---
title: "Bijlage 5\tBodemdiepte en horizonten"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922943559/Bijlage%205%09Bodemdiepte%20en%20horizonten"
format: markdown
---
### Bodemdiepte en horizonten

Iedere bodem heeft een diepte en een of meerdere horizonten. Om goed te presteren is het vaak belangrijk dat het gewas de hele diepte van de bodem kan gebruiken en goed kan doorwortelen in de verschillende horizonten.

### Bodemdiepte

De bodemdiepte is de diepte van de bodem, het laagje grond tussen de lucht en de exclusieve minerale ondergrond. Figuur 80 toont een bodem met drie lagen (0, A en B) en twee minerale onderlagen (C en R). Deze specifieke lagen worden horizonten genoemd De bodemdiepte beïnvloedt de bodemvruchtbaarheid. Hoe dieper de bodem, hoe gemakkelijker het is voor wortels om nutriënten en vocht op te slaan en te benutten. Bovendien biedt een diepere bodem meer mogelijkheden om koolstof op te slaan en een habitat te creëren voor gunstig bodemleven.

Standaard grondbewerking draagt nauwelijks bij aan het dieper maken van de bodem. Bodemvorming is een langzaam proces. Pedogenese, het bio-chemische proces waarbij moedergesteente wordt omgevormd tot bodem, verloopt zeer traag en mechanische interventies versnellen dit proces niet aanzienlijk. Bodemvorming door depositie (bijvoorbeeld door erosie) is een ander proces dat nieuwe grond kan creëren. Grondbewerking helpt echter niet bij het vasthouden van gronddeeltjes die tijdens een erosie-evenement verplaatst worden.

Bodemdiepte is iets anders dan de bewortelingsdiepte. Dit laatste hangt af van factoren als het gewas en het bodembeheer. In een zelfde Nederlandse bodem, kan beworteling van mais variëren met 66% van 30cm in de [Kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922255650/4.1+Kerend+regime) tot 50 cm in de [Vastegrond aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923631640/4.3+Vaste+grond+regime) (zie [Vastegrond benadering](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923303964/4.3.1+Vaste+grond+aanpak) voor meer informatie)<sup>[1]</sup>.

![Bijlage 5 Bodemdiepte Figuur 80.jpg](media://0a9500bf-abdd-49a5-9362-d9404e0130c9)

### Bodemhorizont

Een bodemhorizont is een laag grond binnen de bodem die homogeen is in organische stof en mineraalgehalte. In vruchtbare bodems kunnen tot drie horizonten voorkomen (Figuur 80): de O-horizont, die rijk is aan organische stof en helemaal bovenaan ligt, de A-horizont, een mengsel van minerale deeltjes en humus, en de B-horizont, die bodemleven en/of wortels bevat maar arm is aan organische stof. Vruchtbare bodems kunnen ook slechts twee horizonten hebben (O+A of A+B) of zelfs maar één, namelijk de A-horizont. De A en B horizonten kunnen gesplit worden in subhorizonten wanner er substantiële variatie ontstaan binnen de horizont zoals grote verschillen in structuur.

Grondbewerking mengt de bodem, waardoor een of meerdere horizonten kunnen verdwijnen. Zo kan de O-horizont worden vermengd met de A-horizont, waardoor de bovenste horizont volledig verdwijnt. Dit fenomeen is zichtbaar op percelen die jaarlijks worden geploegd, maar komt niet uitsluitend voor bij kerende grondbewerking. Ook bodems die een intensieve niet-kerende grondbewerkingsstrategie (NKG) ondergaan, verliezen vaak hun O-horizont. Op de korte termijn lijkt dit geen probleem zolang de bodemvruchtbaarheid hoog blijft. Op de lange termijn zijn er echter zorgen over het behoud van de vruchtbaarheid. Bodems zonder O-horizont hebben vaak moeite om hun organische stofgehalte op peil te houden, een probleem dat minder voorkomt in bodems met een O-horizont.

Nederlandse akkerbouwsystemen hebben zelden een O-horizont. Met moderne technologie en kennis is het echter mogelijk om systemen te ontwikkelen waarbij een tijdelijke O-horizont ontstaat. Figuur 81 toont een voorbeeld van een mogelijke gewasrotatie die dit concept toepast. Na een hoogwaardig rooigewas wordt bijvoorbeeld een wintergraan ingezaaid, waarbij de gewasresten op de grond blijven liggen. Dit kan worden gerealiseerd met oppervlakkige NKG of vastegrondzaaien. In de zomer kan het graan worden gemaaid en het stro op het land worden achtergelaten. Hierdoor wordt de bodem bedekt met gewasresten. Vervolgens wordt in deze stoppelland een groenbemester ingezaaid met vastegrondtechniek. De groenbemester groeit en wordt in de winter of het voorjaar gedood. Daarna wordt een optimale grondbewerking uitgevoerd om een succesvol rooigewas te telen. Na de oogst van het rooigewas kan opnieuw wintergraan worden ingezaaid. Op deze manier is het mogelijk om een tijdelijke O-horizont te creëren binnen een rotatie met rooigewassen.

![Bijlage 5 Bodem horizonten Figuur 81.jpg](media://727ad3e8-09fc-45b7-b66b-46cae134468a)

Bron: 

[1] Stokkermans, T. (2020). Nieuwe maisteelt methode voor gezondere bodems 2020 rapportage. Provincie Gelderland.

[2] aangepast van Lewi, (2020). Soil Horizons diagram. Geraadpleegd op 7 februari 2024, van [https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Soil_Horizons_Diagram.jpg](https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Soil_Horizons_Diagram.jpg) 

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://5c429b6c-d68d-44b2-af91-1a339a7d8b15)