---
title: "Nevelkoeling bij pluimvee"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/KLPV/2036039714/Nevelkoeling%20bij%20pluimvee"
format: markdown
---
## Doel en werking van nevelkoeling

Nevelkoeling bij pluimvee wordt ingezet bij hoge buitentemperaturen om de temperatuur in de stal niet te hoog te laten worden. De daling of mindere stijging van de staltemperatuur is het gevolg van het onttrekken van warmte aan de omgevingslucht doordat water verdampt, dit wordt ook wel adiabatische koeling genoemd. Door de combinatie van het verdampen van vocht en de daling van de staltemperatuur stijgt echter de relatieve luchtvochtigheid (RV) in de stal.

## Afstemming op maximum ventilatie

Om nevelkoeling bij pluimvee optimaal in te zetten, is het nodig om de maximale geïnstalleerde ventilatiecapaciteit in de stal te weten. De capaciteit van de nevelkoeling, uitgedrukt in grammen water/m<sup>3</sup> lucht/uur, moet hierop worden afgestemd. Bij een lagere watercapaciteit zal de koeling onvoldoende werken en zakt de temperatuur in de stal niet genoeg. Zie ook ‘Maximaal haalbare verlaging temperatuur’.

## Advies koelcapaciteit

Voor de gemiddelde Nederlandse omstandigheden wordt een capaciteit van 2,5 gram water/m<sup>3</sup> lucht (of 1 liter water per 400 m<sup>3</sup> lucht) geadviseerd. Met deze capaciteit kan de binnenkomende lucht, onafhankelijk van de temperatuur en RV, met ongeveer 5,5 °C in temperatuur worden verlaagd. Wel zal de RV ook stijgen. In de hieronder zijn de nieuwe RV-waarden bij een aantal uitgangssituaties weergegeven.

| **Staltemperatuur (°C)** | **Stal-RV (%) met RV inkomende lucht van 40%** | **Stal-RV (%) met RV inkomende lucht van 50%** | **Stal-RV (%) met RV inkomende lucht van 60% ** |
| --- | --- | --- | --- |
| 28 | 68 | 81 | 96 |
| 29 | 67 | 81 | 94 |
| 30 | 66 | 80 | 94 |
| 31 | 65 | 79 | 93 |
| 32 | 65 | 79 | 92 |
| 33 | 64 | 78 | 92 |
| 34 | 63 | 77 | 91 |
| 35 | 63 | 77 | 90 |

> ℹ️ Het verdampen van 2,5 gram water/m<sup>3</sup> lucht onttrekt altijd dezelfde hoeveelheid energie aan de lucht, onafhankelijk van de temperatuur van de lucht. Daardoor daalt de luchttemperatuur in de praktijk steeds ongeveer evenveel.

## Hoge/lage druk nevelkoeling

De voorkeur heeft het installeren van een nevelkoelingssysteem dat werkt op basis van hoge druk, 70-120 bar. Met dit systeem worden kleine druppels verneveld die snel kunnen verdampen. De grotere druppels van een lage druk systeem verdampen minder snel en zijn daardoor minder effectief. Ook is de kans op natte plekken in het strooisel groter. Plaats de nozzles van een systeem met lage druk altijd boven de inlaatventielen.

Het aanbrengen van een systeem buiten de stal is meestal gebaseerd op een lage druk, met grotere druppels. Ook deze manier van nevelkoeling is minder effectief. Onder andere vanwege het verlies van een hoeveelheid water dat niet verdampt. Als een hoge druk systeem buiten wordt toegepast zijn meer nozzles nodig vanwege dit verlies aan water. Houd ongeveer 1½ keer zoveel nozzles aan ten opzichte van een systeem dat in de stal is geplaatst.

## Instelling

Zorgt dat nevelkoeling niet alleen aan/uit-schakelt, maar regel de koeling op toenemende temperatuur. Dus minimum koeling% en maximum koeling% instellen afhankelijk van temperatuur met een bandbreedte van 2 graden bijvoorbeeld.

