---
title: "2.1 Beregening"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/GlobalGAP/362709688/2.1%20Beregening"
format: markdown
---
Water voor beregening komen uit verschillende bronnen. Over het algemeen wordt water gebruikt uit sloten, kanalen, meren of rivieren (oppervlaktewater), grond- en leidingwater. De microbiologische kwaliteit verschilt per bron, maar is voor dezelfde bron niet altijd constant. De grootste kans op besmetting bestaat bij oppervlaktewater, gevolgd door bassinwater en het laagst bij grond (bron) en leidingwater. Microbiële besmetting van water is mogelijk wanneer het in contact komt met mest, rioolwater en/ of uitwerpselen van (wilde) dieren.

### Lees meer

<details>
<summary>Wat betekent het als er een rioolwaterzuiveringsinstallatie of een riool overstort punt in de nabijheid is van de locatie waarvan ik water inneem voor beregening?</summary>

Menselijke ontlasting kan humaan pathogene bacteriën en virussen bevatten en die kunnen via irrigatiewater op het gewas terechtkomen. Rioolwater bevat menselijke ontlasting, dus moet men ervan uitgaan dat er altijd humaan pathogenen in voor zullen komen (zie ook onderdeel 3.1). De besmettingsgraad van water wordt vastgesteld aan het ‘coli-getal’. Het coligetal ( zie **[E. coli](https://wiki-groenkennisnet.atlassian.net/wiki/spaces/GlobalGAP/pages/456851459/1.2+Microbiologische+besmetting+analyse#Lees-meer)**) is een maat voor fecale besmetting (besmetting door uitwerpselen van mensen en dieren) en hoe groter dit getal, des te groter de kans dat het water in contact met menselijke of dierlijke ontlasting is geweest.
</details>