---
title: "3.6 Fokdoelen bestaan uit meerdere kenmerken"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/302055503/3.6%20Fokdoelen%20bestaan%20uit%20meerdere%20kenmerken"
format: markdown
---
Het fokdoel voor het produceren van voedsel richt zich, ongeacht het diersoort, op: het verbeteren van de bruto efficiëntie (de hoeveelheid product gedeeld door de hoeveelheid geconsumeerd voer) en het verhogen van de opbrengsten en het reduceren van de kosten. Dit kan bereikt worden door: 1) de productiviteit te verhogen (hogere productie en hogere financiële inkomsten), 2) de voerconversie te verbeteren (minder voer per kg product en lagere kosten) en 3) het verbeteren van de voortplanting, de gezondheid en levensduur (minder vervangende dieren nodig en lagere opfokkosten). Een verhoogde interesse in het verbeteren van de welzijn van dieren kan ook een plaats opeisen in het fokdoel.

In de huidige commerciële fokprogramma's voor melkvee, varkens en kippen zien we geavanceerde fokprogramma’s met complexe fokdoelen. De fokprogramma's van andere diersoorten zijn vaak minder gecompliceerd met een kleiner aantal kenmerken in het fokdoel. Als voorbeeld nemen de vleesproductie van kleine herkauwers, schapen en geiten. Deze kennen wereldwijd een minder gecompliceerd fokprogramma waarbij de groei van het dier een erg belangrijk kenmerk is in het fokdoel.

In commerciële varkens en kippen fokbedrijven worden vaak meerdere lijnen met verschillende fokdoelen gehouden. Deze lijnen worden gekruist om de optimale combinatie van kenmerken te krijgen in de dieren die vlees en eieren produceren. Doordat er maar op een klein aantal kenmerken in elke gespecialiseerde lijn wordt gefokt, kan er veel vooruitgang in elke lijn worden geboekt. Door de lijnen te kruisen, worden de fokdoelen van elke lijn gecombineerd en wordt het complexe fokdoel voor het producerende dier bereikt. Deze kruisingstechniek blijkt dan ook winstgevender te zijn dan gecombineerde selectie op alle belangrijke kenmerken in één lijn of één ras.  

Een vereenvoudigd voorbeeld van het gebruik van speciale lijnen is een drie-weg kruising die vaak wordt toegepast in de varkensfokkerij. Eerst worden zeugen van een zeugenlijn, die geselecteerd is op worpgrootte, gekruist met beren van een berenlijn geselecteerd op groei. Vervolgens worden gekruiste zeugen gekruist met beren van een berenlijn die geselecteerd is op karkaskwaliteit. Het resultaat van deze drie-weg kruising is een groot aantal biggen die goed groeien en een goede karkaskwaliteit hebben.

Rond 1970 werden in een schapenfokkerijproef ooien van het Finse Landrace ras (een ras met een hoge worpgrootte) gepaard met een ram van het Ile de France ras (een ras waarmee het hele jaar door kan worden gefokt (de vruchtbaarheid is in dat ras niet afhankelijk van het seizoen). Dit resulteerde in gekruiste ooien met een groot aantal lammeren per jaar omdat ze drie keer in twee jaar tijd een worp brachten. Het vaderdier van de slachtlammeren uit de gekruiste ooien was een Texelse ram, een ras dat bekend staat om een goede groei en slachtkwaliteit.