1. In het rapport ‘Maatregelen Natuurinclusieve landbouw’, worden verschillende maatregelen genoemd voor een voor natuurinclusieve landbouw. Noem er drie.
  2. Wat verstaan we onder een groenbemester of vanggewas.
  3. In de tekst worden vier voordelen van een groenbemester genoemd. Welke vier en leg uit.
  4. Waarom komt vanggewas dan toch vaak negatief in het nieuws? Wat zou een landbouwer hier tegen kunnen doen?
  5. Wat verstaan we onder ‘niet kerende grondbewerking?
  6. Wat is het nadeel van kerende grondbewerking?
  7. Waarom zijn regenwormen belangrijk in de bodem?
  8. Als we naar het voedsel web van akkerland of grasland kijken. Waarom is de regenworm dan ook belangrijk?
  9. Wat verstaan we onder kruidenrijk grasland?
  10. Waardoor kan kruidenrijk grasland een bijdrage leveren aan de opbrengst van een grasland?
  11. Waarom moeten we grasland eigenlijk voor een langere periode aanhouden
  12. In welk grasland, oud grasland of tijdelijk grasland, is de biodiversiteit groter. Leg uit.
  13. Wat voor maatregel kan de boer nemen op zijn erf om de biodiversiteit te vergroten?
  14. Door welke 4 factoren wordt de grondgebondenheid van een melkveebedrijf bepaald?
  15. Wanneer voldoet een veehouder aan de derogatie-eisen?
  16. De tekst gaat vooral over de maatregelen die melkveehouders kunnen nemen op het gebied van biodiversiteit. Geef een beschrijving van minimaal 5 maatregelen die een akkerbouwer met aardappelen, bieten en graan kan nemen om meer natuurinclusief te gaan telen. Voorbeelden uit de veehouderij die mogelijk zijn mogen ook genoemd worden. Geef kort aan wat de effecten zijn van de betreffende maatregelen voor dit bedrijf.