Het koelen starten:

- bij leghennen en vleeskuikenouderdieren vanaf 27 graden staltemperatuur;
- bij vleeskuikens, vleeskalkoenen en opfokdieren afhankelijk van leeftijd, als een buitentemperatuur wordt verwacht die >5 graden boven de gewenste staltemperatuur ligt.

Start met de nevelkoeling door pulserend te starten. Zet de koeling bijvoorbeeld 30 van de 120 seconden aan, met een bandbreedte van 2 tot 3 graden. Bij 100% koeling staat de nevelkoeling continu aan.

Zorg dat het systeem blijft koelen als eventueel aanwezige uitloopopeningen worden geopend.

## Aandachtspunten bij installatie

Houd bij het installeren van een nevelkoelingssysteem rekening met de volgende aandachtspunten:

- Het is belangrijk dat de nozzles in de nabijheid van de luchtstroom van een inlaatventiel/-opening hangen;
- Zorg dat de nozzles niet op bijvoorbeeld een lichtlijn, kabelgoot of ander obstakel blazen. Hiermee voorkom je kortsluiting en natte plekken door het neervallen van aangehecht water. Als dit niet mogelijk is, kan de lijn met nozzles beter verder van de zijwand in de geplaatst worden;
- Bij het instellen van het minimum aantal pulsen is het belangrijk om te zorgen dat uit alle nozzles water komt. De instelling hiervan is afhankelijk van de stal en de koelinstallatie (pompdruk en -capaciteit);
- Er kan worden gekozen om meer dan 2 lijnen met nozzles toe te passen als bijvoorbeeld de onderdruk laag is, zoals bij uitloop stallen met open uitloopopeningen. Dan moet wel rekening gehouden worden met het type nozzle, omdat de nevel niet wordt meegenomen door de binnenkomende luchtstroom. Nozzles die een kleine waterdruppel geven zijn dan noodzakelijk om natte plekken te voorkomen;
- Plaats altijd een RV-sensor. Het heeft de voorkeur om minimaal 2 RV-sensoren te gebruiken (mits deze aansluitingen aanwezig zijn in de klimaatcomputer). Dit vanwege de gevoeligheid voor storingen en het geven van foutieve meetwaarden van dit type sensor;
- Plaats de RV-sensor zo dicht mogelijk bij de uitgaande luchtstroom. Zorg er in ieder geval voor dat de sensor uit de buurt van de nevel uit de nozzles wordt geplaatst;
- Zorg ervoor dat de leidingen van het nevelkoellingssysteem gereinigd kunnen worden om besmetting met bacteriën, zoals bijvoorbeeld legionella, te voorkomen. Zorg dat de lijnen op het einde afgetapt kunnen worden en eventueel in verbinding met de afvoer van een spoelleiding staan.

## Aandachtspunten bij gebruik

Houd bij het gebruik van een nevelkoelingssysteem rekening met de volgende aandachtspunten:

- Begin op tijd met koelen. Houd hiervoor de weersvoorspelling in de gaten en kijk daarbij meerdere dagen vooruit;
- Let op het mogelijk kunnen ontstaan van extreme omstandigheden in de stal zoals een RV boven de 90%. In Nederland komt het een enkele keer voor dat bij temperaturen boven de 30 ⁰C de RV hoger is dan 60%. In die omstandigheden heeft nevelkoeling niet het gewenste effect;
- Controleer het systeem tijdig op een goede werking voorafgaand aan de opzet van een koppel met kans op hoge buitentemperaturen. Let op zaken als verstopping van waterfilters, alle nozzles geven een nevel, enzovoorts;
- Check regelmatig de aanwezige RV-sensoren op een goede werking. Hiermee wordt voorkomen dat bij een te lage aangegeven RV-waarde de koeling aan blijft staan met als gevolg te hoge RV-waarden in de stal;
- Zorg bij aanwezigheid van leggende dieren dat de leidingen zijn doorgespoeld voordat een periode met hogere buitentemperaturen aanbreekt. Volg hiervoor de weersvoorspellingen.

