Vier werknemers van Albert Heijn zijn in 2014 winnaar van Het Beste Idee van Young Ahold. Het idee is een horecaconcept van ‘koken met de Óogst van de dag aan onverkocht eten’ Zij richten met support van AH de onderneming Instock op. Instock verwerkt de retourstroom van onverkochte producten van  AH supermarkten en distributiecentrum en een aantal vaste handelaren tot maaltijden die via eigen restaurants verkocht worden. Instock is een stichting vanwege het maatschappelijk doel om voedselverspilling tegen te gaan en bij te dragen aan de bewustwording. “We kunnen niet oneindig blijven produceren, consumeren en weggooien. De tijd is rijp voor nieuwe initiatieven die uitdagen om een andere kijk op de maatschappij en ons voedselsysteem in te nemen.” De blik van Instock is gericht op het grote publiek,  dus niet alleen op een nichemarkt van mensen of bedrijven die al bezig zijn met duurzaamheid.

Uiteindelijk moet een goed idee wel op zichzelf kunnen bestaan, vinden de oprichters. Daarvoor werkt Instock met kostendekkende prijzen, zodat de dagelijkse kosten zelfstandig gedragen kunnen worden.

De uitdaging van Instock ligt voornamelijk in de logistieke en operationele coördinatie: iedere dag het eten op te halen en de menu samen te stellen, wat veel tijd vergt en om een goed ingericht proces vraagt. De illusie bestaat vaak dat ‘food surplus’ ( het onverkochte eten uit de supermarkt) gratis is, maar de handelings- en transportkosten maken de prijs. De restaurants van Instock laten zien dat ‘fine dining’ mogelijk is met anders verspilde producten.

Over de samenwerking met Albert Heijn:

Albert Heijn durft als eerste supermarktketen te laten zien wat er gebeurt met onverkocht voedsel. En daar begint het mee: transparantie en erkennen dat er een probleem is. We zijn dagelijks bezig om samen met Albert Heijn een nieuw proces in te richten waardoor in de toekomst ALLE paprika’s van de grootgrutter gered kunnen worden (én de rest van alle groente, fruit en aardappelen). En dit alles volgens de filosofie van de circulaire economie. Onverkocht eten, bestempeld als ‘waardeloos’, wordt uitgesorteerd. Alles wat nog van goede kwaliteit en 100% voedselveilig is houden we apart – zo’n procesverandering is overigens een hele klus bij een bedrijf met 100.000 medewerkers. Vervolgens zoeken óf creëren we hier bij Instock een afzetmarkt voor.

Daar komt veel creatief denkwerk bij kijken: hoe verander je de perceptie van Nederlanders dat onverkocht eten écht iets heel anders is dan ‘afval’? Wat is voedselveilig volgens de Europese voedselwarenwet? Hoe kunnen we het gebruik van deze producten mainstream maken? Hoe gaan we de logistiek zo efficiënt mogelijk regelen? Hoe gaan we met het wisselende aanbod om? Wie zijn de horeca pioniers die deze producten van ons willen afnemen, zodat de Instock restaurants niet meer het enige afzetkanaal is? Genoeg uitdagingen, die we graag aan gaan.

Ontwikkeling productlijn

In samenwerking met regionale ondernemers ontwikkelt (plannen) om een gedeelte van surplusproducten te verwerken tot nieuwe etenswaren. Het voorlopige resultaat is het brouwen van  het Pieper Bier, gemaakt van geredde aardappelen, uitgevoerd met een plaatselijke brouwer. En.. omdat ook de bierproductie weer een restproduct leverde is de Instock Granola ontstaan; brood gemaakt van de moutrestanten in samenwerking met een bakker.

Delen van ervaringen en samenwerkingsvormen onderzoeken is onderdeel van de bedrijfsfilosofie. En bang dat iemand anders er met hun ideeën vandoor gaat? „Doe normaal! Dat zou juist goed zijn. Waar zou ik bang voor moeten zijn? Zegt een van de oprichters.  Er is genoeg afval voor iedereen.”

Bewustzijn consumenten vergroten

Consumenten worden verleid om een bijdrage te leveren aan voedselverspilling via aantrekkelijke menu’s, tips en challenges over voedselverspilling en gebruik van duurzame producten via verschillende communicatiekanalen. Ook via de productenlijn Pieper Bier’, wordt op ludieke wijze met consumenten gecommuniceerd die kan meehelpen om het bewustzijn over verspilling te vergroten. Op de achterkant van de fles van het Pieper Bier, gemaakt van geredde aardappelen, staat bewust een ‘ten minste heerlijk tot’ datum op, als knipoog naar de strenge Europese wetgeving op houdbaarheidsdata die een ‘ten minste houdbaar tot’ datum voorschrijft. Daarnaast is alle hardware zoveel mogelijk uitgevoerd in duurzame vorm. Het ophalen van het voedsel gebeurt met een elektrische wagen. De restaurants zijn ingericht met overwegend gerecyclede materialen.

Ambitie

Om de klimaatimpact van Instock ook significant te maken zijn de plannen van Instock uiteindelijk gericht op het verkopen van surplus groente en fruit aan andere restaurants en cateraars. Als de pilot succesvol is, dan is de ambitie om groente en fruit op te halen van nu 30 naar dit jaar 200 winkels van Albert Heijn. Hiermee probeert Instock op te schalen en de restaurantformule ‘normaal’ te maken. Door een nieuw proces te implementeren in winkels van Albert Heijn en mee te liften op het distributienetwerk is het mogelijk om de logistieke uitdagingen te overwinnen en de kosten te beperken. Eenmaal bij het distributiecentrum wordt al het groente en fruit op soort gelegd en gecheckt op kwaliteit. Door grotere stromen met eten te redden verdwijnt ook een deel van de onzekerheid wat er tussen het geredde assortiment zit. Hierdoor wordt het aantrekkelijker voor andere restaurants en cateraars die veelal met vaste menu’s werken, om aan te sluiten.