---
title: "Bijlage 4\tIntegrated Crop Management"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/924057602/Bijlage%204%09Integrated%20Crop%20Management"
format: markdown
---
### Integrated Crop Management

Doordat de akkerbouw een open teelt is, zijn gewassen kwetsbaar voor natuurlijke factoren. Competitie als gevolg van onkruiddruk kan voor een substantiële vermindering van de gewasontwikkeling zorgen. Deze competitie vindt niet alleen plaats voor de ruimte waarin het gewas zich ontwikkelt, maar ook voor o.a. water, nutriënten en licht. Op een zelfde manier kunnen ook ziektes en plagen grote schade aanbrengen aan landbouwprecelen. Met de verkleining van het gewasbeschermingsmiddelenpakket en de wens om de milieubelasting te minimaliseren wordt het voor agrariërs steeds uitdagender om de natuurlijke factoren onder controle te houden.

Om minder afhankelijk te zijn van chemische middelen wordt de verdediging tegen de natuurlijke factoren steeds vaker integraal benaderd, via een concept dat Integrated Crop Management (ICM) heet (Figuur 79). ICM is een duurzame landbouw benadering waarbij de impact op het milieu wordt geminimaliseerd door efficiënt gebruik te maken van verschillende landbouwpraktijken. Het gaat hierbij om monitoring en evaluatie, gewasdiversiteit in tijd en ruimte, rassenkeuze en teeltwijze en bodembeheer. Als er geen andere oplossing meer mogelijk is, kan een chemische bestrijding ingezet worden. Onderdeel van bodembeheer is het inzetten van de juiste grondbewerking.

![Bijlage 4 Integrated Crop Management Figuur 79.jpg](media://ed07f466-85d4-44f7-85ed-d146d1828455)

### Onkruiden

Onkruiden kunnen grofweg worden onderverdeeld in twee categorieën, namelijk zaadonkruiden en wortelonkruiden. Zaadonkruiden verspreiden zich bovengronds via zaden en worden verspreid door wind, water, dieren, menselijke activiteiten of landbouwmachines. Ze kunnen in korte tijd veel zaden produceren die vaak lang levensvatbaar blijven. Wortelonkruiden zijn onkruiden die zich verspreiden via ondergrondse delen zoals wortelstokken, bollen of knollen.

### Zaadonkruiden

Zodra een zaadonkruid zijn zaden verspreid heeft, komen de zaden in de zaadbank terecht. De zaadbank is een verzamelterm voor alle levensvatbare zaden in de bodem. Over het algemeen zorgt een grondbewerking voor een vermindering van de zaadbank. Dit kan op verschillende manieren.

Een mogelijkheid om de onkruiddruk te verlagen is door het inzetten van een vals zaaibed. Bij een vals zaaibed wordt de grond met bijvoorbeeld een rotorkopeg fijn gemaakt zonder er daadwerkelijk gewassen in te zaaien. Hierdoor zal een deel van de onkruiden al kiemen. Bij de daadwerkelijke zaaibedbereiding wordt het gekiemde onkruid gedood, waardoor het aantal onkruiden dat opnieuw kiemt minder is. Voorwaarde hierbij is wel dat het vervolggewas relatief laat gezaaid kan worden. Voor 1 april heeft het maken van een vals zaaibed vaak geen zin vanwege de lage temperaturen die ervoor zullen zorgen dat de onkruiden niet zullen kiemen (Kennisakker, 2004)<sup> [2]</sup>.

Daarnaast kan de onkruiddruk verlaagd worden door te eggen of te schoffelen. Met een wiedeg worden tanden door de grond getrokken, waardoor deze openbreekt en onkruiden voordat ze gekiemd zijn al bestreden kunnen worden. Bovendien wordt hiermee de grond licht open getrokken, wat de infiltratie van water en zuurstof in de bodem kan verbeteren. Zodra de onkruiden verder ontwikkeld zijn, wordt vaak een schoffel ingezet.

