Vakkennis en vaardigheden

De assistent landbouwhuisdieren:

  • Kan in opdracht van de dierenarts medicijnen verstrekken
  • Kan adviseren over het gebruik van medicijnen volgens de instructies van de dierenarts
  • Kan de logboeken bijhouden
  • Heeft kennis van de werkwijze van georganiseerde dierziektebestrijding en kan daarbij assisteren
  • Heeft kennis van symptomen en bestrijdingsmethoden van epidemieën en infectieziekten
  • Heeft specialistische kennis van diergedrag en diergezondheid bij landbouwhuisdieren
  • Heeft kennis van wet- en regelgeving
Inleiding

Infectieziekten en ziekten in het algemeen, hebben grote invloed op het welzijn van de veestapel. Daarnaast heeft ziekte bij een dier een effect op het financieel resultaat van een bedrijf, doordat zieke dieren  minder produceren en medicijnen geld kosten.  Een veehouder is daarom gebaat bij een gezonde veestapel. Preventief werken is dan van belang, denk hierbij aan entingen, schoon werken, etc.  Bij meldingen van zieke dieren is het van belang dat je aan de hand van de symptomen een eerste inschatting maakt om welke ziekte het gaat, hoe deze ziekte behandeld moet worden en eventueel welke medicijnen moeten worden gebruikt. Daarvoor moet je bij een telefonisch advies heel gericht en gestructureerd vragen stellen aan de veehouder. Jouw inschatting zal bepalend zijn voor de acties die de veehouder kan nemen, en/of de urgentie en snelheid van een bezoek van de dierenarts. Sommige ziektes zijn aangifteplichtig, zoals bijvoorbeeld bij mond-en-klauwzeer en BSE.

Veehouders zijn verplicht om in samenwerking met de dierenarts een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan op te stellen voor het bedrijf. Beide plannen zijn sinds 1 januari 2012 sector breed ingevoerd. Een verantwoord bedrijfsbehandelplan vormt de basis voor verantwoord antibioticagebruik. Het beperkt onnodig medicijngebruik en verhoogt de slagingskans van behandelingen. Omdat alleen de dierenarts medicijnen aan de veehouder mag verstrekken maar administratie voor het bedrijfsbehandelplan vaak gedaan wordt door de assistent, is kennis van en omgaan met het plan van belang.

 

Opdrachten

Opdracht 1 








Welke handelingen wel en welke niet?

Opdracht 2 

De tijd van gewoon maar meegeven is voorbij

Opdracht 3

Spoed of niet

Opdracht 4



Dierziektebestrijding

Opdracht 5

Noodslachting