Merknaam: Centium

 Groep: difenylethers 

Gele nerven veroorzaakt door bespuiting met clomazone in aardappelen. Opvallend is dat tussen de nerven het blad groen blijftGele nerven veroorzaakt door bespuiting met clomazone in aardappelen.  Bij de jongere bladeren (meer fotosynthese dan bij ouder blad) is de werkzame stof meer aanwezig en daardoor meer geelverkleuring tussen de nerven
Witverkleuring (chlorose) van knopherik en aardappel door clomazoneWitverkleuring (chlorose) van koolzaad door clomazone

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Schadebeeld

Clomazone, een bodemherbicide zorgt voor bleking van de plant.

In suiker en voederbieten kan Centium 360 CS bij overlapping van spuitbanen en veel neerslag na het spuiten extreme chlorose en uitdunning van het gewas veroorzaken, hierbij is opbrengstverlies mogelijk. In sppinazie kan na toepassing van Centium 360 CS kan tot het eind van de teelt bladverkleuring optreden. Vooral in de teelt van verse spinazie kan dit problemen opleveren.  Centium 360 CS niet toepassen in de zaadteelt van spinazie vanwege kans op plantuitval.

Centium kan in vrijwel alle teelten gewasreacties in de vorm van bladverkleuring (chlorose) en groeiremming veroorzaken, zeker als er veel neerslag valt in de periode kort na toepassing. Deze gewasreacties zijn meestal tijdelijk zonder gevolgen voor de uiteindelijke opbrengst.

Na toepassing van Centium 360 CS in een mislukte teelt wordt afgeraden zomertarwe, zomergerst, haver, witlof, cichorei, sla, ui, prei of sierteelten als vervanggewas te gebruiken.  In een nateelt van bloembollen (o.a. tulpen) is de kans op verkleuringsverschijnselen na toepassing van Centium in een voorafgaande teelt niet uitgesloten.  Het telen van bloembollen na toepassing van Centium in een voorafgaande teelt wordt sterk afgeraden.

Door drift kan het middel schadelijke effecten veroorzaken aan naburige gewassen waaronder sierteeltgewassen, fruitbomen en andere houtige beplantingen

Belangrijkste symptomen:

  • planten worden wit, doorschijnend van kleur
  • bij minder dan 50 % beschadiging grote kans op overleving van de plant
Werkingsmechanisme

Alle herbiciden die bleking veroorzaken remmen de vorming van pigmenten (kleurstoffen) bijvoorbeeld de aanmaak van chlorofyl (bladgroen) en van caroteen (gele kleurstof). De vorming van carotenoïden vindt vooral in nieuw weefsel plaats.

 In volwassen weefsel is het gehalte aan carotenoïden hoog genoeg om het chlorofyl te beschermen, in kiemende onkruiden niet. Het gevolg is dat de planten wit verkleuren (albinisme), vooral de delen waar de primaire fotosynthese plaatsvindt, zoals (jonge) bladeren en stengels. Deze groep is net als groep C en K onderverdeeld in drie subgroepen (F1, F2, F3). De herbiciden binnen een subgroep hebben een vergelijkbaar werkingsmechanisme.  Ook andere fotosyntheseremmers kunnen witverkleuring geven. Het verschil is dat bij de groep herbiciden die bleking veroorzaakt vaak meer dan 50% van de plant wit verkleurd.