Gewas: Muscari

Wetenschappelijke naam: Sclerotinia bulborum

Groep: Schimmels

Zwartsnot in Muscari, zwartgrijze rotte bolrokken

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

 

Herkenning

In het late voorjaar worden bollen van goed groeiende planten pleksgewijs aangetast; de loofbladeren van deze planten vergelen en sterven af. Bovengrondse symptomen kunnen worden verward met Rhizoctonia-ziekte.

De ondergrondse gedeelten van de bladeren worden zacht en vuilwit tot grijsachtig van kleur. De bolrokken worden ook aangetast en gaan tot rotting over, waarbij zij grijs tot grijszwart worden. De aangetaste ondergrondse delen van de plant zijn bedekt met een wit schimmelweefsel waaraan gronddeeltjes kleven en waarin - evenals in de bol - na verloop van tijd tamelijk grote, onregelmatig gevormde, zwarte sclerotiën worden gevormd.

Indien aangetaste bollen worden geplant, komen zij niet op of ze vormen een zwakke plant.  Zwartsnot komt voornamelijk in het veld voor, maar soms ook bij het forceren in de kas.

Levenswijze

De schimmel kan zich bij afwezigheid van waardplanten in de grond handhaven in de vorm van sclerotiën. Deze blijven in de bovengrond minstens enkele jaren kiemkrachtig, maar in met water verzadigde grond sterven ze binnen enkele maanden tot een jaar. De sclerotiën vormen onder bepaalde omstandigheden paddestoeltjes met een komvormig hoedje, waarop sporen worden gevormd. Deze hebben een diameter van 3-5 mm, zijn lichtbruin en staan op lange steeltjes.

Zwartsnot is één van de oudst bekende bloembollenziekten, die nog regelmatig veel schade veroorzaakt. De verspreiding vindt plaats door middel van aangetaste bollen of besmette grond. Over de rol van de in de paddestoeltjes gevormde sporen bij de verspreiding van de schimmel is niets bekend.

De schimmel tast ook tal van andere bolgewassen aan, zoals anemoon, narcis, tulp, Chionodoxa, Fritillaria, Hyacint, Hyacinthoides, Ornithogalum, Puschkinia, Scilla en Triteleia.

Maatregelen
  • zo spoedig mogelijk na constateren van de aantasting zieke planten met hun directe omstanders en omringende grond verwijderen;
  • aangetaste bollen zorgvuldig uit het plantgoed verwijderen en het plantgoed ontsmetten volgens geldende adviezen;
  • besmette grond 6-8 weken inunderen;
  • vruchtwisseling van 1 op 4 aanhouden.