Inleiding

De koe is geïnsemineerd en hopelijk drachtig. Om te controleren of het dier wel drachtig is geraakt van de inseminatie vindt op veel bedrijven drachtcontrole plaats door KI (kunstmatige inseminatie) medewerkers of de dierenarts. De dierenarts doet dit meestal als hij of zij op het bedrijf is voor de bedrijfsbegeleiding.

In deze opdracht zoek je uit hoe de drachtcontrole kan worden gedaan en welke medicijnen kunnen worden gebruikt wanneer er problemen zijn met het drachtig worden. Ook zoek je meer uit over de dracht bij andere diersoorten. Deze opdracht mag je individueel of in tweetallen doen.

Werkwijze

1. Gebruik opnieuw het boek ‘Beslissen van kalf tot koe’, hoofdstuk 3, en het internet om de volgende vragen te beantwoorden.

    1. Op welke manieren kan vastgesteld worden of een koe drachtig is?
    2. Vanaf hoeveel dagen dracht is dit mogelijk?
    3. Welke hulpmiddelen gebruikt een dierenarts hiervoor?
    4. Wat is de draagtijd van een koe?

2. Je hebt nu een beeld gekregen van de cyclus, het insemineren en de dracht. Wanneer er problemen zijn, kan een dierenarts medicijnen geven. Bijvoorbeeld: Receptal, Prosolvin, Cyclix Bovine, Dinolytic, Estrumate, Fertagyl, en PRID. Zoek voor deze middelen de volgende dingen op:

    1. Welk hormoon is dit?
    2. Waar wordt het voor gebruikt?
    3. Wat is de dosering voor een volwassen koe?
    4. Mag de veehouder dit zelf toedienen?
    5. Welke adviezen geef je een veehouder bij dit middel?

3. Nu je alles weet over de voortplanting in de melkveehouderij, maken we een uitstapje naar andere diersoorten. Vul de tabel in.


4. Schrijf je antwoorden op (digitaal) en controleer ze met je  docent.

Hulpmiddelen

https://edepot.wur.nl/467973 Beslissen van kalf tot koe, hoofdstuk 3: Van tocht tot dracht

Resultaat

Aan het einde van deze opdracht heb je een bestand gemaakt waarin alle antwoorden op de vragen staan. Je weet hoe drachtcontrole bij koeien wordt gedaan, welke medicijnen kunnen worden voorgeschreven bij problemen met drachtig raken en hoe de dracht verloopt bij enkele andere landbouwhuisdieren.