---
title: "13.3: Wat zou de gerealiseerde respons op selectie kunnen beïnvloeden?"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/LFH/301859306/13.3%3A%20Wat%20zou%20de%20gerealiseerde%20respons%20op%20selectie%20kunnen%20be%C3%AFnvloeden%3F"
format: markdown
---
De voorspelde genetische respons op selectie wordt gebruikt om een plan te maken, om het fokschema op te stellen. Achteraf wordt de genetische toename geregistreerd, maar dit wordt vaak niet vergeleken met de voorspellingen. Dat is zonde, omdat het verschil tussen voorspelde en gerealiseerde selectie respons een aanwijzing geeft over het succes van het fokprogramma. Het is daarom erg verstandig om dit te monitoren, omdat het inzicht geeft in het succes van het fokprogramma en in aspecten die anders gingen dan je had gepland.

### **Aannames worden niet gerealiseerd**

Waarom zou er een verschil zijn tussen geschatte en gerealiseerde genetische respons? Neem de formule voor het voorspellen van genetische respons op selectie en evalueer alle componenten. Waren de echte waarden hetzelfde als die werden gebruikt in de voorspelling?

### **Selectie intensiteit *****i***

Om te beginnen kan de gerealiseerde selectie intensiteit lager zijn dan die gebruikt is voor de voorspelde respons. Bijvoorbeeld, sommige dieren die je hebt geselecteerd konden om een of andere reden niet meedoen met de fokkerij. Dit betekent dat gemiddeld minder superieure dieren gebruikt zijn, wat de gerealiseerde genetische respons op selectie verlaagt. Of sommige van de geselecteerde dieren werden veel vaker als ouderdier gebruikt dan andere. Dit zal ook de selectie respons beïnvloeden.

### **Nauwkeurigheid van selectie *****r***<sub>***IH***</sub>

De volgende component is de nauwkeurigheid van selectie. Deze wordt beïnvloed door de erfelijkheidsgraad en de informatiebronnen, bijvoorbeeld eigen prestatie versus broer- en zusterprestaties. De informatiebronnen worden nogal gemakkelijk beïnvloed. Als in de voorspelde formule werd aangenomen dat de EBV van alle dieren gebaseerd kan worden op 5 nakomelingen en in de realiteit hadden sommige dieren er minder, dan zal dit de nauwkeurigheid verminderen. Het kan ook dat een dier 8 i.p.v. 5 nakomelingen heeft. Dit zal de nauwkeurigheid verhogen en dus de kans verhogen dat de genetisch beste dieren geselecteerd worden. De waarde van de erfelijkheidsgraad kan niet gemakkelijk worden beinvloed. Zoals we hebben gezien in het hoofdstuk over genetische modellen is een mogelijke manier om de erfelijkheidsgraad te verhogen het verbeteren van de methode voor het meten van een fenotype. De erfelijkheidsgraad kan ook veranderen door een verandering in additief genetische variatie.

### **Additief genetische standaard afwijking *****σ***<sub>***a***</sub>

De volgende component in de formule is de additief genetische standaard afwijking, welke de wortel is van de additief genetische variantie. Deze variantie wordt geschat door de fenotypische en de additief genetische relaties tussen dieren te combineren. Zie het hoofdstuk over genetische modellen. Het maakt dus gebruik van het feit dat dieren die verwant zijn aan elkaar meer op elkaar lijken dan niet verwante dieren. Echter, als de stambomen niet correct zijn geregistreerd, kan het zijn dat op papier verwante dieren niet meer zoveel op elkaar lijken. Minder overeenkomsten tussen de dieren kunnen worden toegeschreven aan genetische relaties. Stamboom fouten verminderen dus de grootte van de geschatte additief genetische variantie.

Zelfs als de stamboom correct geregistreerd is en de geschatte additief genetische variantie zo nauwkeurig mogelijk is, kan de schatting nog steeds wat veranderen over generaties. Zoals we hebben gezien in het hoofdstuk over relaties en inteelt, zijn er een paar krachten die invloed hebben op de additief genetische variatie, ook al zullen de veranderingen niet direct groot zijn van generatie op generatie. Op de lange termijn maakt het wel verschil. Daarom is het belangrijk om de additief genetische variatie zo nu en dan opnieuw te schatten. Mogelijke redenen voor veranderingen zijn dat selectie de frequentie van gewenste allelen verhoogt. Genetische drift kan echter zorgen dat allelen die onder selectie waren afnemen in frequentie, in plaats van toenemen in frequentie. Mutaties creëren nieuwe variatie die niet van tevoren voorspeld had kunnen worden.

### **Generatie interval *****L***

De laatste component in de voorspelling formule is het generatie interval. Dit doet er alleen toe als je de respons per jaar uit wil drukken en niet per generatie. Het generatie interval bepalen kan erg lastig zijn, zoals we hebben gezien in het hoofdstuk over genetische respons op selectie. Het is bijna nooit hetzelfde voor alle families dus je moet een gemiddelde aannemen. In de realiteit kan de generatie interval langer of korter zijn dan bedacht, wat zorgt dat de gerealiseerde genetische respons per jaar verschilt van de voorspelde.

> 📝 *Wanneer je faalt om de voorspelde genetische respons op selectie volledig te realiseren: zijn alle aannames over de componenten van de voorspelling formule wel waar gemaakt?*