---
title: "7.7.2\tZaaien in niet-kerende grondbewerkingsaanpak"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923828263/7.7.2%09Zaaien%20in%20niet-kerende%20grondbewerkingsaanpak"
format: markdown
---
Zorgen voor een goede opkomst is een van de grootste agronomische uitdagingen voor de niet-kerend aanpak. Vergeleken met geploegde grond bevatten niet-kerende bodems meestal meer gewasresten op de bodem en in het zaaibed. Zelfs als de hoeveelheden relatief beperkt zijn, kunnen ze een grote invloed hebben op het eindresultaat.

Gewasresten hebben nadelige effecten op de bevochtiging van het zaad. De kiemkracht, opkomst en uiteindelijke plantstand kunnen allemaal worden beïnvloed. Opkomstverliezen tot 40% zijn waargenomen (Figuur 44). Verschillende mechanismen liggen aan de basis van deze mindere prestaties. De twee belangrijkste zijn isolatie in droge omstandigheden en de productie van zure sappen in natte omstandigheden. Een zaadje dat in contact komt met gewasresten zal in droge omstandigheden minder vocht ontvangen omdat de plantenresten het isoleren van de rest van de grond. In natte omstandigheden krijgt het zure sappen binnen die ontstaan door de afbraak van plantenresten, waardoor de kiem kan verbranden.

Er zijn twee mogelijke oorzaken voor de aanwezigheid van gewasresten in de zaadsleuf na het zaaien. De eerste is oppervlakte resten dat het zaaielement in de sleuf heeft gedrukt. De tweede zijn gewasresten dat zich al in het zaaibed bevinden en niet zijn verplaatst.

Schijven zaaielementen staan bekend als effectief in niet-kerend landbouw, omdat ze het voordeel hebben dat ze over gewasresten rollen en dus niet verstopt raken. Ze zijn populair bij het zaaien van [wintergranen](https://edepot.wur.nl/335979). Schijven hebben echter het nadeel dat ze gewasresten van het oppervlak in de sleuf drukken. Dit is niet het geval bij [zaaimachine met agressieve tanden](https://www.youtube.com/shorts/qj3Avf6fL6c). Deze duwen de oppervlakresten naar voren en opzij in plaats van in de sleuf. Echter kunnen ze soms vol lopen. Lange resten in grote hoeveelheden, zoals aardappelloof, kunnen problematisch zijn. Eenvoudige oplossingen, zoals het hakselen van het loof voor het oogsten, kunnen voldoende zijn om verstoppingen te voorkomen.

Gewasresten aanwezig in het zaaibed voordat het zaaien begint is uitdagender. Momenteel zijn er geen technische oplossingen om het te verwijderen op het moment van zaaien. Dit is vooral een probleem bij fijnzadige gewassen zoals uien en wortelen, en wordt soms gezien als de zwakke plek van de niet-kerende grondbewerkingsaanpak en kan leiden tot flinke opbrengstverliezen Om dit probleem te beheersen, zijn er verschillende oplossingen mogelijk. In wintergranen is het mogelijk om de zaaizaad dosering te verhogen om de verliezen te compenseren. Dit kan een kosteneffectieve oplossing zijn. Voor hoogwaardige gewassen is de veiligste oplossing om de grond voorbereiding te veranderen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de grondbewerking te intensiveren om de afbraak van resten te vergemakkelijken en/of de inwerking van stoppels en groenbemesters te verdiepen om de verse organische stof in een groter volume grond te verdunnen. Deze technieken werken goed, maar hebben één groot nadeel: van stoppel inwerken tot zaaien wordt de grondbewerking zeer intensief, zelfs even intensief of intensiever dan het kerend equivalent. In de laatste twee gevallen zal de niet-kerende aanpak de bodem op lange termijn waarschijnlijk niet verbeteren.

![7_7_2 Zaaien in NKG regime Figuur 44.jpg](media://3daadbd6-711a-4b8f-a65e-86293ecd9064)

Bron: 

[1] Stokkermans, T. (2022). Interne communicatie voor NPPL Thema 6 Precisie Zaaien in Optimale Bodems.

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://c2daa60e-2e53-44c9-bef3-9b2ea071a4c0)