Gewas: Allium

Wetenschappelijke naam: Sclerotium cepivorum en Sclerotium perniciosum

Groep: Schimmels

Witrot in Allium, planten vallen aan het einde van de teelt weg

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

 

Herkenning

Enige tijd voor de bloei worden de bladeren plotseling geel en sterven de planten af. Het ondergrondse stengeldeel verslijmt, de bol wordt zacht en verteert bij vroege aantasting soms al in de grond. De ziekte breidt zich pleksgewijs snel uit.

Bij het rooien zijn aangetaste bollen te herkennen doordat zij bedekt zijn met een korst aarde die door schimmeldraden bijeengehouden wordt. De huid is zwartachtig en vaak komen op en in het zieke weefsel zwarte sclerotiën voor, die kleiner zijn dan een speldenknop.

Tijdens de bewaring verdrogen en verkalken aangetaste bollen. Bij Allium-soorten met grote bollen, zoals A. aflatunense, A. giganteum, A. karataviense en A. rosenbachianum, kan bij een minder zware aantasting de ontwikkeling van het ziekteproces tijdens de bewaring tot stilstand komen, zodat de bollen plaatselijk zwarte, ingedroogde plekken vertonen. Meestal zijn deze plekken te vinden bij de basis of de top, omdat bij grote bollen de aantasting vaak daar begint. Bij verspreiding van witrot tijdens de bewaring zijn tussen en op de bollen fijne, witte schim¬meldraden te zien.

Verdroogde en verkalkte bollen komen niet of gebrekkig op. Licht aangetaste bollen waarvan alleen de huid is beschadigd komen wel op.

 

Levenswijze

Aan het einde van het voorjaar en gedurende de zomermaanden ontwikkelen de schimmels S. cepivorum en S. perniciosum zich snel. Door middel van sclerotiën, die een diameter van ten hoogste ca. 1 mm hebben en in grote hoeveelheden op aangetast bolweefsel worden gevormd, kunnen de schimmels zich zonder waardplant minstens 10 jaar in de grond handhaven. De sclerotiën kunnen gemakkelijk worden verspreid tijdens de verwerking en de bewaring in de schuur en met besmette grond. Zij kiemen alleen in aanwezigheid van een waardplant, waarna ze infectie van de bol kunnen veroorzaken.

Als een partij onvoldoende geschoond en gedroogd is, kan de schimmel zich tijdens de bewaring door middel van schimmeldraden verder in de partij verspreiden.

De schimmel S. cepivorum tast behalve sieruien ook con­sumptie-ui en prei aan. S. perniciosum kan tulp en Fritillaria meleagris aantasten.

Maatregelen
  • aangetaste planten met omringende grond ver­wijderen;
  • aangetaste partijen vroeg oogsten en snel drogen;
  • bollenafval zorgvuldig verzamelen en afvoeren;
  • voor het planten alle verkalkte en verdroogde bol­len verwijderen en het plantgoed ontsmetten volgens geldende adviezen;
  • een ruime vruchtwisseling aanhouden; daarbij rekening houden met andere waardplanten.