Gewas: Bromelia's

Wetenschappelijke naam: Planococcus citri, Pseudococcus longispinus

Groep: Insecten

Wolluis

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Wolluis behoort tot de familie Pseudococcidae. De belangrijkste soorten die in de kassen voorkomen behoren tot de geslachten Planococcus en Pseudococcus.

Ze danken hun naam aan het feit dat het lichaam van de vrouwtjes in het derde nymfenstadium bedekt is met wit, wasachtig materiaal in de vorm van poeder, draden, uitsteeksels of plaatjes.

Ze zuigen aan de planten waardoor de groei wordt geremd, misvormingen ontstaan en bladvergeling kan optreden. Dit laatste kan tot gevolg hebben dat planten hun blad verliezen en er schade aan de bloemen ontstaat.

Wolluizen scheiden net als bladluizen ook honingdauw uit, waarop roetdauwschimmel groeit. De schimmel bedekt de bladeren, waardoor de mogelijkheid tot fotosynthese afneemt. Hierdoor wordt ook de sierwaarde van de planten minder en zijn ze vaak onverkoopbaar. Wolluizen komen vaak in haarden voor. Ze kunnen zich niet over grote afstanden verspreiden. Mensen die gewasbehandelingen in kassen uitvoeren zijn de belangrijkste verspreiders.

Levenswijze

Wolluizen komen in bijna alle streken op de aarde voor en zijn in staat om zelfs temperaturen beneden de -40 ºC te trotseren.

Ze hebben een onvolledige gedaante-verwisseling. De vrouwtjes doorlopen de stadia van ei, drie nimfenstadia en volwassen insect; de mannetjes ei, twee nimfenstadia, schijnpop en volwassen insect. De ontwikkelingssnelheid is afhankelijk de temperatuur, de waardplant en de relatieve luchtvochtigheid. Temperatuur heeft invloed op de ontwikkeling van ei tot volwassen wolluis. De relatieve luchtvochtigheid vooral op de ontwikkeling van de eieren. De vrouwtjes zijn ongevleugeld en kunnen 5 mm lang worden. De mannetjes worden niet grote dan 1 mm en zijn gevleugeld. Ze hebben geen monddelen en kunnen dus geen voedsel opnemen. Ze leven dan ook kort en in die periode gaan ze op zoek naar vrouwtjes om die te bevruchten. Sommige wolluissoorten kunnen zich ook ongeslachtelijk voortplanten.

De vrouwtjes leggen de honderden eieren in een eizak gemaakt van schuimmassa en wasdraden. Dit geheel is kleverig en kan gemakkelijk aan kleding en handen worden meegedragen en verspreid. Binnen een jaar ontstaan in de kas wel acht generaties. In de glastuinbouw komen vooral de volgende 2 soorten voor;

Citruswolluis

Citruswolluis komt over de hele wereld voor en heeft zeer veel waardplanten. Het insect veroorzaakt schade in fruitbomen en veel siergewassen, maar kan ook voorkomen in komkommer, meloen en aubergine. Ze zitten vaak op de groeipunten en in de oksels van de planten.

Bij Citruswolluis komt alleen geslachtelijke voortplanting voor. De populatie bestaat voor 50% uit mannetjes en 50% uit vrouwtjes. Doordat de mannetjes zeer kort leven worden ze niet in grote aantallen waargenomen.

De generatieduur van ei tot volwassen wolluis is bij 22º C 46 dagen en bij 26º C 32 dagen. De vrouwtjes kunnen na de paring 100 tot 600 eieren leggen. De eilegperiode duurt ongeveer 1 tot 2 weken.

Langstaartwolluis

Langstaartwolluis komt van nature voor in tropisch en subtropische gebieden. De waardplanten reeks is kleiner dan die van de Citruswolluis. Vooral sierplanten worden door de Langstaartwolluis aangetast. Ze houden van een warme vochtige omgeving en zijn vaak te vinden in de okselknoppen.

De Langstaartwolluis is te herkennen aan de lange wasdraden (filamenten) aan de achterzijde van het lichaam. De voortplanting gebeurt zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk. De vrouwtjes leggen geen eieren, maar zijn levendbarend (vivipar). Ze produceren circa 200 jongen (nymfen) in 2 tot 3 weken.

De levenscyclus duurt in de zomer ongeveer 6 weken en in de winter ongeveer 12 weken.

Maatregelen
  • Hygiëne tijdens de opkweek en de teelt is belangrijk evenals intensief scouten om een aantasting in een vroeg stadium te ontdekken.
  • Wolluizen zijn moeilijk te bestrijden. Dit heeft twee oorzaken. Ten eerste zijn er slechts enkele chemische middelen beschikbaar. Ten tweede is het moeilijk met de huidige toedieningstechnieken de middelen daar te brengen waar de wolluizen zich in het gewas bevinden.
  • Het is mogelijk wolluizen biologisch te bestrijden met een roofkever (Cryptolaemus montrouzieri) en verschillende soorten sluipwespen.