---
title: "5. Grondbewerking intensiteit"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923664385/5.%20Grondbewerking%20intensiteit"
format: markdown
---
De intensiteit van grondbewerking is een cruciaal aspect binnen de akkerbouw. Het doel van grondbewerking is om een technisch en financieel optimaal resultaat op korte termijn te behalen, waarbij de mate van grondbewerking wordt afgestemd op de verwachte opbrengst. Hierbij moet tegelijkertijd de bodem op lange termijn worden behouden of verbeterd. Er is geen directe relatie tussen de grondbewerkingsaanpak en de intensiteit van de grondbewerking; een Niet-Kerend Grondbewerkingssysteem (NKG) kan zelfs intensiever zijn dan een kerend systeem (Figuur 30).

De *Soil Tillage Intensity Rating* (STIR) is een systeem dat de intensiteit van grondbewerkingen in kaart brengt en is nuttig voor degenen die verschillende grondbewerkingssystemen willen evalueren. Het gebruik van STIR biedt waardevolle inzichten, maar de resultaten moeten met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd omdat de onderliggende database nog niet volledig is afgestemd op Nederlandse omstandigheden. De berekeningen kunnen worden uitgevoerd op perceel-, gewas- of rotatieniveau, met als resultaat een score die in principe kan variëren van 0 tot oneindig. In de praktijk komt een score boven de 200 zelden voor, en een score van 0 is bijna nooit haalbaar (Figuur 30). Omdat zelfs het aantal keer dat een trekker het veld berijdt invloed heeft op bodemverdichting, wordt ook dit meegenomen in de STIR-score. Voor de interpretatie van deze scores worden de volgende richtlijnen gebruikt:

- 0 tot 10: de grondbewerkingsintensiteit is nihil;
- 20 tot 40: de intensiteit is minimaal;
- 50 tot 80: de intensiteit is gereduceerd;
- 100 tot 200: de grondbewerkingsintensiteit is hoog/intensief.

Tussen deze hoofdgebieden bestaan ook 'grijze' zones.

Voor het klaarmaken en inzaaien van suikerbieten op zandgrond zijn verschillende benaderingen mogelijk (Figuur 30). Binnen de [Kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922255650/4.1+Kerend+regime) zijn er intensieve methoden, zoals het losmaken van de stoppel, het ploegen op standaarddiepte en vervolgens het zaaiklaar maken van de grond met een rotorkopeg. Een minder intensieve kerende methode kan bestaan uit het ondiep ploegen van de stoppel, gevolgd door zaaibedvoorbereiding. De STIR-score binnen de kerende aanpak varieert van 50 tot 200 punten.

Binnen de groep [Niet-kerende grondbewerkingsaanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923467800/4.2+Niet+Kerende+Grondbewerking+regime) is de variatie groter; de praktische aanpakken kunnen uiteenlopen van intensieve NKG-systemen met zes volledige veldbewerkingen tot strokenbewerkingen. In de [Vastegrond aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923631640/4.3+Vaste+grond+regime) is de variatie iets beperkter, van minimale intensiteit bij vastegrond- woelen en zaaien tot zeer lage intensiteit bij vastegrondzaaien zonder voorafgaande grondbewerking. Er is een duidelijke overlap in de intensiteit van grondbewerking tussen kerende systemen, NKG, en vastegrondsystemen. Dit impliceert dat de grondbewerkingsaanpak niet per definitie de intensiteit van de grondbewerking bepaalt; kerende bewerking is niet altijd de meest intensieve optie.

![5 Grondbewerkingsintensiteit Figuur 30.jpg](media://90489374-28a5-46ac-858a-40b340cc790d)

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://0eb0f325-6a67-48ff-a264-386d06078ce2)