---
title: "9.1\tCasus: Groen de winter over op klei"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922845213/9.1%09Casus%3A%20Groen%20de%20winter%20over%20op%20klei"
format: markdown
---
Op zowel lichte als zware gronden is het wenselijk om de percelengroen te houden tijdens de winter om de vruchtbaarheid op de lange termijn te behouden. Op zandgrond en in zowel een [Kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922255650/4.1+Kerend+regime) als [Niet-kerende grondbewerkingsaanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923467800/4.2+Niet+Kerende+Grondbewerking+regime) is het redelijk makkelijk om in het voorjaar een zaaibed te maken. In klei is het een stuk moelijker om binnen korte tijd voldoende kleine aggregaten te hebben en de gewasresten te beheren om te kunnen zaaien/poten. Daarbij hebben verschillende gewassen verschillende behoefte in losse grond, zowel in de kwantiteit als de kwaliteit. Bijvoorbeeld aardappelen op ruggen hebben meer losse grond nodig dan suikerbieten. Dit maakt het vaak uitdagend om groen de winter over te gaan om vervolgens een goed gewas te telen op klei.

Het groen de winter door gaan heeft zowel voor- als nadelen. Door de groenbemester laat onder te werken heeft de groenbemester langer de tijd om te ontwikkelen. Hierdoor zal de doorworteling beter zijn, kan deze de [Nutriënten](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923336763/Bijlage+4+Gewasbehoefte) vasthouden tot het einde van de winter, meer organische stof produceren en kan deze meer invloed hebben op de bodemstructuur. Daarnaast kan de groenbemester bijdragen aan de onderdrukking van onkruid, het aanvoeren van organisch materiaal en het voeden van het bodemleven. Ook kan de groenbemester later gezaaid worden, wat het risico op emelten verminderd. Dit vermindert echter de onkruidonderdrukking. Tot slot wordt een bodem die beteeld is met een groenbemester langer beschermd tegen [Erosie](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922746981/Bijlage+1+Erosie) zoals winderosie, wat vooral van belang is op de lichtere gronden en draagt een groenbemester bij aan de biodiversiteit (meer informatie [Casus: Zaaien op zand met verstuivingsproblemen](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923238457/9.3+Casus:+Zaaien+op+zand+met+verstuivingsproblemen)).

Een risico bij het groen de winter over gaan is de verlengde droogperiode. Bodems die bedekt zijn zullen langer vocht vasthouden, wat ertoe leidt dat het aantal werkbare dagen in het voorjaar afneemt. Ook is een grond die braak ligt gevoeliger voor verslemping. Daarnaast zorgt het onderwerken van biomassa in het voorjaar voor de onttrekking van stikstof aan de bodem om deze te verwerken. Indien hierbij geen rekening wordt gehouden met de stikstofgift kan het volggewas hierdoor een tekort aan stikstof ondervinden. Bovendien kan onkruid zich opnieuw ontwikkelen als de bodem niet bedekt is. Tot slot kunnen groenbemesters ook ongewenste biodiversiteit met zich meebrengen, zoals aaltjes op lichtere gronden, ritnaalden en slakken.

Bij het groen laten van het perceel gedurende de winter is de keuze van de groenbemester cruciaal. Hierbij moet de teler bepalen of de groenbemester al dan niet winterhard moet zijn, hoe goed de doorworteling is en welke effecten het heeft op de al dan niet gewenste biodiversiteit. Met de keuze van de groenbemester kan de teler dus sturen op de risico’s van het groen de winter over gaan.

Indien er is gekozen voor een winterharde groenbemester kan het gewas op verschillende momenten kleingemaakt worden. Dit kan allereerst door de groenbemester te klepelen (Figuur 69). Hierdoor wordt de groenbemester in kleine deeltjes opgebroken wat als voordeel heeft dat het snel verteerd wordt en gemakkelijk te verwerken is. Bovendien ontstaan er zodoende geen problemen met het inwerken. Hierbij is ook het zaaimoment van belang. Een vorstgevoelige groenbemester als facelia die vroeg gezaaid is (in juli/augustus) zal bij lichte vorst afsterven omdat deze in een fysiologisch ouder stadium is. Als deze pas eind september/begin oktober is gezaaid zal het als klein plantje de vorst overleven. Indien een teler zijn groenbemester de winter over groen wil houden, moet deze niet te vroeg gezaaid worden. Bovendien voorkomt dit de behoefte om een grote massa in het voorjaar onder te werken.

