nakomelingen de helft van hun allelen van het dier krijgen. Als er genoeg nakomelingen beschikbaar zijn dan kan het Mendelian Sampling effect gekwantificeerd worden en de EBV van een dier kan dan erg nauwkeurig geschat worden. *