Gewas: Allium

Wetenschappelijke naam: Ditylenchus dipsaci

Groep: Aaltjes

Stengelaaltje in Allium, een ingezonken bolbodemStengelaaltje in Allium, openbarsten van de bol

 

Klik op de afbeelding voor een vergroting.
© Copyright PPO, NVWA (PD), DLV, KAD, Landbrugsinfo

 

Herkenning

Op het veld zijn geelachtige-witte strepen en/of verdikkingen en spikkels op het blad te zien afhankelijk van het soort Allium. Bollen hebben ingezonken of opengebarstte plekken.

Op het veld vertonen aangetaste planten van met name Allium moly, A. oreophilum en verwante soorten geelachtig-witte strepen en verdikkingen (spikkels) in het blad, dat daardoor soms misvormd en gedraaid uitgroeit. Bij breedbladige, grove soorten als A. karataviense kunnen grote, verdikte spikkels voorkomen, maar over het algemeen is de ziekte bij deze soorten moeilijk te herkennen.

Aangetaste bollen hebben veelal een bruine ingezonken plek rond de bolbodem.Bij soorten met fijne bladeren zoals A. caeruleum en A. oreophilum sterven zieke planten ook wel voortijdig af zonder symptomen op de bovengrondse plantendelen.

Dode, gemummificeerde bollen in de bewaring kunnen erop wijzen dat de partij is aangetast door stengelaaltjes. Ook het gemakkelijk loslaten van de droge huid kan een aanwijzing zijn. Onder de huid zijn dan vlekken waar te nemen die zich vanaf de bolbodem omhoog uitbreiden en, afhankelijk van de kleur van de bol, verschillend getint zijn. Bij crèmekleurige bollen (A. moly) bijvoorbeeld zijn de vlekken okergeel  tot bruin en bij groene bollen (A. caeruleum) lichtgroen tot bruin. Ernstig ziek weefsel scheurt open en verdroogt.

Levenswijze

De veroorzaker van de ziekte is Ditylenchus dipsaci, veelal het uienstengelaaltje, maar ook het tulpenstengelaaltje kan Allium en uien aantasten. Het uienstengelaaltje kan ook de spruit van tulpen en gladiolen vanuit de grond aantasten, maar kan zich niet in de bollen en knollen handhaven. Het tulpenstengelaaltje kan ook vele andere gewassen zoals o.a. narcis, tulp, Chionodoxa en Galtonia aantasten.

Maatregelen
  • opslag verwijderen;
  • aangetaste planten zorgvuldig verwijderen en vernietigen;
  • de bollen vanaf de oogst 3 weken bewaren bij 30°C en na 24 uur voorweken een warmwaterbehandeling geven van 4 uur bij 45°C. Enkele soorten en cultivars zoals A. giganteum, ‘Purple Sensation’ en ‘Gladiator’ verdragen 4 uur bij 47°C zonder voorweken;
  • verdachte en aangetoonde partijen als laatste rooien en verwerken; machines goed schoon maken;
  • fust 15 minuten dompelen in water van 60°C;
  • een ruime vruchtwisseling aanhouden; daarbij rekening houden met andere waardplanten;
  • besmette grond 12 weken inunderen in de zomer of ontsmetten volgens geldende richtlijnen;
  • bij het aantreffen van de aantasting is het verplicht om de Bloembollenkeuringsdienst te waarschuwen.