---
title: "Bodembemonstering"
canonical: "https://wiki.groenkennisnet.nl/space/BB/1039990800/Bodembemonstering"
format: markdown
---
**Introductie: **  
Voor het meten van de meeste bodemdieren is een goede grondmonstername nodig. Meestal wordt de in het veld verzamelde grond naar het laboratorium gebracht, om de verschillende bodemdieren eruit te halen en de aantallen en soortsamenstelling te bepalen. Helaas is voor veel bodemdiergroepen vaak een specifieke methode nodig.

**Methode:**  
Voor de meeste bodemorganismen is het nodig om met een vast bemonsteringsplan verdeeld over het perceel voldoende grondmonsters met een boor (met een bepaalde diameter) te verzamelen (Figuur 16), te mengen en in submonsters te verdelen.

Hierbij zijn het aantal steken per oppervlakte, de diepte en natuurlijk de periode de meest belangrijke keuzes die gemaakt moeten worden. De specificaties hangen met name af van de het doel van het onderzoek, het type en de grootte van de onderzoekslocatie en om welke bodemdieren het gaat. Regenwormen vereisen een totaal andere techniek dan microfauna, zoals bacteriën en schimmels, of de iets grotere mesofauna, zoals aaltjes. Idealiter zijn de keuzes gebaseerd op vooronderzoek en opgenomen in protocollen of zelfs internationale NEN-normen. Voor het meeste landbouwkundig onderzoek binnen de akkerbouw zijn de belangrijkste keuzes meestal rond de 40-50 steken per locatie (van minder dan 1 ha), bouwvoordiep (0-25 cm) en in voorjaar voorafgaand aan het nieuwe gewas (maart-april) of aan het einde van het groeiseizoen (okt/nov.). Hiervoor zijn natuurlijk andere monster- en verwerkingsprotocollen beschikbaar. Het is gebruikelijk om de verse grondmonsters gekoeld (4-5 <sup>o</sup>C) te bewaren en binnen 1 dag naar het laboratorium te vervoeren. De verse grondmonsters kunnen tijdelijk (gekoeld) bewaard worden, maar hoe korter hoe beter, en tijdens opslag is het belangrijk om te waken voor te grote druk en andere slechte bewaaromstandigheden, zoals te nat of te weinig zuurstof. Op het lab worden de grondmonsters uit de koelcel gehaald en vaak opnieuw gemengd en gesubmonsterd, om er vervolgens verschillende bodemeigenschappen (chemisch, fysisch) of bodemorganismen (bacteriën, schimmels, aaltjes, potwormen, wormen, larven, insecten etc.) aan te gaan meten en op naam te brengen. Ten opzichte van de bovenbeschreven methode van grondmonstername en verwerking zijn er soms enkele afwijkende methoden noodzakelijk. Soms is het nodig om in het gewas informatie te krijgen van de veroorzaker van ziekten en plagen, die in de bodem of in de plantenwortels of bovengrondse delen aanwezig zijn. Wanneer de grond wordt gebruikt om met moleculaire technieken te onderzoeken wordt de grond meestal zo snel mogelijk, bij voorkeur in het veld, al ingevroren bij -80°C. Grotere bodemdieren die met het blote oog te zien zijn, zoals regenwormen, worden ter plekke bemonsterd, geteld en meestal gefixeerd om in het lab op soortnaam te brengen.

![20230421_111642.jpg](media://6d99bac4-b675-4e3b-855f-56852a608023)

> ℹ️ **Bodemdierendag**
> ℹ️ 
> ℹ️ ![infographic bodemdieren.jpg](media://9ddede66-0c39-45a0-aaad-882688a7a225)
> ℹ️ 
> ℹ️ Vanaf 2015 is het burgerwetenschapsproject (citizen science) “De [bodemdierendagen.nl](http://www.bodemdierendagen.nl) ” begonnen (Figuur 17). Op de website staan verschillende hulpmiddelen zoals zoekkaarten en tips hoe je zelf of met je familie en misschien vrijwilligers eenvoudig op zoek kunt gaan naar zichtbare bodemdieren op je bedrijf of in je tuin. Dit kan eenvoudig en snel (15-30 minuten) en geeft je een goede indruk van de algehele bodemdierenbiodiversiteit.
> ℹ️ 
> ℹ️ Op de website kan je zoekkaarten downloaden (voorbeeld zie Figuur 18) waarmee je heel eenvoudig tien diergroepen (regenwormen, pissebedden, mieren, kevers, huisjesslakken, naaktslakken, spinachtigen, duizendpoten, miljoenpoten en de mol) kunt zoeken. Al deze diergroepen zijn zichtbaar zonder microscoop of loep, en dat maakt het mogelijk om met een breed publiek naar hen te kijken tijdens de Bodemdierendagen. Op de website krijg je tips hoe je moet zoeken en ook hoe je binnen elke hoofdgroep kan zoeken naar enkele algemene soorten.
> ℹ️ 
> ℹ️ Nadat je je waarneming hebt ingevuld, ontvang je via e-mail het rapportcijfer van de bodem die je hebt bekeken. Het gaat hierbij om een biodiversiteitsmeting op grond van de aanwezigheid en aantallen van de tien groepen bodemdieren. Doordat er veel mensen meedoen, krijgen eenvoudige waarnemingen gezamenlijke zeggingskracht. En door dit onderzoek meerdere jaren te herhalen worden de gegevens sterker. Ook agrariërs kunnen dit heel eenvoudig op hun bedrijf, perceel of erf uitvoeren om de bodemdieren biodiversiteit te meten en te beoordelen hoe dit verschilt tussen meetpunten of in de loop van de jaren dat de metingen worden uitgevoerd.
> ℹ️ 
> ℹ️ ![Figuur 17 Zoekkaart bodemdierendagen.jpg](media://11fe81fb-e4ac-4ddc-a02c-27357e7c9e95)

![0Logoveld 2025-2.jpg](media://1494ff13-5189-4693-8936-6f3e611a5b8d)