## Maximaal haalbare verlaging temperatuur

In de tabel hieronder is weergegeven wat de maximaal haalbare verlaging is van de temperatuur van binnenkomende lucht bij verschillende combinaties van temperatuur en RV. Deze verlaging is gebaseerd op dat de RV in de lucht naar 100% stijgt, iets wat niet/minder wenselijk is bij aanwezigheid van dieren in de stal. Om de verlaging zoals weergegeven in de tabel te realiseren, moet wel voldoende wateraanvoer voor de verneveling aanwezig/geïnstalleerd zijn. Als er minder wateraanvoer of watercapaciteit is, zal de temperatuur minder ver dalen. Om toch een lagere temperatuur te bereiken kan dan eventueel de maximumventilatie worden verlaagd of begrensd. De ventilatie wordt dan afgestemd op de maximaal beschikbare hoeveelheid water die kan worden verneveld.

| **Temperatuur (°C)** | **30% RV** | **35% RV** | **40% RV** | **45% RV** | **50% RV** | **55% RV** | **60% RV** | **65% RV** |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| 25 | 10,6 | 9,7 | 8,8 | 8,0 | 7,2 | 6,4 | 5,6 | 4,8 |
| 26 | 10,9 | 10,0 | 9,1 | 8,2 | 7,3 | 6,5 | 5,7 | 5,0 |
| 27 | 11,2 | 10,3 | 9,3 | 8,4 | 7,5 | 6,7 | 5,9 | 5,1 |
| 28 | 11,5 | 10,5 | 9,6 | 8,6 | 7,7 | 6,9 | 6,0 | 5,2 |
| 29 | 11,8 | 10,8 | 9,8 | 8,8 | 7,9 | 7,0 | 6,2 | 5,4 |
| 30 | 12,1 | 11,1 | 10,0 | 9,1 | 8,1 | 7,2 | 6,3 | 5,5 |
| 31 | 12,4 | 11,3 | 10,3 | 9,3 | 8,3 | 7,4 | 6,5 | 5,6 |
| 32 | 12,7 | 11,6 | 10,5 | 9,5 | 8,5 | 7,6 | 6,6 | 5,7 |
| 33 | 13,0 | 11,9 | 10,8 | 9,7 | 8,7 | 7,7 | 6,8 | 5,8 |
| 34 | 13,3 | 12,2 | 11,0 | 9,9 | 8,9 | 7,9 | 6,9 | 5,9 |
| 35 | 13,6 | 12,4 | 11,3 | 10,1 | 9,1 | 8,0 | 7,0 | 6,0 |

> ℹ️ Aandachtspunten bij het verlagen van de maximumventilatie:
> ℹ️ 
> ℹ️ - Het advies voor verlagen ventilatie in de praktijk varieert tussen 20-30% lager, dit komt overeen met 70-80% van het maximum.. Belangrijk is om rekening te houden met leklucht wat bijvoorbeeld veroorzaakt wordt door de put van de mestbanden;
> ℹ️ 
> ℹ️ - Bij kantelventielen werkt het afbouwen van de ventilatie goed omdat deze wat schuiner blijven staan en er geen lucht onder de klep doorgaat. De bevochtigde, koelere lucht komt daardoor minder op de dieren en wordt meer de stal ingestuurd;
> ℹ️ 
> ℹ️ - Check met je leverancier of installateur van het ventilatiesysteem of de maximale ventilatie tijdens het koelen ingesteld kan worden.

> ⚠️ **Let op:** 
> ⚠️ 
> ⚠️ Een goed binnenklimaat voorkomt groeiproblemen en draagt bij aan diergezondheid en welzijn. Gebruik dit document als leidraad, maar pas het aan op jouw stal, dieren en omstandigheden.