Voorwoord: prof. Johan van Arendonk, hoogleraar Fokkerij en Genetica

 

Dit leerboek bevat lesstof over fokkerij en genetica voor HBO-studenten. Het is tot stand gekomen op verzoek van de Nederlandse instellingen voor Hoger Agrarisch Onderwijs. Het leerboek is ontwikkeld en beschikbaar gesteld door het Animal Breeding and Genomics Centre (ABGC) van Wageningen UR (University and Research Centre). Het is geschreven door twee  medewerkers van Wageningen UR met ruime ervaring op het gebied van fokkerij en genetica: Kor Oldenbroek van het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland en Liesbeth van der Waaij van ABGC. Vier HBO-docenten hebben een belangrijke bijdrage geleverd door het kritisch lezen van de concept teksten: Aline van Genderen van HAS-Den Bosch, Hans van Tartwijk van Van Hall-Larenstein in Wageningen, Jan van Diepen van CAH-Vilentum in Dronten en Linda Krijgsman van Inholland in Delft. Het schrijven van het leerboek was mogelijk door een bijdrage uit het WURKS programma van Wageningen University.

Inhoudelijke vragen kunt u mailen naar: kor.oldenbroek@wur.nl 

Wanneer u uit dit leerboek teksten wilt overnemen voor publicatie, willen wij u vragen de disclaimer van Wageningen UR te lezen en te respecteren: http://www.wageningenur.nl/nl/Disclaimer-en-Privacy-statement.htm

Als bronvermelding kunt u gebruiken: Kor Oldenbroek en Liesbeth van der Waaij, Leerboek Fokkerij en Genetica voor het HBO, 2015. Centrum voor Genetische Bronnen Nederland en Animal Breeding and Genomics Center (WUR). Groen Kennisnet:

https://wiki.groenkennisnet.nl/display/LFH/

 

Wat is fokkerij? 

Dit is een boek over het fokken van dieren. Maar wat is nou precies fokken? Fokkerij draait om selectief fokken: alleen mannetjes en vrouwtjes die aan bepaalde criteria voldoen, worden geselecteerd voor voortplanting. Daarbij wordt er tijdens het fokken ook rekening gehouden met een vooraf gedefinieerd doel: het genetisch verbeteren van een populatie in een bepaalde richting. Dus mensen hebben de intentie om dieren te selecteren die het beste presteren op een aantal vooraf bepaalde eigenschappen (kenmerken). Deze geselecteerde dieren worden gebruikt om de volgende generatie te creëren, waarbij de nakomelingen op vooraf bepaalde eigenschappen beter dan gemiddeld zullen scoren dan hun ouders. Met andere woorden: selectief fokken veroorzaakt een verschuiving in de gemiddelde prestatie van de populatie tussen de huidige en de toekomstige generatie.

In eerste instantie kun je denken dat het fokken van dieren te maken heeft met houden van dieren en ervoor te zorgen dat ze reproduceren, en het daarom te maken heeft met optimaliseren van reproductie technieken of het verbeteren van de voortplanting. Fokkerij gaat hier echter niet in de eerste plaats over. 

Definitie

het fokken van dieren is het selectief fokken van gedomesticeerde dieren met de intentie om wenselijke (en erfelijke) eigenschappen te verbeteren in de volgende generatie.

Doel van het boek

We beginnen met de basis van fokkerij en genetica: de genetische begrippen die nodig zijn om genetische processen die voorkomen in de fokkerij te begrijpen. In de volgende hoofdstukken zullen we ‘in het diepe duiken’ en je meenemen op een reis door de stappen die nodig zijn en ontwikkeld moeten worden om een succesvol fokprogramma uit te kunnen voeren (zie onderstaande figuur). Als fokker begin je door te definiëren wat je precies wilt verbeteren in je populatie, je verzamelt informatie over de prestaties van je dieren en hun genetische relaties, je bepaalt welke dieren de beste genetische aanleg hebben, je bepaalt welk gedeelte van de dieren je moet gebruiken om een bepaalde genetische verandering te krijgen in de volgende generatie, je selecteert en paart je dieren en na het geboren worden van nakomelingen evalueer je of je fokbeslissingen ook echt zijn genomen en of je je fokdoel hebt bereikt. Als fokker ga je voor elke generatie door dit stappenplan. Dus je hebt ook elke generatie de kans om deze stappen iets aan te passen. Als fokker moet je niet elke generatie het fokdoel aanpassen, want één generatie fokken geeft je niet erg veel genetische vooruitgang. Fokken gaat meer over het cumulatieve succes dat wordt verkregen over meerdere generaties. Men kan altijd het doel aanpassen als reactie op een verandering in de markt. Je kunt ook je fokprogramma aanpassen als reactie op een ongewenste genetische verandering die opduikt in je populatie. Dit kan het beste meteen worden gedaan omdat je niet wilt dat er een cumulatief effect voorkomt van een ongewenste reactie op de selectie.

In bijna elk hoofdstuk zullen we ons focussen op een specifieke stap in het fokprogramma. Hierbij zullen we het doel van deze stap uitleggen, mogelijke uitdagingen introduceren en oplossingen hiervoor bespreken.

 

Je kunt zien dat sommige onderwerpen in meerdere hoofdstukken voorkomen. Dit komt omdat deze onderwerpen gerelateerd zijn aan meerdere stappen en in elke stap vragen ze een specifieke aandacht. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de rol van genetische relaties. de rol van familieleden in een fokprogramma.

Aan het einde van het boek, geven we inzicht in hoe een fokprogramma georganiseerd moet worden, wat kritische punten zijn en wat mogelijke consequenties zijn van bepaalde fokbeslissingen.

Dit boek is zo opgezet dat elk hoofdstuk begint met een algemene beschrijving van het onderwerp, wat de rol van het fokprogramma is en een paar belangrijke aandachtspunten. Daarna gaan we dieper in op de materie en introduceren we hulpmiddelen (formules) die ons helpen bij het nauwkeurig uitvoeren van de stap in het fokprogramma. We zullen een aantal formules gebruiken om basisberekeningen mogelijk te maken.

Aan het einde van elk hoofdstuk kun je een lijst met kernpunten vinden over de stof die is besproken in het hoofdstuk.