---
title: "7.7\tZaaien"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922288451/7.7%09Zaaien"
format: markdown
---
Zaaien kan op twee verschillende manieren: bovenop strooien of in een zaadzleuf plaatsen. De eerste manier is geen grondbewerking omdat de zaden aan de oppervlakte worden verspreid. De tweede manier is wel grondbewerking, omdat er een sleuf wordt gemaakt en gesloten. Om de focus op grondbewerking te houden, wordt hieronder alleen het zaaien in sleuven besproken.

Deze grondbewerking wordt toegepast in alle drie [Grondbewerkingsaanpakken](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923074565/4.+Grondbewerking+regimes). Maar afhankelijk van de grondbewerkingsaanpak, nemen het creëren en sluiten van sleuven verschillende vormen en kenmerken aan. Bij kerend en niet-kerend is de grond los en verfijnd, terwijl bij de [Vastegrond aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923631640/4.3+Vaste+grond+regime) de grond stabiel en gestructureerd is. Dit is een groot verschil voor de sleuf. De indringingskracht van de grond en het contact tussen grond en zaad zijn bijvoorbeeld heel anders in vaste grond in vergelijking met de verkruimelde grond die kerende en niet-kerende aanpakken bieden.

Gewasresten beheer en bodembedekking verschillen ook sterk tussen de drie aanpakken. In de [Kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/922255650/4.1+Kerend+regime) is de grond vaak kaal. De meeste gewasresten zijn ingewerkt tijdens het ploegen. Bij de [Niet-kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923467800/4.2+Niet+Kerende+Grondbewerking+regime) is de grond kaal tot gedeeltelijk bedekt. Meestal is het oppervlak 80 tot 100% kaal. Bij de *strip-till* methode kan de bodembedekking bij het zaaien oplopen tot 80% voor maïs met een rijafstand van 75 cm. Dat is 20% kale grond (meer informatie [Stroken grondbewerkingsaanpak als Niet-kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923172869/4.2.3+Stroken+grondbewerking+regime+als+Niet+Kerend+subregime)). Op vastegrond percelen varieert de bodembedekking van 0 tot 100%, afhankelijk van het beheer van gewasresten en de aanwezigheid van groenbemesters. In West-Europa bedekken boeren die in vaste grond zaaien hun bodem vaak voor 80 tot 100% met gewasresten en groenbemesters. Deze bedekking varieert in kleur, van groen wanneer de planten vitaal zijn tot geel en/of bruin wanneer ze in het dode stadium zijn, zoals tarwestoppel (Figuur 42).

Het bodem-zaadcontact verschilt ook sterk afhankelijk van de grondbewerkingsaanpak. Vooral als het gaat om de zuiverheid van het bodem-zaadcontact. Dit is essentieel voor het bevochtigen van het zaad en het vermijden van verbranding door verterende gewasresten. Bij kerend is het zaaibed vrij van resten. Deze zijn begraven en het bodem-zaad contact is schoon.

Bij vastegrond is de grond vrij van resten en een efficiënte, goed afgestelde zaaimachine zorgt voor een schoon zaad-op-bodem-contact. Hoewel de grond bedekt is met gewasresten, is de zaaizone leeg, afgezien van enkele wortels. Als gevolg daarvan moet de zaaimachine de sleuf openen terwijl gewasresten aan de oppervlakte blijven. Dit is een proces dat een efficiënte, goed afgestelde zaaimachine zonder problemen uitvoert (meer informatie [Zuiver contact tussen de vaste grond en het zaad](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/1067057154/7.7.3.1+Zuiver+contact+tussen+de+vaste+grond+en+het+zaad)).

Bij niet-kerend wordt het moeilijker. In dit systeem worden de resten gemengd met de grond, vooral in het zaaibed. Wanneer de zaaimachine de zaden inbrengt, kunnen ze in contact komen met resten die de zaden niet bevochtigen wanneer ze droog zijn en zure afbraaksappen kunnen produceren wanneer ze nat zijn. Momenteel is er nog geen zaaimachine beschikbaar die effectief omgaat met resten die al in het zaaibed aanwezig zijn.

De drie systemen bieden zeer verschillende omgevingen voor het zaad. Bij ploegen is de grond los en bevat het geen gewasresten. Dit is de gemakkelijkste omgeving om mee te werken, maar zorgt ook potentieel voor problemen zoals het ontstaan van een korst. Bij niet-kerend is het zaaibed los, maar bevat het gewasresten die een grote invloed kunnen hebben op de kieming. Dit is een groot probleem, vooral voor fijnzadige gewassen zoals uien en wortelen. Ten slotte vereist de vastegrond aanpak beheer van oppervlakteresten en vaste grond, maar biedt een restenvrij zaaibed. Er zijn een aantal effectieve zaaimachines voor het zaaien van groenbemesters, wintergewassen en maïs onder deze omstandigheden.

Het is belangrijk om op te merken dat de zaaicondities onder kerend en niet-kerend omstandigheden veel dichter bij elkaar liggen dan onder omstandigheden met vaste grond. En vanwege de bodembedekking, die varieert van groene planten tot gedroogde stoppels (Figuur 42), variëren de zaaicondities bij vastegrond sterker in ruimte en tijd dan bij kerend en niet-kerend aanpakken.

Meer informatie over het zaaien in de verschillende regimes is beschikbaar in de volgende links:

·         [Zaaien in kerende aanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923631669/7.7.1+Zaaien+in+kerend+regime),

·         [Zaaien in niet-kerende grondbewerkingsaanpak](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923828263/7.7.2+Zaaien+in+niet-kerend+grondbewerking+regime),

·         [Vastegrondzaaien](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/HGB/923598909/7.7.3+Vastegrondzaaien).

![7_7 Zaaien Figuur 42.jpg](media://273d83b2-97b9-438e-96a1-8d3183895b1a)

Bron: 

[1] aangepast van Queensland Government. (2023). Ground cover mapping methodology. Geraadpleegd op 5 januari 2024, van [https://www.qld.gov.au/environment/land/management/mapping/statewide-monitoring/groundcover/methodology](https://www.qld.gov.au/environment/land/management/mapping/statewide-monitoring/groundcover/methodology)

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://056134d4-171c-4b52-b3bf-98a2dfd23f9c)