Over het algemeen zorgt een intensievere grondbewerking voor een verlaging van de onkruiddruk. Ploegen zal de zaadbank verkleinen door zaden te beschadigen of kapot te maken. Bovendien worden zaden gelijkmatig over de diepte van de bouwvoor verspreidt, wat de kiemkans verkleint. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld woelen, waarbij 60% van de zaadbank zich bevindt in de eerste 5 centimeter van de bodem (Clements et al., 1996)<sup> [3]</sup>.

Een minder intensieve grondbewerking kan juist zorgen voor een toename van de zaadbank en daarmee ook de onkruiddruk. Dit bleek ook uit de systeemproeven waarbij niet-kerende grondbewerking werd vergeleken met traditioneel ploegen. Nadat meer dan 15 jaar niet geploegd was, werd uit de zandbodem in Vredepeel een monster van de zaadbank vergeleken met dat van een perceel waarop wel geploegd was. Hieruit bleek dat de zaadbank dichtheid op niet-geploegd land aanzienlijk hoger was dan op wel geploegd land. Op de kleibodem in Lelystad was dit verschil minder duidelijk te zien.

Een niet-kerende grondbewerking verandert naast de grootte van de zaadbank ook de samenstelling ervan. Onkruiden zijn gevarieerd en de soort die het best geschikt is voor de aanwezige omstandigheden zal het vaakst voorkomen. Dit betekent dat als o.a. de porositeit, dichtheid en vochttoestand in een bodem veranderen door een niet-kerende grondbewerking, nieuwe soorten onkruiden hierin zullen floreren. Bovendien krijgen de zaden die hoog in de bouwvoor liggen sneller een lichtpuls tijdens de grondbewerking. Met name grasachtigen die vaker ontsnappen aan mechanische onkruidbestrijding en een lage basistemperatuur hebben komen vaker voor in niet-kerende systemen.

### Wortelonkruiden

Wortelonkruiden zijn over het algemeen lastig te bestrijden, omdat ze diep in de bodem kunnen doordringen. Daarnaast kunnen nieuwe planten ontstaan uit kleine stukjes wortel. Dit betekent dat als een wortelonkruid mechanisch bestreden wordt er een kans bestaat dat een stukje van de wortel in de bodem terecht komt en zich verder ontwikkelt tot een nieuwe plant.

Desalniettemin is het schoffelen een effectieve manier om wortelonkruiden te bestrijden. Door de aangroei van nieuwe onkruidplantjes te bestrijden kan een uitgebreid wortelstelsel worden voorkomen. Doordat de plant veel energie heeft gestoken in het produceren van nieuwe delen, kan deze uitgeput raken en uiteindelijk bestreden worden.

Een diepe grondbewerking een effectieve manier zijn om wortelonkruiden te bestrijden. Door de bodem om te draaien wordt de ontwikkeling van het onkruid verstoord. Als de plant naar hogere bodemlagen verplaatst wordt kan het ook uitdrogen. Hierbij bestaat wel het risico dat de gefragmenteerde stukjes aanslaan en nieuwe planten vormen.

In een systeem waarbij niet-kerende grondbewerking wordt toegepast, worden over het algemeen veel problemen ervaren met het bestrijden van wortelonkruiden. Doordat de onkruiden niet verstoord worden in hun ontwikkeling, kunnen deze snel doorgroeien. Bovendien wordt een microklimaat in de bodem gecreëerd waarbij meer vocht aanwezig is, wat de ontwikkeling van wortelonkruiden bevorderd. Hierbij is het van belang om onkruiden op verschillende manieren aan te pakken, zoals regelmatige mechanische bestrijding, een snel sluitend gewas of het indien toegestaan chemisch bestrijden van het onkruid.

