Prooi: Soortafhankelijk: insecten, kleine knaagdieren zoals muizen

 Wetenschappelijke naam:

 Groep: Natuurlijke vijanden

kerkuil: bijna vliegvlugge jongen worden gevoerd (Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland)torenvalk (Stichting kerkuilenwerkgroep Nederland)
boerenzwaluwveldleeuwerik

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

Belangrijke insectenetende vogels zijn o.a. pimpel- en koolmezen, gele en witte kwikstaarten, veldleeuweriken, boerenzwaluwen en nog vele anderen.

Daarnaast zijn torenvalken, kerkuilen en buizerds belangrijke jagers op muizen.

Levenswijze

Echte insectenetende vogels trekken in de herfst naar zuidelijke streken en komen pas in het voorjaar weer terug. Soorten als koolmezen zijn flexibeler in hun dieet en schakelen in de herfst en winter over op zaden. Maar al deze vogels voeren in het broedseizoen hun jongen met insecten, en daarbij gaat het om enorme aantallen prooien die gevangen worden. Jonge zwaluwen hebben ongeveer 1000 kleine insecten per dag nodig om op te groeien. Een zwaluw ouder met een nest van vijf jongen vangt naar schatting 50.000 insecten per week. Een paartje kerkuilen met jongen vangt 15 tot 20 muizen per dag.  

Toepassing

Uit onderzoek is gebleken dat de schade in appelboomgaarden door rupsen met 25 procent wordt teruggebracht als de teler twee tot vier nestkasten per hectare ophangt voor koolmezen. Vliegenplagen in en rond veestallen kunnen door boerenzwaluwen op een acceptabel niveau worden gehouden. Veel agrariërs hangen nestkasten op voor torenvalken of kerkuilen om de muizen rond hun bedrijf te bestrijden.

De aantallen insecten die vogels voor hun jongen vangen zijn indrukwekkend. Vogels kunnen er toe bijdragen dat bepaalde insecten niet tot een grote plaag uitgroeien. Maar met uitzondering van het koolmezen-onderzoek zijn er weinig harde bewijzen dat vogels echt een belangrijke rol spelen voor het voorkomen en beheersen van insectenplagen. Daarvoor zijn de dichtheden van de meeste insecten per hectare in vergelijking met die van vogels te groot.

Veel zangvogels zoals kool- en pimpelmezen jagen in het voorjaar voor hun jongen op rupsen en andere insecten in bomen en struiken. Kwikstaarten jagen meer op vliegen en muggen in lage vegetaties. Zwaluwen jagen op alle kleine beestjes die in de lucht vliegen en zweven. Roofvogels jagen op muizen.