---
title: "3.2\tBodemecosysteem"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BB/826474500/3.2%09Bodemecosysteem"
format: markdown
---
Elke bodem zit vol met bodemleven. Deze bodemorganismen hebben direct of indirect een interactie met elkaar, en vormen het zogenoemde bodemvoedselweb ([Figuur 6](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/826474500/3.4+Bodemecosysteem)). Het bodemvoedselweb is aangepast aan de grondsoort die bepaald wordt door de chemische en fysische factoren van het uitgangsmateriaal. Naast grondsoort zijn de vegetatie en het type landgebruik (bijvoorbeeld akkerbouw, melkveehouderij of natuur) de meest invloedrijke factoren die het bodemvoedselweb vorm geven. Het gewas of de vegetatie bepaalt welke primaire productie er plaats vindt en het bodemleven voedt. Daarnaast worden op agrarische percelen de gewassen en de bodem extra van voeding voorzien door bijvoorbeeld bemesting ([5.6 Gebruik van organische meststoffen](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/1092386837/5.7+Gebruik+van+organische+meststoffen)) en organisch stofbeheer ([5.7 Gewasresten achterlaten](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/1093533700/5.8+Gewasresten+achterlaten)). De input van organisch materiaal is de start van het bodemvoedselweb, waarbij de micro-organismen zoals bacteriën en schimmels ([4.3 Microflora en -fauna](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/1053261828/4.3.2+Microflora+en+-fauna)) de input verteren en gebruiken om energie op te slaan en in aantallen toe te nemen. Vervolgens zijn er steeds grotere organismen, zoals de mesofauna ([4.4 Mesofauna](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/1066532907/4.3.3+Mesofauna); aaltjes, springstaarten en protozoa) die de micro-organismen eten. En ten slotte wordt de mesofauna ook weer (deels) opgegeten door de macrofauna ([4.5 Macrofauna](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/1068269584/4.3.4+Macrofauna)), zoals potwormen, kevers (en hun larven) en regenwormen. Al die interacties tussen de bodemorganismen worden het bodemvoedselweb ([Figuur 6](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/826474500/3.4+Bodemecosysteem)) genoemd.


Elke bodem zit vol met bodemleven. Er leven in één handvol grond makkelijk honderdduizenden soorten organismen. Sommige zijn makkelijk zichtbaar met het blote oog, voor andere zijn gespecialiseerde methodes nodig om ze zichtbaar te maken of om te weten hoeveel er eigenlijk leven. In de bovenste 25 cm van een bodem wordt geschat dat er ongeveer 3000 kg aan bodemorganismen per hectare is. Deze organismen beïnvloeden elkaar, en er ontstaat zo een web van organismen die elkaar beïnvloeden. Dit web wordt het bodemvoedselweg genoemd ([Figuur 6](https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BBB/826474500/3.4+Bodemecosysteem)).  

![Bodemvoedselweb_Ron_de_Goede_Sectie_Bodemkwaliteit_eigen-tekening.jpg](media://eff7ec22-e211-47cf-adb2-56a266da1cab)

Binnen elke organismegroep verschillen soorten van elkaar. Sommige soorten hebben een snelle en korte levenscyclus, terwijl andere soorten er veel langer over doen. Een goede theorie om het ontstaan van al deze verschillende levensstrategieën te begrijpen is de zogenaamde indeling van r-K-strategieën<sup>[1]</sup>. Op grond van deze theorie kunnen organismen ingedeeld worden tussen soorten met een zogenaamde r-strategie. Dit zijn de opportunistische soorten, die als eerste een nieuw gebied koloniseren, en een kortere levensduur combineren met een hogere voortplantingssnelheid. Aan de andere kant van deze geleidelijke indeling staan de K-strategen, die juist kenmerkend zijn voor latere en stabielere leefgebieden. Deze soorten hebben vaak een langzamere voortplanting en minder nakomelingen.

Wanneer er een nieuw habitat ontstaat, ontstaat hier eerst een pioniervegetatie. Deze vegetatie bestaat uit pionier plantensoorten (r-strategen, vaak 1-jarige kruiden). Vervolgens veranderen de abiotische en biotische omstandigheden waardoor langzaamaan ook andere soorten zich kunnen vestigen. Uiteindelijk komen er bijvoorbeeld bomen en ontstaat een zogenaamde climaxvegetatie, met relatief meer K-strategen dan in het pioniersstadium.

 

Vanuit het perspectief van de akkerbouwer is het beheer van landbouwpercelen gericht op productie. Daarvoor worden maatregelen uitgevoerd, zoals grondbewerking en bemesting, en wordt er  ook geoogst of gerooid waarbij het gewas wordt verwijderd. Dit komt neer op het in het in standhouden van een pioniersituatie, waarbij flora en fauna elk seizoen opnieuw moeten beginnen. Ook de gewassen zijn hierop aangepast. Deze gewassen zijn vaak 1-jarig en hoogproductief, zoals r-strategen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld agro-forestry, die gebruik maakt van langjarige, houtige gewassen.


#### Verder lezen

[1] MacArthur, P., Wilson, E.O., 1967. [The Theory of Island Biogeography](https://en.wikipedia.org/wiki/The_Theory_of_Island_Biogeography) (2001 reprint ed.). Princeton University Press. ISBN 978-0-691-08836-5.

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://fb2943fa-e2e5-456d-a5f5-ea5701259395)