### Pathogenen

Plagen en ziektes kunnen grote schade aanrichten in gewassen. Met een afname in het gewasbeschermingsmiddelenpakket, is een vitaal gewas en een goede bodemweerbaarheid in toenemende mate belangrijk. Bodemweerbaarheid zorgt ervoor dat een gewas weinig schade ondervindt van een bepaalde ziekte, ondanks de aanwezigheid van een ziekteverwekker.

Een belangrijke bron voor verschillende ziektes zijn gewasresten. Gewasresten vormen een gemakkelijke overlevingsplaats voor ziekteverwekkers. Zodra er weer een gewas wordt geteeld dat vatbaar is voor de ziekte, kan de ziekteverwekker van de gewasrest overspringen op het hoofdgewas. Met een grondbewerking, zoals ploegen, worden gewasresten en de toplaag van de bodem ondergewerkt. Hier zijn de omstandigheden minder goed en worden gewasresten sneller afgebroken. Bij aanvang van het nieuwe teeltseizoen is de ziektedruk dan ook lager.

Bij een niet-kerende grondbewerking blijven gewasresten bovenop de bouwvoor liggen. Hier kunnen luizen of bijvoorbeeld bladschimmels gemakkelijk overleven. Zeker bij een zachte winter zal dit vroeg in het teeltseizoen voor een hoge ziektedruk zorgen.

Naast de aanwezigheid is ook de weerbaarheid van het gewas tegen ziekteverwekkers een bepalende factor van de ziektedruk. De bodemstructuur heeft een belangrijke invloed op de gewasweerbaarheid. Door een gewas te telen in een bodem met een goede bodemstructuur, kan het wortelsysteem zich volledig ontwikkelen met een vitaal gewas tot gevolg.

Daarnaast zorgt een minder intensieve grondbewerking voor een toename van de hoeveelheid organische stof in de bovenlaag van de bodem. Organische stof zorgt voor een actief bodemleven waarbij een competitie ontstaat tussen de pathogenen en het overige bodemleven. Hoewel dit sterk van de situatie afhankelijk is, kan deze competitie voor een verlaging van de pathogenendruk zorgen.

Dit is onderzocht tijdens systeemproeven in Lelystad, waarbij de invloed van verminderde grondbewerking op *Rhizoctonia solani* en *Streptomyces scabies* is bestudeerd. Hoewel er een toename was geobserveerd in bacteriële antagonisten van deze ziektes, zorgde een verminderde grondbewerking niet voor een verlaagde ziektedruk (Kurm et al., 2023)<sup> [4]</sup>.

Ook in periodes van wateroverschot/droogte zijn gewassen vatbaarder voor ziektes. Zodra een gewas niet optimaal functioneert, kan een ziekteverwekker het gewas makkelijker besmetten. Door de juiste grondbewerking in te zetten kan de waterhuishouding dermate gestuurd worden, zodat periodes van extreme droogte of wateroverschotten beperkt kunnen worden. Een voorbeeld hiervan is wortelrot in granen. Hiervan zouden in theorie meer problemen verwacht kunnen worden als gevolg van de aanwezigheid van gewasresten. Uit onderzoek is echter gebleken dat de aantasting hiervan juist afneemt, doordat het gewas minder droogtestress ervaart en minder vatbaar is voor besmetting.

Over het algemeen kan gesteld worden dat het effect van een bepaald type grondbewerking op de ziektedruk sterk kan verschillen. Sturz et al. (1997)<sup> [5] </sup> hebben de effecten van minimale grondbewerking op plantenziekten uit verschillende studies vergeleken. Hieruit bleek dat voor 11 schimmelziekten een niet-kerende grondbewerking leidt tot een zwaardere aantasting. Hier staat tegenover dat niet-kerende grondbewerking voor 9 ziekten juist een onderdrukkend effect heeft. Echter kwamen 7 ziekten in beide lijsten voor; bij verschillende proeven met een niet-kerende grondbewerking was de ziektedruk in sommige gevallen toegenomen, in andere juist afgenomen. Dit laat de complexiteit van de processen in de bodem zien en toont aan dat naast grondbewerking vele andere factoren invloed hebben op de bodemweerbaarheid.

