Wat heb je nodig?

  1. Tulpenblad
  2. demi water
  3. 10% KNO3
  4. Prepareermaterialen, pincet, scherp mesje, prepareernaald
  5. Microscoop
  6. Potlood en papier



Werkwijze
De huidmondjes zitten in de opperhuid. In de cellen van de opperhuid zitten geen bladgroenkorrels.
Het vliesje dat je van een blad onderzoekt moet dus niet groen zijn.

  1. Vouw het blad van de tulp dubbel en breek het, scheur daarna het blad voorzichtig los. (zie ook tekening)
  2. Leg het doorzichtige vliesje in een druppel demiwater op een objectglas.
  3. Bekijk het preparaat onder de microscoop.
  4. Maak een schematische tekening van één huidmondje en enkele aangrenzende cellen.
  5. Benoem de onderdelen.
  6. Vervang het water door 10% KNO3 Dit kan op 2 manieren
    1. Breng een druppel zout oplossing tegen de rand van het dekglaasje. Leg een stukje filtreerpapier aan de tegenoverliggende rand van het dekglaasje, hierdoor vervang je het water door de zoutoplossing.
    2. Haal het dekglaasje er voorzichtig af en vervang het demi water voor de zoutoplossing.
  7. Kijk goed wat er gebeurt, zie je verschil? Teken wat je ziet gebeuren.


Vragen

  • •Beschrijf wat er gebeurt
  • •Welk proces speelt hier een rol


Opdracht
Vervang nu de zoutoplossing weer door demiwater (er is redelijk veel water voor nodig) En kijk wat er gebeurt.