Met behulp van een [Schijveneg](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923107377/8.5+Schijveneg) kan het gewas verkleind worden en direct licht ingewerkt worden. Voordeel hiervan is dat deze relatief moeilijk stroopt en daardoor onder meer omstandigheden in te zetten is. Bovendien wordt de groenbemester direct licht ingewerkt. Het nadeel van de schijveneg is dat deze het gewas grover weglegt en één bewerking vaak niet voldoende is.

Ook kan de groenbemester ondergewerkt worden met behulp van een [Frees](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923697172/8.7+Frees). Een frees zorgt ervoor dat de gewasresten klein worden gesneden, waardoor deze snel worden afgebroken en direct met de bovenste laag worden vermengd. Doordat het op een consistente diepte werkt is de vermenging uniform. De grondbewerking is echter wel intensief wat gevolgen heeft voor de afbraaksnelheid van organisch materiaal, de bodemstructuur en het bodemleven. Bovendien is er een kans op verslemping op zware gronden. Een alternatief is het inwerken met een [Rotorkopeg](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922746962/8.8+Rotorkopeg). De rotorkopeg verkleint het gewasmateriaal minder fijn en vermengt het materiaal minder goed met de bodem. Bovendien heeft het een relatief lage capaciteit. Echter zorgt het wel voor een goede vermenging en een snelle vertering. Een alternatief hiervoor is de mulchfrees. Deze werkt tot enkele centimeters en redelijk grof. Vervolgens moet de grond verweren waarna deze uit elkaar zal vallen en een mooi zaaibed gevormd kan worden.

Ook kan een teler de groenbemester onderploegen. Door te ploegen wordt de groenbemester diep in de bodem verwerkt, wat als voordeel heeft dat deze geen obstakel vormt in het nieuwe teeltseizoen. Nadelen van het onderwerken met een [Ploeg](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923828273/8.1+Ploeg) zijn de intensieve bodemverstoring, het riskeren van een ploegzool en de afbraak van organisch materiaal.

In het voorjaar ploegen is echter ongebruikelijk op kleigronden. Vaak is de verwerking van de winter nodig om in het voorjaar een goed zaaibed te kunnen creëren. Een alternatieve optie is de [Ecoploeg](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923009045/8.2+Ecoploeg). Deze ploegt tot 15 cm diep en komt daarmee minder diep dan de gangbare ploeg die 20 tot 30 cm diep ploegt. Door oppervlakkiger te werken blijven organische stof en nutriënten geconcentreerd boven in de bodem waardoor deze vruchtbaarder en beter bewerkbaar is. De dunne en relatief vlakke ploeglaag heeft minder verwering nodig om tot een goed zaaibed te komen en is daarom beter geschikt om in het voorjaar toe te passen. Nadelen van de ecoploeg zijn een eventuele toename van de onkruiddruk ten opzichte van gangbaar ploegen en een beperkte verlichting van bodemverdichting. Ook kan de ploeg snel stropen bij grote hoeveelheden gewasresten.

![9_1 Groen de winter over op klei Figuur 69.jpg](media://803641ad-9a6c-4346-9b7a-eae7c17b2fa3)

Bron: 

[1] Guyot, V. (2016). Broyage couvert végétal = alternative au glyphosate, beeldbank FranceAgriTwittos, Geraadpleegd op 7 februari 2024, van [https://franceagritwittos.com/images/picture.php?/98/category/5](https://franceagritwittos.com/images/picture.php?/98/category/5) 

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://0ed2313b-b488-466f-9ad9-cf32a8539f2f)