### Plagen

Grondbewerking kan een sturende invloed hebben op de aanwezigheid van plagen. Een goed voorbeeld hiervan is de slakkendruk. Door de bodem te ploegen bevat de bodem minder schuilplaatsen en zijn er minder vochtige omstandigheden, waardoor de slakkendruk verminderd kan worden. Uit een meerjarige vergelijking van verschillende grondbewerkingen bleek dat slakken vaker voorkomen in ongeploegde percelen. Tijdens dit onderzoek werd het verschil in slakkendruk toegewezen aan de verhoogde onkruiddruk door de verminderde grondbewerking (Andersen, 2003)<sup> [6]</sup>.

Hier staat tegenover dat een minder intensieve grondbewerking de aanwezigheid van natuurlijke vijanden kan laten toenemen. Door de hoeveelheid organisch materiaal in de toplaag te laten toenemen, ontstaat een hogere diversiteit in het bodemleven. Dit bevat ook natuurlijke vijanden van verschillende plagen. In percelen met een minder intensieve grondbewerking kan de aanwezigheid van predatoren hoger zijn. Met name keverpopulaties kunnen bij een verminderde grondbewerking groeien in populatie (Jacobsen et al., 2022)<sup> [7]</sup>. Deze kevers voeden zich onder andere met slakkeneitjes.

Net als voor onkruiden en de ziektedruk is het lastig te voorspellen welke invloed een grondbewerking heeft op de aanwezigheid van plagen. Feit is dat een verminderde grondbewerking zorgt voor een verhoogde bodemdiversiteit. Wat voor een invloed deze diversiteit heeft op de gewasontwikkeling is echter afhankelijk van veel verschillende variabelen, waardoor iedere teler voor zichzelf moet besluiten welke grondbewerking voor zijn systeem het meest geschikt is.

 

Bron: 

[1] Riemens, M. M., & Molendijk, L. P. G. (2022). Integrated Crop Management (ICM): een raamwerk voor een systematische aanpak van ziekten, plagen en onkruiden. Gewasbescherming, 53(5), 152-154. [https://edepot.wur.nl/581621](https://edepot.wur.nl/581621)

[2] Kennisakker. (2004, 15 februari). Vals zaaibed is een middel om de onkruiddruk te verlagen. Geraadpleegd op 7 februari 2024, van [https://kennisakker.nl/archief-publicaties/vals-zaaibed-is-een-middel-om-de-onkruiddruk-te-verlagen421](https://kennisakker.nl/archief-publicaties/vals-zaaibed-is-een-middel-om-de-onkruiddruk-te-verlagen421) 

[3] Clements, D. R., Benoit, D. L., Murphy, S. D., & Swanton, C. J. (1996). Tillage effects on weed seed return and seedbank composition. Weed Science, 44(2), 314–322.

[4] Kurm, V., Schilder, M. T., Haagsma, W. K., Bloem, J., Scholten, O. E., & Postma, J. (2023). Reduced tillage increases soil biological properties but not suppressiveness against Rhizoctonia solani and Streptomyces scabies. Applied Soil Ecology, 181, 104646.

[5] Sturz, A. V., Carter, M. R., & Johnston, H. W. (1997). A review of plant disease, pathogen interactions and microbial antagonism under conservation tillage in temperate humid agriculture. Soil and Tillage Research, 41(3–4), 169–189.

[6] Andersen, A. (2003). Long-term experiments with reduced tillage in spring cereals. II. Effects on pests and beneficial insects. Crop Protection, 22(1), 147–152.

[7] Jacobsen, S. K., Sigsgaard, L., Johansen, A. B., Thorup-Kristensen, K., & Jensen, P. M. (2022). The impact of reduced tillage and distance to field margin on predator functional diversity. Journal of Insect Conservation, 26(3), 491–501.

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://e113fdb8-40ac-4449-b94e-64f951b3acd8)