Versions Compared

Key

  • This line was added.
  • This line was removed.
  • Formatting was changed.

Theoretisch kunnen we de variantie tussen rassen het beste meten door van die rassen grote aantallen dieren met elkaar te vergelijken wanneer ze onder gelijke omstandigheden worden gehouden. Maar dit kost veel geld. Een dergelijke rassenvergelijking vereist nogal wat: 1) het aantal dieren per ras moet zo groot zijn dat het rasgemiddelde betrouwbaar kan worden berekend, 2) de dieren die in de rassenvergelijking zijn opgenomen moeten representatief zijn voor het ras zodat de rasgemiddelden een goede schatting opleveren van de genetische variantie tussen de rassen. Een belangrijke vraag is dan ook nog onder welke omstandigheden houdt houd je de rassen en hoe representatief zijn de uitkomsten wanneer je de dieren onder andere omstandigheden houdt? Het is belangrijk om de prestaties van de rassen te kennen onder de relevante lokale omstandigheden. In de 70-jaren van de vorige eeuw zijn er heel veel rassenvergelijkingsproeven uitgevoerd met melkvee, vleesvee en varkens. Maar de meeste experimenten zijn uitgevoerd met een beperkt aantal rassen en de verschillende experimenten waren veelal niet vergelijkbaar qua omstandigheden. Dit maakte de berekening van de variantie tussen rassen minder betrouwbaar.

Het kwantificeren van de genetische diversiteit in een ras is ook niet zo eenvoudig. Het komt er op neer dat je de overeenkomst en verschillen in genotype van de dieren moet vaststellen vanuit de verschillen in fenotype. Maar de stambomen van de dieren vormen ook een belangrijke bron van informatie om de verwantschap tussen de dieren vast te stellen: weinig overeenkomst in voorouders wijst op veel genetische diversiteit en veel overeenkomst op weinig. Het is wel belangrijk om zover mogelijk terug te gaan in de stambomen, want dan kan de verwantschap tussen de dieren betrouwbaar worden geschat. Een vuistregel is dat er tenminste vijf generaties aan voorouders bekend moet moeten zijn. Als kengetal voor de betrouwbaarheid van de verwantschap wordt vaak de compleetheid van de afstamming (pedigree completeness) gebruikt. Dat kengetal geeft aan in hoeverre alle voorouders bijvoorbeeld in vijf generaties bekend zijn. Wanneer er geen stambomen beschikbaar zijn of onvoldoende betrouwbaar zijn dan kan tegenwoordig DNA-analyse een goed inzicht geven in de genetische diversiteit in een ras.