Gewas: tomaat, aubergine, paprika, aardappel (Solanaceae)

Wetenschappelijke naam: Tuta absoluta

Groep: Insecten

De volwassen mineermot Schade op tomaat door rupsen van Tuta absoluta
 
Larve in het blad  

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

Herkenning

De Tuta absoluta is een mineermot die vooral bij tomaat, aubergine, paprika en aardappel voorkomt en flinke schade kan geven.

Bij tomaat kan de schade niet alleen voor het gewas desastreus zijn maar ook voor de export van het product naar diverse bestemmingen. Ook op andere planten van de Solanaceae familie (Solanum nigrum, Datura spp.) komt hij voor.

De rupsen geven de voorkeur aan bladeren en stengels, maar kunnen ook voorkomen onder de kroon van de vrucht en zelfs in de vrucht zelf. De rupsen tasten alleen groene vruchten aan.  De duidelijkst herkenbare symptomen zijn de vlekvormige mijnen in de bladeren. Binnenin deze mijnen zijn zowel de rupsen als hun donkere uitwerpselen goed zichtbaar. In geval van een ernstige infectie sterven de bladeren geheel af.

Mineerschade veroorzaakt misvorming van de plant. Schade aan vruchten geeft bijvoorbeeld schimmelziektes de gelegenheid binnen te dringen, wat leidt tot rottende vruchten voor of tijdens de oogst.

Levenswijze

Afhankelijk van de temperatuur kan Tuta absoluta zich snel vermeerderen en heeft een levenscyclus van 24-38 dagen. De minimumtemperatuur voor activiteit is 9°C. Eén vrouwtje kan tijdens haar leven tot 250-260 eitjes leggen die ze op bovengrondse plantendelen achterlaat. De eitjes ontwikkelen zich tot een rups, die in het blad, de stengel of de vrucht mineert, maar naar buiten komt om zich te verpoppen.

Het insect doorloopt vier stadia tussen de vervellingen. Tussendoor kunnen de rupsen tijdelijk worden aangetroffen buiten de bladmijnen of vrucht. Verpopping kan plaatsvinden in de bodem of op het oppervlak van een blad, een gekruld blad of in een mijn. Overwintering kan plaatsvinden als eitje, pop of volwassen mot. Motten zijn actief gedurende de nacht en houden zich overdag verborgen tussen de bladeren.

Volwassen motten zijn grijsbruin, ongeveer 6 mm groot en hebben een spanwijdte van 10 mm. De mannetjes zijn iets donkerder dan de vrouwtjes. Pas uitgekomen rupsen zijn klein (0,5 mm) en geelachtig. Tijdens hun ontwikkeling worden de rupsen geelgroen en krijgen ze een zwarte band achter de kop. Volgroeide rupsen zijn ongeveer 9 mm lang en hebben een rozekleurige rug. Poppen zijn lichtbruin en ongeveer 6 mm.

Maatregelen
  • Plaats feromoonvallen
  • Zet de roofwants Macrolophus uit
  • Gebruik een biologisch of chemisch gewasbeschermingsmiddel.