---
title: "5.2 Het fenotype in een model"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/301892013/5.2%20Het%20fenotype%20in%20een%20model"
format: markdown
---
Zoals we hebben gezien kan alles dat gebeurd is tijdens het leven van een dier zijn huidige fenotype beïnvloeden. Bijvoorbeeld, als je de hoogte van een dier meet, is dat zijn fenotype. Genetica speelt een rol in de hoogte van een dier. Wanneer de genen bepalen dat een dier klein blijft, kun je het nog zoveel voer geven, maar het zal niet groter worden. De genetische aanleg bepaalt de grenzen. Echter, als datzelfde dier niet goed gevoerd wordt, of als het ziek wordt, of als het in een heel koud klimaat leeft, of als zijn moeder ziek was tijdens de dracht, dan zal het dier niet zo hoog worden als de genen zouden willen toelaten. Het dier zal kleiner blijven dan een dier met dezelfde genetische aanleg dat onder de beste omstandigheden is gehouden. Deze invloeden van de omgeving zijn niet altijd eenvoudig aan te wijzen omdat ze zo vroeg beginnen (eicellen en spermacellen ondervinden ook al invloeden van de omgeving), maar ook omdat het niet altijd duidelijk is wat van invloed is en wat niet. Over het algemeen kun je het basis model handhaven dat als volgt gedefiniëerd is:

> ℹ️ ### Definitie
> ℹ️ 
> ℹ️ *Fenotype = Genotype + Omgeving (of milieu)*
> ℹ️ 
> ℹ️ *Of*
> ℹ️ 
> ℹ️ *P = G + E*

Deze symbolen P, G, en E zijn belangrijk om te onthouden, omdat ze gebruikt worden om het fenotype (**P**henotype), **G**enotype, en omgeving (**E**nvironment) te beschrijven.