---
title: "8.7.1: Fokwaardeschatting: het konijnenvoorbeeld voor massa selectie (new)"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/302056390/8.7.1%3A%20Fokwaardeschatting%3A%20het%20konijnenvoorbeeld%20voor%20massa%20selectie%20(new)"
format: markdown
---
Laten we teruggaan naar ons voorbeeld van de konijnen dat we gebruikt hebben in het gedeelte over de massa selectie. Het gemiddelde konijn in onze populatie weegt 2 kg. Als we een konijn van 2,3 kg hebben, dan is zijn fenotypische superioriteit 2,3 – 2,0 = 0,3 kg. De erfelijkheidsgraad voor lichaamsgegewicht in deze populatie is 0,2. De EBV voor lichaamsgewicht van dit konijn is dan 0,2*0,3 = 0,06 kg.

Nu willen we de fokwaarde van jonge nakomelingen van dit konijn schatten. Zij hebben nog geen eigen prestatie, dus we willen het fenotype van de ouder gebruiken. De EBV van de nakomeling wordt dan:

EBV<sub>­nakomeling</sub> = ½ * 0,2 *(2,3 - 2,0) = 0,03 kg.

Dit is lager dan wanneer de nakomeling zelf een fenotype gehad had. Zie je waarom? Dit is omdat voor het schatten van de fokwaarde voor de nakomeling de fenotypische waarneming van een ouder werd gebruikt als informatiebron en de additief genetische relatie tussen de ouder en zijn nakomeling 0,5 is. Een belangrijke aanname in een geval als deze met een onbekende tweede ouder is dat deze andere ouder die gepaard is met je superieure ouder een gemiddeld fenotype had, wat resulteert in een EBV van 0. Daardoor draagt deze tweede ouder niet bij aan de EBV van de nakomeling.