Gewas: Sierteelt, bonen, diverse gewassen

Wetenschappelijke naam: Aphis fabae

Groep: Insecten

Zwarte bonenluizenKolonie luizen
Omgekrulde bladeren door Zwarte BonenluisZwarte bonenluis


Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright WUR, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De volwassen zwarte bonenluis kan ongeveer 3 mm lang worden. Ze zijn mat zwart van kleur en soms olijfgroen met vaak was-achtige witte vlekken op het achterlijf.

Zwarte bonenluizen hebben korte antennen, de sifonen zijn donker van kleur en langer dan het staartje. Op de winterwaardplanten Euonymus europaeus en Viburnum opulus veroorzaakt de zwarte bonenluis krulling van het blad.

Op de zomerwaardplanten, verschillende kruidachtigen en diverse heesters, komen de luizen vooral voor in de groeipunten van de planten. Wanneer de populatie sterk is uitgebreid verspreiden de luizen zich over de hele plant. De bladeren met bladluizen zwellen op en krullen om. De groei stagneert en de bloemknoppen vallen van de planten. Zwarte bonenluis kan ook virussen overbrengen.

Levenswijze

In het najaar, vanaf half september tot half oktober, ontstaan de gevleugelde vrouwtjes en mannetjes, die uitvliegen naar de winterwaardplanten, zoals kardinaalsmuts, Gelderse roos en sneeuwbal. Na de paring leggen de vrouwtjes doorzichtige langwerpige eieren bij de knoppen. Begin voorjaar komen uit de eieren de stammoeders. Deze en hun nakomelingen zijn levendbarend, ze planten zich in die periode ongeslachtelijk voort.

Eind van het voorjaar vliegen gevleugelde luizen naar de zomerwaardplanten. Doordat zwarte bonenluis zeer polyfaag is kunnen dit veel verschillende gewassen zijn o.a. bloemen (gerbera), potplanten (orchidee), heesters, erwten, komkommerachtigen, aardappel en bonen. In deze periode groeit de populatie explosief en ontstaan er naast de ongevleugelde ook gevleugelde exemplaren, die zich kunnen verspreiden.

In het najaar vliegen de luizen dan weer naar hun winterwaardplanten.



Maatregelen
  • Bij biologische bestrijding kan een keuze worden gemaakt uit de volgend natuurlijke vijanden: sluipwespen, een galmug, lieveheersbeestjes, een zweefvlieg en een gaasvlieg
  • Vanwege de explosieve populatieontwikkeling moet echter regelmatig worden ingegrepen met insecticiden. Hierbij gaat de voorkeur uit naar chemische gewasbeschermingsmiddelen die kunnen worden gecombineerd met natuurlijke vijanden
  • Buiten de kas komen in luizenkolonies natuurlijke vijanden vaak spontaan voor. Soms raken de luizenpopulaties spontaan geïnfecteerd met insectenbestrijdende schimmels