P5-K1-W5: Ontwikkelt zichzelf op het gebied van voeding en voorlichting in de keten

Stelt zichzelf op de hoogte van markttrends en -ontwikkelingen die invloed hebben op voedsel-/voedingsvragen. Hij voert op kleine schaal praktisch onderzoek uit naar de consumptie van voeding in relatie tot grond- en hulpstoffen, bereiding, voedingspatronen en beweging. Hij vormt en verwoordt zijn eigen visie op voedsel/voeding.

Introductie

Parallel aan deze tool, (leertraject)  is een begeleidingstraject nodig, waarbij reflectie een belangrijke methodiek is.

Wij willen hierbij een beschrijving geven hoe deze begeleiding kan plaatsvinden.

Wil het leren effectief worden van de student dan zijn niet alleen de werkprocessen belangrijk maar vooral ook het “persoonlijk” leren, de competenties. Hierbij is het tot reflectie brengen van een student essentieel.

Door bij studenten door te vragen over hun belevenissen in praktijksituaties en hun eigen rol daarin, krijgen hun ervaringen betekenis en kunnen nieuwe leervragen ontstaan. Deze reflectie kan in de praktijk plaats vinden maar vaak is daar geen tijd voor. Het kan daarom beter op school.

Hieronder het proces van reflectie:

  1. Expliciteren: door over ervaringen te laten vertellen (of eerst laten opschrijven), worden deze ervaringen buiten de persoon geplaatst. Hierdoor kunnen studenten ernaar leren kijken. Gebeurtenissen kunnen hierbij een nieuwe betekenis krijgen. 
  2. Concretiseren: vaststellen wat de kern van de ervaring is geweest
  3. Reflecteren: Terugkijken op eerdere ervaringen
  4. Generaliseren: Nagaan of dit in meerdere situaties voorkomt
  5. Problematiseren: Zoeken naar oplossingen, alternatieven voor het probleem of uitdaging

De rol van de begeleider/coach is hierbij essentieel en bepaalt de kwaliteit van het leren van de student.

Het doorvragen en daarbij de student helemaal volgen is belangrijk. Probeer je eigen hoofd leeg te maken als begeleider, geen aannames, geen oordelen maar volstrekte nieuwsgierigheid en geïnteresseerdheid.

De ervaring leert dat je vragen meer dan eens en in verschillende formuleringen moet stellen voordat je student de concrete beelden van de film voor zich ziet.
Zodra je en jouw student de film delen, staan de belevenissen op een rij. Dan kunt je hem vragen naar gevoelens. Later vraagt je zijn generalisaties en oordelen. Dan pas kunt je je eigen oordeel geven en  expert feed back.

Overal zijn voorbeelden van soorten vragen te vinden die passen bij deze aanpak.

Het gesprek met de student (en) is de essentie van leren. Dat gesprek geeft richting aan het didactisch handelen (hoe er geleerd wordt) en draagt bij aan de  pedagogische doelen (van wat er nog geleerd moet worden).

Iedere opleiding kan zelf bepalen op welke momenten er “reflectie” gesprekken kunnen plaats vinden. Bijvoorbeeld na: keuzemoment en onderzoek.

Deze gesprekken kunnen individueel plaats vinden maar ook in kleine groepjes (max. 4 personen).